Meester van de munt

De Nederlandsche Bank was decennialang de betrouwbare hoedster van de gulden. Maar met de komst van de euro verandert alles. Wat doet men eigenlijk aan het Frederiksplein nu de rente in Frankfurt wordt bepaald? Zes weken achter de schermen van de centrale bank. `Dit is Europa, we kunnen niet meer terug.'

Er is eiersalade met verse asperges.

Stukjes Chaumes en Kernhem.

Helder bouillonnetje vooraf.

Daarentegen: geen wijn, stokbrood of ciabata's, maar gewoon melk, bruine boterhammen en roggebrood. De directie van De Nederlandsche Bank (DNB) luncht zoals de instelling is: chique, maar niet tè. Waag het niet om DNB'ers zelfs maar te plagen met overdreven luxe. Maak bijvoorbeeld nooit een flauwe verwijzing naar Jacques Attali, de voormalige topman van de Oost-Europabank, die op kantoor marmeren vloeren liet aanleggen en zo symbool werd van een doorgeschoten ambtelijke elite. Dàt, zo zeggen ze bij DNB, zou bij ons nooit gebeuren. Gezag is natuurlijk belangrijk. Maar overmatigheid en dikdoenerij: geen sprake van. Dat past niet bij een centrale bank. En dat past zeker niet bij de Nederlandse centrale bank.

Ter illustratie trekken DNB'ers graag vergelijkinkjes met collega's in Europa. Voorbeelden te over. De kunstcollectie in huis bevat inderdaad bijzondere stukken, zoals een paar Breitners. Maar ooit wel eens bij de collega's van de Bank of England of de Banco de España gekeken, waar de Turners en de Goya's aan de muren hangen? Geïmponeerd door de ruime directievleugel aan het Frederiksplein? Vast nog nooit ontvangen in het onderkomen van de Banque de France, waar zelfs de directiebode aan een bureau van Talleyrand zit. Onder de indruk van het rustiek gelegen DNB-opleidingscentrum De Pauwenhof op de Veluwe en het eigen tennispark aan de Amstel? Zeker nimmer een nachtje overgebleven in de buitenverblijven van de Banca d'Italia, vlak buiten Rome of Perugia. Men wil maar zeggen: overmatig chic zijn we niet bij DNB.

Wat is men dan wel? Werknemers beantwoorden die vraag graag met één woord: uniek. Waar vind je een omgeving waar mensen aan de lopende band bankbiljetten sorteren terwijl twee verdiepingen hoger de afdeling wetenschappelijk onderzoek een Engelstalig lunchseminar houdt over de betaalbaarheid van pensioenen? Waar wordt onder één dak monetair beleid gemaakt, toezicht op het bankwezen gehouden en goudbroodjes in de schappen gelegd?

Een onafhankelijk orgaan met onweersproken gezag. Onder politieke verantwoordelijkheid van de minister van Financiën, maar tegelijk met de opgeheven vinger naar die minister toe als de regering te veel geld uitgeeft. Een orgaan dat graag boven de partijen zweeft, maar daardoor ook ,,ivoren toren-gedrag'' vertoont. Oud-DNB'er en tegenwoordig hoogleraar economie Kees Koedijk: ,,Ze zijn goed, maar vervullen te weinig een initiërende rol. Een centrale bank moet eigenlijk een voortdurende ideeënuitwisseling met de academische wereld hebben en daar schort het aan.'' Een andere ex-werknemer: ,,Wat er in de buitenwereld gebeurt is voor DNB'ers niet belangrijk, waar het hun om gaat is dat de president een goede notitie krijgt.''

Die president, Nout Wellink, is best bereid te erkennen dat zijn instelling ,,af en toe de trekken van een glazen huis vertoont''. Maar, onderstreept hij aan de lunchtafel in de directievleugel, de tijden veranderen en de bank ook. Het opgeven van de `eigen' gulden en de komst van de euro heeft een dynamiek in gang gezet die onstuitbaar is en de bank dwingt de blik naar buiten te richten. Eén betalingsverkeerssysteem, grensoverschrijdende fusies in de financiële wereld, steeds meer toezichthouders, Europees in plaats van nationaal denken. Wellink: ,,We kunnen het nauwelijks bijhouden.''

Maar twee dingen staan voor de DNB-directie vast: zoiets als de euro maken we nooit meer mee. En: we hebben dat goed gedaan. Want waren het niet de centrale bankiers die onafhankelijkheid van de bankpresidenten in het stelsel van Europese centrale banken veiligstelden? Strenge criteria er doordrukten? Invloed van politici aan banden legden? Wellink: ,,Een stevig bouwwerk is voltooid.'' Maar is DNB daarmee eigenlijk niet uitgebouwd? Daarover later meer.

Eerst terug naar de vraag wat voor mensen DNB'ers eigenlijk zijn. Op het nauw gelieerde ministerie van Financiën klinkt nog wel eens een zweempje jaloezie: DNB'ers zijn goed gehonoreerde werknemers (president Wellink verdient 739.500 gulden bruto per jaar, de andere drie directieleden 590.800, onderdirecteuren rond de 250.000, afdelingsdirecteuren tot 200.000 of meer, los van de uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden) die noch de tucht van de politiek, noch de tucht van de markt voelen. Het zijn, meesmuilen ze op Financiën, eigenlijk ambtenaren met de makkelijkste baantjes van het land.

Zeg dat nooit hardop bij DNB.

,,We zijn geen ambtenaren, we zijn overheidsdienaren die dicht bij de markt staan'', corrigeert Henny van der Wielen, onderdirecteur betalingsverkeer, reeds dertig jaar bij DNB en met zeshonderd mensen onder zich één van de twee vrouwelijke topfunctionarissen bij de bank. Subtiel volgt een retorische wedervraag: ,,U ziet ons als een louter publieke instelling?'' Ze laat even een stilte vallen. Dan, gedecideerd: ,,Dat is maar ten dele waar. Natuurlijk hebben we publieke belangen te verdedigen. Maar we opereren ook op de commerciële markt. Kleine en middelgrote banken bankieren bijvoorbeeld bij ons, maar zouden dat ook bij de grootbanken kunnen doen. Op dat vlak moeten we gewoon de concurrentie aan.''

Voor een DNB'er zijn er eigenlijk drie categorieën: de ambtenarij, het bedrijfsleven en centrale bankiers. Een DNB'er ,,hangt tussen markt en overheid'', weet Jacqueline Rijsdijk, die andere vrouwelijke onderdirecteur, verantwoordelijk voor personeel en organisatie. Ze schept een lepeltje zelfmeegebrachte granenkoffie in haar kopje, wijst lachend op het fel roze meubilair in haar kamer (,,dat verlost je meteen van het vooroordeel over grijze pakken hier'') en maakt vervolgens een treffende vergelijking: ,,DNB is het omgekeerde van het domme blondje: bij haar is de verpakking goed, maar de inhoud niets; bij ons is de inhoud goed, maar het beeld stoffig.'' Een verkeerd imago dus, geeft ze toe: ,,En dat moeten we veranderen.'' Volgt een lofzang op ,,de inhoudelijke omgeving'' en ,,de kwaliteit van het leven'' binnen DNB: ,,Toen ik m'n eerste kind kreeg, zaten er wel zeven afdelingsdirecteuren aan m'n kraambed.'' Natuurlijk, ook zij heeft wel eens aanbiedingen gehad waarvan ze dacht: ,,nou Rijsdijk, daar gaan we voor''. Auto met chauffeur, gigantisch salaris, tweeduizend mensen onder je. ,,Maar dan dobberde ik peinzend in bad en dacht: nee. DNB geeft kwaliteit en inhoud, maar ook balans tussen werk en privé. We werken hard, maar gaan niet op zondagavond, zoals in het bedrijfsleven, alvast wat dossiers voor de week doornemen. Aan die flauwekul doen we hier dus niet mee.''

Zou dat de reden zijn dat in de DNB-dealingroom de bij handelaren in de financiële markten zo populaire antistressknijpballen nergens naast de beeldschermen staan? Op de afdeling financiële markten, waar de reserves van DNB worden belegd of stukjes goudvoorraad worden verkocht, heerst een bijna serene rust. Traders kijken verveeld in de beeldschermen, telefoons blijven opvallend stil. Toch noemt directeur Jos Heuvelman zijn afdeling ,,de meest sexy van de bank''. Natuurlijk, handelen met publiek geld doe je voorzichtiger dan in de dealingroom van een commerciële bank gebeurt, maar dat betekent niet ,,dat wij de markt niet proeven''. DNB een hiërarchische parafencultuur? Met vooral oudere heren in grijze pakken? Die de bureaucratie tot kunst hebben verheven?

Kom er niet mee aan bij Heuvelman, zelf net terug uit Dubai waar hij met de belangrijkste marktpartijen in de goudhandel heeft vergaderd. In de razend snel veranderende wereld van het geld, zo betoogt hij, is helemaal geen plaats meer voor ,,oudere bureaucraten''. ,,Wij dertigers rule the bank!'' Denk niet dat hij alleen maar ,,brainbaasjes'' op zijn afdeling heeft rondlopen: ,,Ik wil ook Albert Cuyp-redeneringen horen'', aldus Heuvelman die graag zijn liefde voor de publieke zaak belijdt: ,,Ik maak me niet zo druk over de winst van ABN Amro. Maar de winst van de BV Nederland, daar kan ik op een verjaardagsfeestje mee aankomen. Deze week weer vijftig miljoen belastinggeld voor jullie bespaard, zeg ik dan.''

Heuvelman is een van vele dertigers en jonge veertigers vlak onder de DNB-top. Verjonging van de staf is een van de veranderingen die de laatste jaren zichtbaar wordt. Maar ook de sfeer is aan het omslaan. Minder intern gericht, minder hiërarchisch. De tijd dat oud-president Jelle Zijlstra de ochtendkranten na lezing blind over de schouder zijn werkkamer ingooide, waarna een bode ze snel opraapte, is definitief voorbij. En als je als jonge medewerker tegenwoordig een artikel in het kwartaalbericht schrijft, mag je het zelf in de directievergadering toelichten en hoef je niet stil in een hoekje toe te kijken terwijl jouw chef het woord doet.

Maar de sfeer bij DNB mag dan veranderen, de kerntaken (betalingsverkeer, toezicht op het bankwezen, bepalen van het monetaire beleid) veranderen ook. De komst van de euro en de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt hebben ervoor gezorgd dat landelijke centrale banken feitelijk een soort bijkantoor met wat operationele bevoegdheden zijn geworden. Het echte werk, de bepaling van het monetaire beleid, gebeurt niet meer op de eerste verdieping aan het Frederiksplein, maar twee keer per maand in Frankfurt, als de elf `euro-bankpresidenten' bij elkaar komen. Die vergaderingen zijn ijkpunten geworden in de DNB-organisatie. Op het moment dat Nout Wellink, met centimeters aan stukken en zijn onafscheidelijke blikje cola light, in de dienstauto stapt voor de rit naar Duitsland, heeft men op het Frederiksplein een omvangrijke overlegcarrousel achter de rug ter voorbereiding van de ECB-bijeenkomst.

Die carrousel begint altijd op een maandag te draaien, tijdens het zogenoemd `agendaoverleg', waarin diverse afdelingen de punten voor `Frankfurt' doorpraten. In een zaaltje zitten zes, voornamelijk jonge mannen, keurig in pak, met aantekenblok en agenda. Geen flauwe grapjes, geen prietpraat. Snel worden de onderwerpen langsgelopen, voorgezeten door de oorspronkelijk van ABN Amro afkomstige Paul Cavelaars (31). Hij stapte over naar DNB om ,,dichter bij het vuur van het beleidsmaken'' te zitten en dat is precies waar hij in deze vergadering mee bezig is. ,,Wij zorgen ervoor dat Wellink goed voorbereid naar Frankfurt afreist'', vertelt Cavelaars. ,,In de ECB wordt bijvoorbeeld over de rente besloten aan de hand van discussies en economische modellen. Wij leveren iedere twee weken daarvoor de substantie.''

Voor de ECB-vergadering zijn er op het Frederiksplein de volgende bijeenkomsten: Het genoemde agendaoverleg. Interne bijeenkomsten bij de afdelingen. Een aparte vergadering met de directeur monetaire zaken. Nog één met de voltallige directie. En dat elke twee weken.

Tijd voor een provocerende opmerking: is al die inspanning uit het kleine Nederland aan het grote euroland wel zo nuttig?

Verbijsterde blik achter twee ronde brillenglazen.

Toch niet weer zo iemand die denkt dat DNB opgeheven kan worden nu de euro er is? Het is een vaakgehoorde stelling die binnen de bank met nauw verholen ergernis wordt weersproken. Maar president Wellink (,,Ik hou geen pr-praatje hoor'') doet z'n best: ,,Natuurlijk verwatert de invloed van DNB. Maar goed beschouwd heb ik nu meer macht dan vroeger. In theorie hadden we toen wel een eigen beleid, maar de praktijk was dat we altijd de Duitse mark volgden. Nu heb ik, maar bijvoorbeeld ook mijn Luxemburgse collega, in de ECB een net zo grote stem als de Duitse bankpresident.'' Dat heeft in de korte tijd dat de euro er is, vertelt Wellink, al tot opmerkelijke situaties geleid. ,,Als de Duitsers zeggen: wij vinden het niet nodig de rente te verhogen, kan het desondanks tòch gebeuren. De Europese monetaire economie is een mozaïek geworden met allemaal even grote steentjes. Dat is heel bijzonder.''

Carel van den Berg, plaatsvervangend hoofd van de afdeling monetair en economisch beleid, wil het graag even uittekenen. Hij pakt een potlood en trekt een verticale lijn door het midden van het papier (spottend: ,,Ja, ja, hier heb ik over nagedacht''). Links afdelingen die overblijven na de euro: begrotingsbeleid, statistiek, betalingsverkeer, structuur nationale economie. Rechts afdelingen die ,,enigszins parallel werken''(hij zegt natuurlijk niet: ,,overbodig worden''): monetair beleid en internationaal werk. ,,Valt mee, toch?'' Maar: als je verscheidene centrale banken in elkaar schuift, wat door de euro in feite gebeurt, dan kan, nee, dan moet het toch allemaal efficiënter en kleiner?

Minzame lach.

,,Toen er over de euro was besloten, dacht ook ik: nu is alles af. Maar dat gevoel duurde precies één dag.'' Enthousiast vertelt hij over de ,,vele verzoeken uit Frankfurt'', de committees, subgroepen en werkgroepen. ,,Afstemming van monetair beleid geeft alleen maar méér werk.''

Dat blijkt. In al die vergaderingen hoor je bijvoorbeeld de volgende opmerkingen:

,,Dit wordt besproken in de brede samenstelling en dan komt het weer terug.''

,,Hopelijk dat dit punt agendapunt wordt voor de komende agenda.''

,,In mijn werkgroep zullen we er wat omheenzeilen.''

Dit zijn de krochten van het Europese monetaire vergadercircuit. Notulen komen, keurig gerangschikt, in blauwe dossiermapjes. Deelnemers vinken agendapunten af. Bladeren in notities die titulatuur en alle voorletters van de eigenaar dragen. Paraferen. Discussiëren en passant over de vraag of bedragen in het jaarverslag in euro's of guldens moeten worden uitgedrukt (oplossing: een nieuwe notitie). Of er een Europees logo, een common reference, op dat jaarverslag moet komen (oplossing: nog een nota ,,met pro's en con's''). Haasten zich naar het volgende overleg waar gele vulpotloden en schrijfblok op vloeibladen klaar liggen. Zo hou je elkaar wel aan de gang, zou je zeggen.

Henk Brouwer, directeur monetaire zaken, schiet in de lach bij het horen van bovenstaande beschrijving. We zitten, voorafgaand aan de tweewekelijkse ECB-vergadering, in de salon van de Frankfurter Hof, overnachtingsplaats voor de fine fleur van monetair Europa. Brouwer is, als voormalig topambtenaar, thesaurier-generaal en lid van de Philips-top, gepokt en gemazeld in het circuit. Moeiteloos onderbreekt hij anekdotes uit zijn carrière om even de passerende Griekse bankpresident te begroeten. ,,Het bijkantoor van Frankfurt-verhaal'' vindt hij onzin, alleen al omdat je als centrale bank de `waakhondfunctie' (Wächterfunktion, noemde oud-Bundesbank-president Tietmayer dat altijd) over het binnenlands begrotingsbeleid niet mag verliezen. Bovendien: stabiliteit voor de euro is slechts te bereiken als alle deelnemers invloed houden, hoe klein ook. En die invloed dwing je af met kwaliteit, gezag wordt bepaald door de inbreng van Wellink in de ECB en dus is het belangrijk dat die intensieve voorbereiding aan het Frederiksplein er iedere keer weer is. Bureaucratie, vergaderingen in werkgroepen, continu overleg onder invloed van de diverse Europese machtssferen: het hoort er allemaal bij. Brouwer: ,,Is dat ambtelijk? Ja. Is dat stroperig? Ongetwijfeld. Kan dat efficiënter? Waarschijnlijk wel. Maar nu de kernvraag: kan het anders? Antwoord: nee. Met de euro en de Europese integratie hebben we voor dit model gekozen en dan betaal je dus ook een prijs.''

Hij ziet vanuit zijn ooghoek de Deense bankpresidente de Frankfurter Hof binnenwandelen. ,,Eén seconde'', excuseert hij zich, om de Deense – nog geen deelnemer aan de euro – snel te vertellen dat hij ,,stiekem'' wat Nederlandse euromuntjes voor haar heeft meegenomen. Grijnzend: ,,Daar had ze om gevraagd, kunnen ze er alvast aan wennen.'' Waarmee de toekomst als thema is aangesneden, een toekomst waarin meer landen zich eventueel bij de muntunie zullen aansluiten. Voor Denemarken en de binnenkort toetredende Grieken zal dat niet zo'n probleem opleveren, verwacht Brouwer, maar hij noemt het ,,onvoorstelbaar'' dat politici (,,met slechts hun geopolitieke noties'') zo luchtig doen over de toetreding van een groot aantal Midden- en Oost-Europese landen. ,,Ik begrijp werkelijk niet dat ik geen politicus hoor zeggen: die landen toetreden tot de muntunie? De eerste jaren hoeven we daar zelfs niet over te praten.'' En ook Wellink vreest dat de mars naar de euro voor landen als Polen, Hongarije of Slowakije ,,door de politieke dynamiek veel te snel gaat''. Hij wijst er op dat aanpassing van de lokale economieën zo ingrijpend is dat dat ,,buitengewoon schadelijk'' kan zijn voor de landen zelf, maar ook voor de stabiliteit van de euro. ,,Kan men de sanering sociaal aan, is er voldoende personeel en infrastructuur om een economische boom op te vangen? Zo'n omvorming heeft een generatie nodig.''

Maar in het toetredingsverdrag staat toch dat deze landen zich twee jaar lang aan strenge criteria moeten houden voordat ze mee mogen doen? Wellink: ,,Dat zegt allemaal niet zoveel. Je kan met mooie cijfers op het gebied van inflatie, begrotingscontrole, rente en een stabiele wisselkoers toch nog een economie hebben die niet goed functioneert. Kijk bijvoorbeeld naar Azië, waar de boel in elkaar klapte omdat de wisselkoers kunstmatig werd vastgehouden. Nee, de termijn van twee jaar is te kort en de criteria zoals die er nu liggen zijn beperkt en onvoldoende voor toetreding. Ik denk dat deze landen wel kunnen aansluiten bij de Europese Unie, maar dat de politiek zich moet realiseren dat toetreding tot de muntunie nu echt te snel gaat.''

Zo kennen we de bankpresident. Waakzaam. Sommerend. Streng. Terug op zijn werkkamer in Amsterdam de vraag of hij eigenlijk niet somber is over de euro. Tenslotte gaat het met de Europese munt niet zo goed: de koers staat voortdurend onder druk en stabiliteit is in de toekomst dus verre van gegarandeerd. Maar heimwee naar de gulden is zinloos. Wellink: ,,Dit is Europa, we kunnen niet meer terug.'' Dan, onomwonden: ,,Eigenlijk doe ik zelf hard mee met die verwatering van de DNB-invloed op het monetaire beleid in Europa. Natuurlijk probeer ik de Nederlandse belangen te verdedigen, maar als een van de ECB-bankpresidenten ben ik óók verantwoordelijk voor heel Euroland.''

Hij nipt nog maar eens aan zijn blikje cola light. ,,Weet u wat het is? De ultieme tweeslachtigheid, dat ben ik.''

Dit is het eerste deel van een tweeluik over De Nederlandsche Bank. Het tweede deel, vooral over het toezicht, verschijnt volgende week in het economiekatern.

Wellink: Eigenlijk doe ik zelf hard mee met de verwatering van onze invloed

Het roze meubilair verlost je meteen van het vooroordeel over grijze pakken