In de dinktink

Ten stadhuize in Rotterdam is donderdag een college geïnstalleerd dat tot taak heeft ,,niet meer of minder dan een waakhond van Rotjeknor'' te zijn, zoals De Telegraaf het plastisch omschreef. De officiële naam van de waakhond van Rotjeknor luidt Taakgroep Sociale Infrastructuur, voorgezeten door de psycholoog René Diekstra (en nu niet meteen weer over dat plagiaat gaan zeuren!). De rol van zijn `taskforce' werd door Diekstra als volgt omschreven: ,,Samen met een zestal andere onafhankelijke denkers word ik een soort klokkenluider van de havenstad. Wij kijken de gemeente op de vingers, houden nauwlettend in de gaten of de deelraden en B en W zich aan het uitgestippelde beleid houden op sociaal terrein.''

Soms ben ik erg naïef. Ik verkeerde namelijk in de veronderstelling dat zich al 45 personen op het Rotterdamse stadhuis met deze gewichtige opdracht bezighielden. Ik roep Thorbecke aan als getuige dat het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad, dat wil zeggen de gekozen volksvertegenwoordiging, behoort om datgene te doen waar nu de taskforce van Diekstra zich mee gaat belasten. In feite wordt de gemeenteraad vervangen door een benoemde vroedschap. Op alle wezenlijke onderdelen van het gemeentebeleid – Diekstra noemt achterstandwijken, problemen met allochtonen, maar ook het verhogen van de veiligheid op straat – gaat de taskforce het werk van de gemeenteraad overnemen.

Vigilat ut quiescant. De club van Diekstra gaat waken opdat de raad kan blijven slapen, zoals hij onder burgemeester Peper zestien jaar lang geslapen heeft. Toch blijkt het geen specifiek Rotterdamse aangelegenheid te zijn. In alle grote steden komt zo'n taskforce. Dit als uitvloeisel van het Grote-Stedenbeleid van minister Van Boxtel. De kleine comités van onafhankelijke denkers gaan `op sociaal terrein' – een begrip dat tevens de veiligheid en dus de openbare orde, maar eigenlijk het totale gemeentelijke beleid blijkt te omvatten – de gemeenteraden overbodig maken.

Diekstra's taakomschrijving is letterlijk die van een vertegenwoordigend lichaam. De bestuurders van de grote gemeenten moeten zich volgens hem verantwoorden aan de hand van vragen als: hoe goed zijn de plannen (voor meer veiligheid op straat) werkelijk? Wat leveren ze op? In hoeverre sluiten ze aan bij wat de mensen werkelijk nodig hebben?

Einde van de lokale democratie. ,,Rotterdam wil zich graag in de kaart laten kijken door mensen die geen enkel belang in de stad hebben'', zegt Diekstra. De opschepperige kwalificaties – belangeloos, onafhankelijk, denkers – houden het vonnis in over de gekozen politici: hebzuchtig, opportunistisch, dom.

Het opvallendste lid van de nieuwe niet-gekozen Rotterdamse vroedschap is Felix Rottenberg, ras-Amsterdammer, Leidsestraat-watcher, netwerker en schaduwburgemeester van de hoofdstad, geprivatiseerd politicus die het ouderwetse vehikel van een politieke partij (hij was voorzitter van de PvdA) heeft ingeruild voor het modernere vehikel van de televisie. Als Rottenberg op de Amsterdamse zender AT5 zijn talkshow Duivels presenteert, is nooit duidelijk of hij optreedt als meedenkend en adviserend politicus of als programmamaker. Hoe het zit met de (journalistieke) onafhankelijkheid blijft enigszins vaag. De andere onafhankelijke denkers die Rotterdam onder politieke curatele stellen, zijn allemaal oud-politici en organisatieadviseurs, wat ongeveer op hetzelfde neerkomt.

Over de privatisering van de politiek (de overname van bestuur en beleid en dus nu ook politieke controle door adviesbureaus) stond deze week een alarmerend artikel in Vrij Nederland. Vrijwel geen overheidstaak kan nog worden vervuld, geen beleid ontwikkeld, geen plan opgesteld of uitgevoerd zonder tussenkomst van dure, commerciële consultants. Zij vangen honderden miljoenen voor werk dat hetzij politici, hetzij hun ambtenaren zouden moeten doen. Weggekocht door de adviesbureaus, zijn het voormalige politici en voormalige ambtenaren die de dienst uitmaken.

Ondemocratisch? Volgens René Kottman, tot voor kort topman van bureau Berenschot, is de adviesbranche diep verankerd in de geschiedenis van het openbaar bestuur: ,,De raadsheren aan de Europese vorstenhoven waren pre-Berenschotters.'' En zo is de vertegenwoordigende democratie weer terug bij af. Maar dat geeft niet, betoogde burgemeester Patijn van Amsterdam deze week in Het Parool: de kiezers denken, dat `het wel goed zit'. Lage opkomstcijfers bij de raadsverkiezingen zeggen hem weinig. Gebrek aan betrokkenheid, gelatenheid over of zelfs afkeer van de politiek, is volgens hem ,,kenmerkend voor het openbaar bestuur rond de eeuwwisseling''.

Iemand als Rottenberg denkt niet dat `het wel goed zit'. Hij is juist fanatiek betrokken bij het algemeen belang. Daarom organiseert hij bij elk probleem een denktank (dinktink in zijn onnavolgbare Amsterdams) en over elke brandende kwestie een debat.

Het is een reactie op het democratische tekort dat niet-gekozenen, voor wie de politieke partijen hebben afgedaan, de leiding nemen in het politieke debat. De gekozenen in Den Haag zien het met groeiend onbehagen en stijgende jaloezie aan. Talkshows, opiniestukken in de krant, bijeenkomsten in De Balie of de Rode Hoed, lijken de Tweede Kamer te hebben opgezadeld met een gevoel van eigen irrelevantie.

,,Het politieke bereik en het politieke ambacht lijken meer en meer terrein te verliezen'', schreef het PvdA-Kamerlid A. Duivesteijn in de Volkskrant. ,,De optimistische opvatting van politiek wordt verdrongen door een uitdijend technocratisch domein. Er is een verplaatsing van de macht gaande, waarbij stilaan steeds meer belangrijke beslissingen elders, buiten het parlement worden genomen.'' De politiek wordt steeds reactiever, klaagde hij, ,,als een bezemwagen in plaats van vaandeldrager''.

Moeten we daarom nu blij zijn met het volgende week te houden Kamerdebat tussen de fractievoorzitters en het halve kabinet over het integratiebeleid? Of is het een vrijblijvend gebaar? Ik denk dat het uitsluitend op de agenda is gezet om te bewijzen dat ,,het maatschappelijk debat'' wel degelijk wordt gevoerd waar het thuishoort, in de Kamer. Maar een debat over zo ongeveer alle maatschappelijke problemen tegelijk, zonder wetsvoorstellen, zonder regeringsnota, zonder voorbereiding, is een debat om het debat.

De Balie verplaatst zich naar het Binnenhof. Zullen we het Lagerhuis van Marcel van Dam dan maar benoemen tot medewetgever en belasten met de parlementaire controle? Of het parlement, net als de Rotterdamse gemeenteraad, vervangen door een taskforce of een dinktink? Paul Scheffer for president!