Nummer 4634225 heeft geen kiestoon

,,Heb je iets meegenomen uit Holland? Een cadeau ofzoiets?'' De ambtenaar van het ministerie van Openbare Informatie kijkt met gulzige ogen naar mijn hand die in mijn schoudertas rondzoekt. ,,Nee, heb jij iets voor mij? `', vraag ik op mijn beurt. Nee, dat heeft hij niet. Vermoedelijk is mijn principiële opstelling geen steekpenningen voor de overheid – de reden dat ik al enkele jaren wacht op mijn accreditatie als buitenlandse journalist bij de Government of India, en negentien keer op hetzelfde kamertje zat te wachten. Maar, geen paniek, hij zou wel even gaan rondbellen. Misschien morgen terugkomen? Of anders volgende week nog even?

Niets had geholpen. Geduldige vriendelijkheid, jasje aan, even babbelen over de glorietijd van het Indiase cricket. Zijn directe baas was, behalve die ene keer dat ik mijzelf in een rode waas had verloren omdat mijn kilo formulieren opnieuw was verdwenen in het papieren labyrint van het gebouw, vooral onvindbaar geweest of out of station. Mijn uitbarsting was gekomen nadat bhai sahib Mohanty had gezegd dat hij een vierde brief van de hoofdredacteur in Netherland nodig had voordat er schot in de accreditatie kon komen.

De muren van het gebouw van de Public Information Bureau aan de Rajendra Prasad Road, een brede straat in het ooit majestueuze centrum van New Delhi, waren steeds iets verder afgebladderd. De vetvlekken op de muren binnen – afdrukken van de hoofden van hordes lage, doelloos wachtende, besnorde ambtenaren waren in de loop van de maanden donkerder, vetter geworden. Uit de blazende aircontioning kwam nog steeds dezelfde warme lucht van buiten. De rode vlekken van betelnoot-spugende ambtenaren op de muren van het trappenhuis rukken onverstoorbaar op.

Wie niet wil buigen voor de Indiase samenleving, moet sommige zaken ontberen. Bijvoorbeeld poststukken, als de postbodes geen baksheesh krijgen tijdens de eindeloze rij aan Indiase feestdagen. Multicultureel als India van oudsher is met zijn honderden volkeren en talen alle grote religies zijn er met tientallen miljoenen gelovigen vertegenwoordigd heeft ieder zijn eigen officiële feestdagen. Voor een hindoeïstische postbode betekent dat niet dat id of kerstmis geen feestdag is.

Eén keer per maand staar ik naar het koperdraadje dat van een zijmuur aan het huis naar een half-omgereden en door een dradenmassa half aan het oog onttrokken paal leidt. Behalve telefoongesprekken moeten zich er dagelijks enkele tienduizenden kilobytes doorheen zien te wurmen. Soms blijft de kiestoon weg. Voorspelbaar is een dode telefoon na diwali, de belangrijkste feestdag van de hindoeïstische meerderheid.

Zonder een fooi van vijftig rupees (2,50 gulden) is de reparatie ingewikkelder dan het zich liet aanzien (`Big problem, sahib') en moet ik een dag na de reparatie opnieuw op zoek naar de heer Singh, de telephone-wallah van het woonblok. Gelukkig is hij niet moeilijk te vinden, want als hij niet in één van de telefoonpalen hangt, speelt hij kaartspelletjes met de taxichauffeurs op de hoek. Als hij er niet is, willen de chauffeurs voor een kleine vergoeding, tien rupees, maar het mag ook ietsje meer zijn, wel aan hem doorgeven dat er geen kiestoon meer is bij het nummer 4634225.

Als stuwdammen de tempels van het moderne India zijn, zoals Jawarlal Nehru ooit zei, dan zijn elektriciteits- en telefoonpalen de aardse symbolen van het land. Hier staat hij op de hoek van een servants-straatje achter het huis. Het is het straatje waar middenklassefamilies hun bedienden in en uit laten en waar zij zelf hun afval kunnen achterlaten. Bij een stevige moessonbui knalt de paal vonken, vuur en rook. De paal talloze Indiase dorpen hebben er een paar, al werken ze meestal niet – staat voor de Indiase vooruitgang, maar ook voor zijn beperkingen. De heer Singh houdt de paal in leven met touwtjes, stokjes, plakbandjes met nietjes desnoods. Maar eens per dag, voor een periode van een uur, drie uur of vijf uur, houdt alles ermee op en heeft niemand stroom. Soms komt het in de krant. De rijken zetten hun generatoren aan, de armen gaan in de schaduw zitten.

Een telefoon- of stroomstoring is zoals alles in India: het gebeurt gewoon. En het houdt wel een keer op. Of niet. En dan moet er gewoon weer iemand betaald worden.

    • Rob Schoof