Saaie, massale, schoolse universiteit

Vijftig hoogleraren schreven woedend een manifest. De universiteit wordt schoolser, de colleges massaler, de studenten bekommeren zich alleen om hun carrière. Maar aan wie ligt dat? Aan de universiteiten, aan de docenten én aan de studenten.

Hoorcollege Cultuurmanagement, donderdagmiddag van half twee tot half vier in de grote zaal van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Docent Anthony van Nistelrooy komt nauwelijks boven het lawaai van de 200 studenten uit. Hij legt een sheet op de overheadprojector. Op de sheet staat een analyse van de dinsdagmiddagcolleges. Met pijlen en diagrammen heeft hij het causale verband getekend tussen geroezemoes, onrust, het gedrag van de studenten en de onduidelijkheden in het hoorcollege.

Tip van de studenten: treedt autoritair op. Daar voelt Van Nistelrooy niet voor, zegt hij. Hij pakt een nieuwe sheet met daarop, puntsgewijs, zijn eigen suggesties voor verbetering. ,,Duidelijke sheets, welsprekendheid docent, zelfdicipline studenten, didactisch entertainment.'' En dan doet hij de microfoon om zijn nek en begint met het college. Hij bespreekt de website waar hij net de belangrijkste tekstblokken voor het tentamen heeft gezet. ,,U vroeg mij ook mijn eigen collegedictaat op het net te zetten. Mijn indruk is dat dat uw passiviteit alleen maar zal versterken.''

Eén college op één universiteit zegt niet alles over het universitair onderwijs in Nederland. Maar het is wel een voorbeeld van wat vijftig hoogleraren vorige week bedoelden toen ze in hun manifest schreven dat ,,verschoolsing en massificatie'' het onderwijs op de universiteiten verpest.

Voorzitter Rien Meijerink van de overkoepelende organisatie van universiteiten is het eens met die klacht. In vier jaar kun je geen academicus opleiden, zegt hij. Er is geen tijd voor zelfstandig onderzoek of voor keuzevakken bij andere studies. Verschoolsing is bijna onvermijdelijk. En dan krijg je het soort colleges waarvan ook studenten balen. Te passief, te voorgekauwd. Studenten van de Universiteit van Amsterdam richtten uit onvrede met het schoolse onderwijs het Democratisch Initiatief Studenten (DIS) op.

Dean Hans Adriaansens van het University College in Utrecht is óók gevraagd het manifest te tekenen. Zijn universiteit is in 1998 opgericht als tegenhanger van de grootschalige, onpersoonlijke universiteiten. Natuurlijk, zegt hij, verschraalt het onderwijs door de massaliteit. ,,Met hoorcolleges voor 500, 600 man verkwist je human capital.'' Toch heeft hij geweigerd het manifest te tekenen. ,,De studenten zijn niet passiever geworden, ze zijn passiever gemaakt.'' Volgens hem gaan eerstejaars studenten bijna allemaal gemotiveerd en met hoge verwachtingen naar de universiteit. ,,De docenten moeten die motivatie vasthouden en het aanwezige talent ontwikkelen. Klagen over bureaucratisering en verschoolsing helpt niet, ze hadden er zelf wat aan moeten doen.''

Er is niet veel aan te doen, zegt Jacco Boek, universitair hoofddocent strafrecht aan de Universiteit Utrecht. De hoorcolleges die hij geeft voor 500 rechtenstudenten, hebben niets te maken met academische vorming, zegt hij. ,,Ik doe Freek de Jonge na, met trucjes en een vast patroon van grappen om de aandacht vast te houden.'' Hij zou het ook liever anders zien. Maar dat kan niet, zegt hij, met zóveel studenten, die ongeselecteerd de universteit binnenstromen en die binnen vier jaar als academicus moeten worden afgeleverd.

Dat was in mijn tijd anders, zegt studiebegeleider Henk Reitsma aan de VU. ,,Ik bestudeerde dikke boeken en als ik dacht dat ik klaar was voor het tentamen, belde ik de hoogleraar.'' Nu zijn het allemaal hapklare brokken, vindt Reitsma, en in de studiehandboeken staat van dag tot dag wat studenten moeten leren. Hij gelooft dat het grootste deel van de studenten die verschoolsing eigenlijk wel prettig vindt. ,,Sommigen blijven me hardnekkig meester noemen en hebben het over school.'' Studenten, bleek uit een recente enquête van het studentenblad Sum, zijn de saaiste en braafste jongeren.

De hoogleraren zeggen hetzelfde. Studenten komen niet meer in actie zoals in de jaren zestig, staat in het manifest. Ze bekommeren zich alleen nog om hun carrière en particuliere besognes. Klopt, zeggen Daan Bakkum (22) en Mark Ponne (22) in de kantine van de VU. Allebei hebben ze eerst HBO gedaan en volgen nu de verkorte studie `Beleid, communicatie en organisatie' aan de universiteit. Veel verschil met hun HBO-studie is er niet, zeggen ze. Hun keuze om ook nog universitair onderwijs te volgen is simpel. ,,Je wordt er doctorandus van, dus krijg je een betere carrière.''

Echte academici, vinden de manifestschrijvers, zetten hun oogkleppen af, leren over de schutting van hun eigen discipline heen te kijken, volgen keuzevakken om de blik te verbreden. Om zelfstandig en kritisch na te leren denken, moeten studenten ook vakken volgen als wetenschapsfilosofie, waarin het eigen vak wordt uitgediept. De twee jongens hébben het vak `filosofie en bedrijf'gevolgd. ,,Gebakken lucht.'' Keuzevakken doen ze niet. ,,Kost te veel tijd en levert niks op.'' Zij zeggen: ,,Studeren heeft een instrumentele betekenis gekregen. Je doet het zo snel mogelijk en je doet het voor een baan.'' Er is een groot verschil, zeggen zij, tussen wetenschappers en academici. ,,Wetenschappers denken om het denken, wij denken aan het papiertje.'' Op universiteiten, zeggen de manifestschrijvers, moet een stimulerend intellectueel klimaat heersen, met inspirerende docenten, waar gewerkt wordt in kleine groepen. Dat is er óók op de VU, op dezelfde donderdag, nu in een klein zaaltje op de achtste verdieping. Professor Rod Lyall en dr. Richard Todd analyseren met 12 studenten Engels een gedicht van de Amerikaan Frank O'Hara.

De hoogleraren van het manifest zijn ,,old horses'', vinden Lyall en Todd. ,,Gepensioneerde mannen die een universiteit wensen die allang niet meer bestaat. Ze hebben nog het rare Hollandse idee dat studeren alleen maar goed is als het lang duurt. Tien jaar doen over je doctoraal, de rest van je leven over het doctoraat.'' Het kan sneller, maar dan moeten studenten wel goed worden begeleid. Lyall pakt de syllabi van dit jaar erbij. ,,Planning your week'' heet het eerste hoofdstuk, ,,Points of consideration'' het tweede. Nee, dat is niet schools, zeggen de docenten. ,,Dat is begeleiding.''

Na drie kwartier poëzie-analyse, zijn er ten minste drie verschillende interpretaties van O'Hara. Lyall en Todd glunderen. ,,Ze hebben de complexiteit van een gedicht gezien, dat taal ambigue is. Dat er in dit vak geen goede of foute antwoorden zijn.''