Pinda's, poep en restaurants

`Poep-Chinezen' noemden Nederlanders de Kantonese zeelieden die zich begin twintigste eeuw hier vestigden. Afkomstig uit arme, nauwelijks ontwikkelde kustgebieden van de provincie Guangdong, waren zij onbekend met het fenomeen wc. Ze deden hun behoefte op straat.

In de jaren twintig en dertig kwamen andere Chinezen naar Nederland: handelaren uit Zhejiang en Fujian, op de vlucht voor armoede en de Japanse invasie. Zij werden gastarbeiders avant la lettre. Toen in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog een economische crisis woedde, probeerden veel van deze Chinezen te overleven door de verkoop van pinda's (`Pinda-Chinezen'). Na de onafhankelijkheid van Indonesië (1949) stroomden opnieuw enkele duizenden etnische Chinezen naar Nederland. De grootste groep kwam in de jaren zeventig: `Restaurant-Chinezen' uit China en Hongkong. Momenteel wonen naar schatting 70.000 geregistreerde Chinezen in Nederland. Hun gemeenschap geldt als `introvert en geïsoleerd'. Van integratie is beperkt sprake. Vooral Chinese vrouwen staan bekend als `oosterse oesters'.

Uit een onderzoek `Arbeid, zorg en maatschappelijke participatie – een verkenning van de positie van Chinese vrouwen uit de eerste generatie – blijkt dat er sprake is van een `vergeten' groep in de Nederlandse samenleving. Deze vrouwen kwamen als volwassenen naar Nederland en hadden vrijwel geen onderwijs genoten. Omdat de Nederlandse overheid de Chinezen nooit heeft erkend als minderheid, maken zij geen aanspraak op ondersteuning in het kader van het minderhedenbeleid.

Misschien komt daar binnenkort verandering in. Het kabinet beslist binnen een maand over een voornemen van minister Van Boxtel (Grotestedenbeleid) om jaarlijks met de Chinese gemeenschap te overleggen en hun elk jaar circa twee ton te geven. Of het kabinet de Chinezen officieel zal erkennen als minderheid is een aparte vraag, zegt een woordvoerder. ,,Alleen de eerste generatie heeft in Nederland problemen. De tweede generatie bereikt op school en in de huisvesting nagenoeg hetzelfde als autochtone Nederlanders. Voor hen lijkt apart beleid niet nodig.'' In tegenstelling tot wat de Nederlanders over Chinezen denken is de Chinese gemeenschap niet hecht. Zij kunnen elkaar vaak niet verstaan. De een spreekt Mandarijn, de ander Kantonees. Mede door hun geringe kennis van de Nederlandse taal en cultuur verrichten Chinese vrouwen slecht betaald werk, dat fysiek inspannend is. Werkpaarden, makkelijk vervangbaar. Er is echter dringende behoefte aan een goed functionerend emancipatiebeleid. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat Chinese vrouwen in Nederland actief worden. Zij beseffen dat er wat moet veranderen. Alleen weten ze niet hoe. Zij krijgen geen professionele ondersteuning. De Chinese vrouwenorganisaties zijn nog amateuristisch.