Kenniseconomie

Op heldere wijze wordt de huidige sociaal-liberale eendracht gedemonstreerd in het artikel over Europa en de economische vernieuwing van premier Kok en minister Jorritsma in deze krant van 22 maart. De twee centrale begrippen in hun pleidooi voor `meer economische groei, meer werkgelegenheid en meer sociale cohesie' zijn: internationalisering en informatietechnologie. Deze begrippen zijn in de optiek van de beide auteurs de sleutel tot een grotere welvaart en een sterkere sociale samenhang binnen Nederland en binnen de Europese Unie. Vervolgens concentreert het artikel zich op de brede invoering van de informatietechnologie binnen het onderwijs. De Verenigde Staten zijn de absolute, vooruitstrevende norm waaraan het Nederlandse en Europese beleid dient te worden getoetst.

De Nederlandse burger zou van twee zulke vooraanstaande politici als Kok en Jorritsma meer hebben mogen verwachten. Tenminste hadden zij enkele vragen kunnen plaatsen bij de gevolgen die een tot in het extreme doorgevoerde informatietechnologie zou hebben. De E-post (e-mail) ontaardt meer en meer tot een diarree van loze berichten waar een mens moeizaam doorheen moet ploegen. Het woord `informatie' klinkt prachtig maar het maakt de discussie naar het nut en de mogelijkheden van de verwerking hiervan niet overbodig. Laten we uitkijken voordat we onze beproefde vormen van onderwijs op school en aan de universiteit overboord kieperen.

Hoe is het met het aankweken van morele normen bij jonge mensen gesteld, wanneer de commercie het aanbod van Internet beheerst? Daar geven Kok en Jorritsma geen antwoord op. Misschien zal het hun worst zijn welke ethische keuzes de Nederlandse burger maakt, zolang hij maar naar het beeldscherm koekeloert. Een niet minder fundamentele vraag geldt het veronderstelde voorbeeldkarakter van de VS. Elke kenner daar kan vertellen dat de sociale cohesie in dat land juist een zeer groot probleem is. De Amerikaanse steden zijn toonbeelden van sociale desintegratie. Wij Europeanen zouden zo verstandig moeten zijn om gedegen te onderzoeken wat we precies willen met onze cultuur en welke de effecten zijn van informatie-technologische veranderingen op onze arbeid, op ons gezinsleven en op ons onderwijs. Een beetje meer afstand van de waan van de dag en reflectie op de gevolgen van het nagestreefde beleid zijn toch wel het minste dat we van onze regeerders mogen verwachten.