Nacht in de Stad

Behalve de low budget-serie Lolamoviola produceert de VPRO ook zogeheten single plays, op zich zelf staande televisiedrama's voor een normale prijs. Bij het zondag uitgezonden Nacht in de Stad mocht de al sinds zijn eindexamenfilm Horror vacui (1993) `veelbelovende' regisseur Boris Paval Conen voor het eerst een beetje in de bus blazen, en dat valt aan het resultaat af te zien.

Voor het eerst kan Conen echt laten zien wat hij waard is. Nacht in de Stad kwam tot stand met dezelfde medewerkers (cameraman Danny Elsen, scenarioschrijver Arend Steenbergen en muziek van Sound Palette) als Conens low budget-bioscoopfilm Temmink, maar nu krijgt zijn inventieve vormgeverstalent adem, en daardoor vleugels.

Er zijn maar weinig regisseurs in Nederland die zo goed uit de voeten kunnen met een anti-realistische vorm. Het verhaal van Nacht in de Stad speelt zich af in een door versnelde wolken, kathedralen van moderne woonarchitectuur en zoetige kleuren gedomineerde woon-slaapstad, het domein van telewerker Ivar (Mark Ram, een acteur om in de gaten te houden) en zijn huisje-boompje-beestje-vriendin Sylvia (Nadja Hüpscher, goed in een ondankbare rol). Maar 's nachts pakt Ivar de door een mysterieuze Jim van der Woude bestuurde pont over de rivier naar de Grote Stad, waar in een voormalige kerk gefeest wordt in een roes van muziek en beweging, totdat hij tegen de ochtend steels terug in bed kruipt bij Sylvia.

Door muziek voortgestuwde filmscènes zijn al zeldzaam in de Nederlandse cinema, maar ook aan de slaapkant van de rivier goochelt Conen de ene visuele vondst na de andere tevoorschijn.

Het wordt hoog tijd eens te onderzoeken waarom zo veel jonge Nederlandse regisseurs, die in de bioscoop op z'n best adequate prestaties leveren, hun pareltjes bewaren voor originele televisiedrama's. Of zou het zuiver een kwestie van budget zijn?

Nacht in de Stad (Boris Paval Conen, Nederland, 1999), zondag, Ned.3, 20.50-21.45u.