`Ik ben geen meebuigend bamboe meer'

Zal het kabinet deze maand de Chinezen officieel als minderheid erkennen? Drie generaties vrouwen als spreekbuis van de zwijgzaamste minderheid in Nederland. `Ik weet hoe kwetsbaar een Chinees is in Nederland.'

Shao-Hwai Wong, 55. Geboren in Singapore. Vrijwilligster bij Steun Punt, een landelijke organisatie die onder andere `emancipatiecursussen' geeft. Sinds een jaar gescheiden van haar Nederlandse man. Woonachtig in Almelo.

Ik weet hoe kwetsbaar een Chinees is in Nederland. Ik heb hier echt een geestelijke klap gehad. Door mijn strijd ben ik sterker geworden en ben ik uiteindelijk in Nederland in mijn eigen cultuur gegroeid. De omgeving herinnert mij voortdurend dat ik anders ben dan anderen, wegens mijn Chinese uiterlijk. Daar was ik mij vroeger niet van bewust.''

Shao-Hwai schreef het me, maanden voordat ik haar zou ontmoeten. Als ik bij haar op de drempel sta, zegt ze: ,,Ik leef van een uitkering. Dit huis kan ik net betalen. Ik weet dat ik in de ogen van anderen in armoede leef. Maar ik ben tevreden met alles wat ik heb. Eerlijkheid en eenvoud zoek ik, mijn hele leven al. Eerst in Singapore, toen in Engeland, later hier. Drieëntwintig jaar woon ik nu in Nederland, en het wordt me steeds duidelijker dat ik eigenlijk alleen maar op deze plek ben beland vanwege een huwelijk. Een huwelijk dat inmiddels verbroken is.

,,Ik was een van de eerste Chinese vrouwen hier die trouwden met een Nederlander. Je krijgt te maken met discriminatie van twee kanten: van Nederlanders, maar ook van Chinezen. In mijn geboorteland Singapore, vroeger een Britse kolonie, hadden mensen wel begrip voor een huwelijk met een Engelsman of met een Amerikaan, maar niet voor een vrouw die voor zo'n `stingy Dutchman' koos. Sorry, maar zo stonden ze nu eenmaal bekend: gierige Hollanders.

,,Ik ben christelijk opgevoed. Mijn ouders kwamen beiden uit de Chinese kustprovincie Fujian. Daar kwamen armlastige Chinezen in contact met het christendom. Dominees en missionarissen verspreidden het woord van God onder mensen die niets hadden. Mijn vader en moeder belandden zo op een Engelse missionary-school. Later, in de oorlogsjaren, emigreerden ze naar Singapore. Ik ben een Chinese, maar heb nooit een stap gezet in dat mysterieuze China.

,,Als jonge vrouw besloot ik te gaan studeren in Engeland. Ik bad om een man, en werd verliefd op Wil, een Nederlandse scheepswerktuigkundige. Mijn `stingy Dutchman' ervoer ik als een godstoewijzing. Een opdracht. Kort na ons trouwen ontstonden al spanningen, met name over de opvoeding van de kinderen. Wil leek dikwijls niet te beseffen dat hij een vader was. Hij vond het sowieso moeilijk met mensen omgaan. In de loop der jaren ben ik het gaan begrijpen: de Tweede Wereldoorlog. Die heeft hij erg bewust meegemaakt. Wil is er in psychisch opzicht een slachtoffer van. Ik heb het tweeëntwintig jaar met hem volgehouden, ondanks de problemen. We zijn nu gescheiden, maar de liefde blijft. Hoe vreemd het ook klinkt: we zorgen beter voor elkaar dan ooit.''

Een paar kilometer van Almelo staat het boerderijtje waar Shao-Hwai's voormalige echtgenoot woont. Wil Welling: ,,Ik ben in de jaren zestig aanhanger van Mao Zedong geworden, en vind hem nog altijd sympathiek. Ik bewonder mensen die werkelijk iets voor de bevolking doen, en niet alleen handelen in hun eigen belang. Tegen de achtergrond van die politieke keuze droomde ik over een Chinese vrouw. Niets leek me mooier. Ik had gelezen over hun lichamelijke en geestelijke kracht, die met zachtheid gepaard ging. Shao-Hwai dacht en denkt veel negatiever dan ik over Mao, maar die positieve karaktertrekken bleek zij allemaal te hebben. Zij zal altijd mijn schat blijven. Ze kan vriendelijk zijn, poeslief. Maar is ook duivels sterk. Niets verbittert haar. Zelfs Nederlanders niet, die zo dom zijn om op haar neer te kijken, terwijl zij toch een academisch geschoolde vrouw is.

,,Ik neem mezelf kwalijk dat ik Shao-Hwai niet beter heb kunnen beschermen. Ik ben een zwakke figuur. Mensen vinden mij asociaal. Inclusief mijn vrouw. Gelukkig betekent onze echtscheiding alleen maar het einde van onze lichamelijke relatie; geestelijk zijn we allang niet meer te scheiden. Onze verhouding is nu die tussen een broer en een zus.''

Voor Shao-Hwai is nu een tijd aangebroken waarin ze als alleenstaande Chinese vrouw moet zien te overleven. Ze zegt zich nu pas bewust te zijn geworden van haar afkomst. ,,Ik val terug op mijn Chinees-zijn, mijn basis. In mijn jongere jaren onderschatte ik mijn Chinese origine, mede door mijn christelijke en Engelstalige achtergrond. Juist door de zogenaamde identiteitscrisis heb ik mijn wortels weer ontdekt: Ik ben Chinees. Ontkennen ervan levert alleen verwarring op. Ik hoef niet meer verder te vernederlandsen. Trouwens, door de harde levenslessen, die ik mocht leren, ben ik nu ook in Nederland ingeburgerd. Onverwachts. Eigenlijk ben ik er dankbaar voor. Ze hebben geleid tot mijn ontplooiing, mijn bevrijding. Ik voel me happy. Sterker dan ooit. Chinese vrouwen zijn gewend als bamboe mee te buigen met de wind, maar ik heb hier in Nederland geleerd op te staan, een individu te worden.

,,Doordat ik de erfenis van twee culturen heb overgenomen, weet ik nu veel beter wie ik ben: Ik ben uiteindelijk een vrij mens geworden. Daar voel ik mij fijn bij. Dat wens ik alle Chinese vrouwen toe.''