Rotterdamse euforie over Gergjev

Valery Gergjev was donderdag en vrijdag weer even in Rotterdam om – voorafgaand aan een tournee door Japan – te repeteren met het Rotterdams Philharmonisch en in een uitverkochte Doelenzaal het publiek tijdens een aantrekkelijk geprogrammeerd concert een deel te laten horen van het daar te spelen repertoire. De negen concerten in Japan passen in de viering van 400 jaar Japans-Nederlandse betrekkingen. Een gala-concert in Tokio zal worden bijgewoond door de kroonprinsen van beide landen, minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) en de Rotterdamse burgemeester Opstelten.

De Rotterdamse chef-dirigent zorgde dinsdag voor verrassend wereldnieuws in het Rotterdamse èn Nederlandse muziekleven door zich, na vijf jaar nog eens tot 2005 te committeren aan het Rotterdamse orkest. De komende vijftien maanden dirigeert hij zijn musici overigens slechts vier keer in de Doelen en één keer op de Maas, aan de vooravond van het het Euro 2000voetbalkampioenschap. Vanaf september 2001 komt Gergjev weer vaker naar Rotterdam.

Van het Rotterdamse publiek, dat zich in Gergjevs prioriteitsstelling de komende jaren bevindt in het gezelschap van de muziekliefhebbers in St. Petersburg, Berlijn, Wenen en New York, kreeg hij slechts een afgemeten welkomstapplausje. Het leek business as usual en Gergjev had daartoe zelf ook alle aanleiding door zich onmiddellijk tot het orkest te wenden en na een geconcentreerde stilte de opmaat te geven tot een frisse, lyrische en weelderige uitvoering van Debussy's Prélude à l'áprès-midi d'un faune.

Aan het slot van het concert was er voor Rotterdamse begrippen echter toch bijna publieke euforie, na een onstuimig dramatisch en pathetisch eindigende vertolking van Berlioz' Symphonie fantastique, waarvoor Gergjev zelfs bloemen vanuit de zaal kreeg aangereikt. Gergjev heeft zich de laatste jaren met onder andere uitvoeringen van La damnation de Faust, Roméo et Juliette en delen uit Les Troyens bewezen als een Berlioz-dirigent van bijzondere allure. Ook in deze in 1998 al eens uitgevoerde Symphonie fantastique klonk zijn gedrevenheid en de variëteit aan klankleuren waartoe het Rotterdamse orkest in staat is.

Tussen Debussy en Berlioz klonk nog het Vioolconcert van Max Bruch met soliste Janine Jansen, die het werk ook een keer in Japan speelt. Jansen maakte furore met een – terecht – eerder intens muzikaal dan puur virtuoos klinkende vertolking. Ze bracht het geliefde concert zelfbewust en technisch volkomen competent, en was ook zeer betrokken bij de orkestrale begeleiding. In de expressie alterneerde ze tussen verfijnd delicaat en voluptueus meeslepen, ondertussen elegant en zwierig bewegend als een ballerina die telkens haar spitzenwerk demonstreert.

Concert: Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Valery Gergjev m.m.v. Janine Jansen, viool. Programma: C. Debussy: Prélude à l'áprès-midi d'un faune; M. Bruch: Vioolconcert; H. Berlioz: Symphonie fantastique. Gehoord: 7/3 De Doelen Rotterdam.