Oost-Europa niet te snel in muntunie

Het proces van toetreding van de groep Midden- en Oost-Europese staten tot de Economische en Monetaire Unie verloopt veel te snel. Aansluiting van deze landen bij de gezamenlijke Europese munt kan ,,buitengewoon schadelijk'' uitpakken voor de stabiliteit van de euro.

Die waarschuwing uit de president van De Nederlandsche Bank, A. Wellink, vandaag in deze krant.

Volgens hem zorgt ,,politieke dynamiek'' er momenteel voor dat het tempo voor EMU-deelname van kandidaatlanden als Polen, Hongarije, Tsjechië, Slowakije of de Baltische staten te hoog ligt. Dat brengt, zowel voor de economieën van deze landen zelf als voor de waarde van de euro, grote risico's met zich mee, vindt Wellink. ,,De politiek moet zich realiseren dat toetreding tot de muntunie nu echt te snel gaat.''

Hij noemt de EU-criteria waaraan de landen moeten voldoen om mee te mogen doen aan de euro ,,beperkt en onvolledig''.

Wellink: ,,Je kan met mooie cijfers op het gebied van inflatie, begrotingscontrole, rente en een stabiele wisselkoers toch nog een economie hebben die niet goed functioneert. Kijk bijvoorbeeld naar Azië, waar de boel in elkaar klapte omdat de wisselkoers kunstmatig werd vastgehouden.''

De president van De Nederlandsche Bank wijst erop dat economische aanpassingen in de betrokken landen grote offers vragen: ,,Kan men de sanering sociaal aan, is er voldoende personeel en infrastructuur om een economische boom op te vangen? Zo'n omvorming heeft een generatie nodig.''

De Europese Unie eist nu dat landen na toetreding tot de unie in ieder geval twee jaar een stabiele wisselkoers ten opzichte van de euro moeten hebben gehad. Pas daarna mogen ze meedoen met de Economische en Monetaire Unie. Die termijn is volgens Wellink echter te kort. De centrale bank ziet veel meer in een geleidelijke monetaire aanhechting, door middel van het Europese wisselkoersarrangement ERM. Daardoor krijgen landen meer tijd om hun wisselkoers aan te passen en uiteindelijk de euro in te voeren.

Binnen De Nederlandsche Bank verbaast men zich erover dat er in Nederland geen discussie is over de EU-uitbreiding en de daarmee samenhangende risico's voor de euro. Te snelle toetreding van landen met economische achterstand, zou destabiliserend voor het hele eurogebied kunnen blijken.

Directeur monetaire zaken H. Brouwer van De Nederlandsche Bank noemt het ,,onvoorstelbaar'' dat politici luchtig doen over de toetreding van de Midden- en Oost-Europese landen. ,,Ik begrijp werkelijk niet dat ik geen politicus hoor zeggen: die landen toetreden tot de muntunie? De eerste jaren hoeven we daar zelfs niet over te praten'', aldus Brouwer.

    • Joost Oranje