Flexibel opportunisme

Het stereotype van de passieve en altijd maar zorgzame moeder is onzinnig. Moeders belangen komen lang niet altijd overeen met die van haar kind en dat kan zelfs leiden tot infanticide. Een moeder is ook maar een menselijke primaat.

HET TRADITIONELE taboe op de moeder die niet àlles opzijzet voor de zorg voor haar kinderen is tegenwoordig zo goed als verdwenen. Commerciële kinderopvang, nog niet zo lang geleden beschouwd als een gruwel van ontaard moederschap, is in Nederland een vrij normaal verschijnsel geworden. Het aantal vrouwen dat meer dan 20 uur per week werkt, is sinds eind jaren tachtig met meer dan 500.000 gestegen tot ruim twee miljoen. Een groot aantal van hen combineert die arbeid met de zorg voor kinderen. Heel gewoon.

Maar hoe gewoon ook, veel moeders houden ambivalente gevoelens over de combinatie van werken en zorgen – een ambivalentie die amper wordt gevonden bij vaders. Voor moderne maar ambivalente moeders heeft de antropologe en `feministisch sociobiologe' Sarah Blaffer Hrdy (spreek uit: Hurdy) een boodschap van (schrale) troost: het is altijd al zo geweest. Zelfs bij de apen.

De emotionele dubbelzinnigheid is van alle tijden, aldus Hrdy, die vorige week kort in Nederland was ter promotie van de Nederlandse vertaling van haar zojuist verschenen magnum opus, Moederschap. Een natuurlijke geschiedenis. ``Alle primaten proberen status te verwerven in hun groep, ook de vrouwtjes. Ik ben ervan overtuigd dat dat streven naar lokale macht een genetische basis heeft. Een moeder heeft altijd meer belangen dan alleen haar kind. In de eeuwige dilemma's van het moederschap bestaan geen perfecte oplossingen.''

Chimpansees, !Kung-moeders, Japanse boeren in de Nobi-vlakte, lactatiehormonen, kindermoord, de glimlach van een zuigeling, geslachtsbepaling van nageslacht bij sluipwespen, George Eliot, tienerzwangerschappen, gedeeld vaderschap bij Amazone-indianen, patriarchale indoctrinatie, de menselijke fascinatie met geboortegewicht: er is maar weinig wat in Hrdy's bijna 700 bladzijden tellende boek niet aan de orde komt. Hrdy's hoofdconclusie is dat mensenvrouwen altijd de zorg voor kinderen hebben moeten combineren met andere activiteiten: voedselvoorziening, het verwerven van status in de groep. Er is geen onvoorwaardelijke moederliefde. Het pasgeboren kind mag er met zijn brandende verlangen naar aandacht van de moeder anders over denken, moeders moeten óók rekening houden met de eigen belangen, die lang niet altijd overeenstemmen met die van de baby.

Een ander belangrijk punt in Hrdy's boek is dat Homo sapiens de enige mensaap is die gebruikmaakt van `allomoeders': verzorgers anders dan de moeder, soms de vader maar veel vaker vrouwelijke familieleden. Hrdy: ``De eerste keus van een baby is de moeder. Maar ook als hij één, twee of drie andere verzorgers heeft, kan hij zich veilig voelen.''

De chimpanseemoeder die haar kind altijd maar meesjouwt is zelfs in het nadeel. Het systeem van allomoeders (c.q. kinderopvang) maakt een succesvollere voortplanting mogelijk omdat de moeder meer voedsel kan verzamelen en ook meer tijd heeft om een hogere sociale positie te verwerven. De moeder kan dat extra voedsel (c.q. geld) en eventueel haar extra macht en status gebruiken om meer kinderen met succes op te voeden, maar ze kan het ook gebruiken om de kinderen die ze al heeft betere kansen te geven. Een sociaal sterke moeder biedt haar kinderen betere overlevingskansen, zo ontdekte Jane Goodall al bij de chimpansees.

Als het zo gunstig is, waarom doen de andere mensapen dan niet aan `allomoeders'? Waarom die opoffering van de sjouwende chimpanseemoeder?

Hrdy: ``Chimpanseemoeders verlaten hun kind inderdaad nooit. Het jong gaat altijd mee, gedragen door de moeder of hangend aan haar vacht. En er zijn potentiële allomoeders genoeg. De jongere zussen van de moeder snakken er vaak naar om het jong in hun handen te nemen. Maar de moeders weigeren dat, niet uit een soort moederinstinct om het kind bij zich te houden, maar omdat het geváárlijk is om het kind af te geven. Het grote probleem van chimpanseemoeders, zoals Jane Goodall ontdekte, is dat àndere naburige chimpanseemoeders niet-verwante zuigelingen opeten, om zo concurrenten voor hun eigen jong uit de weg te ruimen. Eerst dacht Goodall nog dat die ene kannibalistische chimpansee die ze ontdekte geestelijk gestoord was of zoiets, maar inmiddels zijn er te veel gevallen bekend. De jongere zusters zijn niet sterk genoeg om het jong tegen dat gevaar te beschermen. De chimpanseemoeder moet wel sjouwen.

``Met instincten verklaar je niks, je moet heel precies kijken naar de beperkingen die de situatie oplegt. Bijvoorbeeld: de moeders van de !Kung-stam in de Kalahari, die vaak gebruikt wordt als voorbeeld voor de levenswijze van jagers/verzamelaars in de prehistorie, slepen hun jonge kind ook altijd overal mee naar toe. Waarom? Allomoeders genoeg. Toch moederinstinct? Nee, de moeders zijn vaak uren onderweg naar de voedselbronnen. En borstvoeding is de enige veilige voeding voor het kind. In het hete klimaat zou het kind uitdrogen als het zolang zonder zijn moeder was, dus hij moet wel mee. Maar een eind verderop, in het bos, kunnen moeders hun kinderen wel veilig achterlaten, en dat gebeurt ook.

``Er is zoveel variatie! Moeders zijn flexibele opportunisten. Je ziet hetzelfde in het paargedrag. Het heeft geen enkele zin om te veronderstellen dat een man altijd polygaam is en een vrouw eigenlijk monogaam. Je moet kijken naar de omstandigheden en de geschiedenis van een situatie. Want wat zijn de gevolgen voor een vrouw wanneer ze niet monogaam is? Als haar man haar dan molesteert, is het dan gek dat ze niet vreemdgaat? Onder andere omstandigheden gebeuren weer heel andere dingen. In sommige gebieden komen in het leven van één vrouw alle paarsystemen voor die je kunt bedenken: een paar jaar polyandrisch (een vrouw met meerdere mannen), dan een paar jaar monogaam en dan weer polygaam (een man met meerdere vrouwen). Er bestaat geen biologische bepaaldheid op dit gebied. Mensen hebben helemaal geen natuurlijk selectie nodig voor deze gespecialiseerde gedragingen. Mensen zijn wat ik noem een weedy species, een onkruidachtige soort, die in heel veel verschillende omstandigheden kan leven en zijn gedrag daar aan aanpast. Bavianen en langoeren zijn net zo: verschillende groepen binnen een soort vertonen vaak meer onderlinge verschillen in leefwijze dan compleet verschillende soorten.''

Maar alles in het leven heeft zijn prijs. Juist omdat de mensenmoeder zo afhankelijk is van steun van anderen bij de opvoeding van haar pasgeboren kind, is zij ook de enige mensaap die na de geboorte de beslissing kan nemen om het kind af te wijzen. Van alle primaten komt dit – voor zover bekend – alleen voor bij het Zuid-Amerikaanse zijdeaapje, die (niet toevallig) bij de opvoeding van hun nageslacht óók afhankelijk zijn van steun van de vaders en familie.

Uit een stortvloed van biologische en antropologische feiten en analyses in Hrdy's boek wordt duidelijk dat de menselijke moeder bij ieder kind weer opnieuw een oordeel moet vellen, bewust of onbewust: `Zal ik veel in deze baby investeren of niet? En als ik me beperk, hoever ga ik dan?'. De beslissing tot verstoting kan eigenlijk alleen in de eerste dagen na de geboorte worden genomen, want pas dan komt onder invloed van het hormoon prolactine het (vaak definitieve) hechtingsproces op gang. Daarna wordt afwijzen van een kind moeilijker (al blijft al dan niet halfhartige verwaarlozing een optie). In veel `primitieve' culturen houdt de moeder in de eerste dagen soms letterlijk afstand van de baby. Vreugdevertoon is vaak ongepast: het kan allemaal nog verkeren. Vaak is er een ritueel om `sociaal acceptabel' van het kind af te komen. Bij de Germanen werd een baby bijvoorbeeld pas als `menselijk' beschouwd als hij iets gegeten had.

Aldus bevat Hrdy's boek een keur aan gruwelijke verhalen van al dan niet cultureel gesanctioneerde infanticide en te-vondeling-legging (dat vaak ook een zekere dood betekende voor het kind). Hrdy's voorbeelden variëren van babysterfte door extreme verwaarlozing door moderne tienermoeders en de gewoonte bij het Eipo-volk in Nieuw Guinea om ongewenste kinderen na hun geboorte in een bundeltje in de struiken te gooien, tot de gigantische sterfte van vondelingen in de Romeinse tijd en het Europa van de 17de en vooral 18de eeuw en de gewoonte van de hoogste kastes in Rajasthan en Uttar Pradesh in Noord-India om àlle dochters bij hun geboorte te doden (vooral om economische omstandigheden: `wie zijn dochter bewaart zal nooit rijk worden').

Aangrijpend is het verhaal van de zwangere Eipo-vrouw die van tevoren verklaart geen tweede dochter te willen en zich er geestelijk al helemaal op voorbereidt geen band met het kind te vormen als het een dochter is. Als ze inderdaad een dochter baart, wikkelt ze het hevig schoppende meisje met placenta en navelstreng en al in bladeren en laat het na lange twijfeling achter in het bos zonder het in de struiken te werpen. Na twee uur keert ze terug om het alsnog op te halen. `Deze dochter is te sterk'.

``Mijn betoog is dat moederliefde afhankelijk is van de omstandigheden, en ik moest dat wel op die manier onderbouwen'', verdedigt Hrdy haar grote aandacht voor deze extreme daden. ``Iedereen weet wel dat mensen van hun baby's houden, dat hoef ik echt niet meer aan te tonen.'' Mannen moorden meer dan vrouwen, schrijft ze in haar boek. Maar àls een vrouw de dood van iemand veroorzaakt ``is dat naar alle waarschijnlijkheid haar eigen pasgeboren baby''. Directe infanticide komt zelden voor, maar ``verlating is het ene uiterste van een schaal die loopt van infanticide tot de totale betrokkenheid van een moeder die haar kind overal mee naartoe neemt en het voedt als het daarom vraagt'', aldus Hrdy. De moeder beslist op basis van de inschatting of ze voldoende hulpbronnen (familie, bezit of anderszins) heeft om het kind met succes op te voeden. Als dat niet zo is, kan ze soms beter wachten tot de tijden verbeteren en haar (nieuwe) kind veel betere kansen heeft. Onder moeilijke omstandigheden een kind `tegen beter weten in' behouden kan de dood van moeder en daarmee ook van het kind veroorzaken. Abortus, levensbeëindiging van het kind vóór de geboorte, was tot voor kort levensgevaarlijk voor de moeder en dus geen serieuze optie. In de moderne samenleving is het vrijwel precies andersom: infanticide wordt nu streng veroordeeld en leidt vrijwel zeker tot zware gevangenisstraffen of dwangverpleging. Maar abortus is vrij èn veilig.

Maar waarom zou een chimpansee niet zo'n keuzemogelijkheid hebben? Het kan haar toch even goed slecht uitkomen een kind te krijgen.

Hrdy: ``Keuze is eigenlijk een verkeerd woord. Het gaat om de betrokkenheid van de moeder bij het pasgeboren kind die bij mensen veel gevoeliger is voor externe omstandigheden, vooral de mate van sociale ondersteuning. En dat komt weer omdat mensen geëvolueerd zijn als `gemeenschappelijke opvoeders', waarbij de moeder steun heeft van anderen. Mensen zijn dan ook de enige apen die letten op uiterlijke kenmerken van het kind bij de geboorte zoals geslacht of gezondheidstoestand, en op grond daarvan een beslissing nemen. Er is overigens géén aangeboren voorkeur voor jongens of meisjes, dat is allemaal cultureel bepaald.

``Een ander groot verschil met andere primaten is dat bij mensen de moeder, als ze noodgedwongen moet kiezen, vrijwel altijd kiest voor het oudere sterkere kind, dat meer kans heeft om te overleven dan een pasgeborene. Wat dat betreft lijken mensen meer op zoogdieren die meerdere jongen tegelijk werpen. Dankzij het systeem van allomoeders kùnnen mensen ook veel dichter op elkaar kinderen krijgen dan de andere mensapen, bij chimpansees in het wild is acht jaar heel gewoon.''

De chronologie van deze evolutionaire geschiedenis is heel vaag in uw boek. Soms suggereert u dat het systeem van allomoeders pas met de landbouw is ontstaan, dan weer lijkt het vele honderdduizenden jaren terug te gaan.

``Ja, maar het is ook niet duidelijk. We weten zo ongelofelijk weinig van het pleistoceen. Duidelijke bewijzen van het allomoeder-systeem zijn er pas sinds het neolithicum, dat officieel begint met het ontstaan van de landbouw in China ca. 15.000 jaar geleden. Maar er is geen enkele reden om te veronderstellen dat het niet veel ouder is. Er moet ontzettend veel variatie zijn geweest. Maar er is zo weinig overgebleven. Niemand weet wat de omgeving was van de relatief kleine groep moderne mensen die waarschijnlijk onze voorouders zijn en die ergens tussen 150.000 en 50.000 jaar geleden ternauwernood wisten te overleven en uiteindelijk wegtrok uit Afrika. Waren het jagers? Of leefden ze van visserij aan de kust? Van het leven in de aan hulpbronnen rijke kustgebieden is helemaal niets teruggevonden, terwijl het heel goed mogelijk was dat daar al heel vroeg grote bevolkingsdichtheden bestonden. Ik haat dan ook het dogmatische van sommige geleerden die maar blijven beweren: in het pleistoceen leefden de mensen zus en zo, bwah, bwah bwah! Onzin! Er is gewoon te weinig kennis voor zoiets. Het meest waarschijnlijke is dat er enorme variatie is geweest en ook niet allemaal keurig in de chronologische volgorde die wij nu allemaal verzinnen. Ik acht het heel goed mogelijk dat mensen al heel vroeg een soort landbouw bedreven. En er misschien ook weer mee ophielden omdat de omstandigheden veranderden. Soms hadden mannen grote harems, maar dan elders weer niet, enzovoorts.''

Hoe dan ook, van het uit de negentiende eeuw stammende beeld van de passieve en altijd maar zorgzame moeder klopt dus helemaal niets, aldus Hrdy: ``Moeders werden in feite beschouwd als eendimensionale robots, wier functie het was baby's te produceren en te verzorgen.'' Dat beeld is in de biologie (en de meeste andere wetenschappen) lange tijd dominant geweest. Hrdy: ``Lange tijd heb ik me erg eenzaam gevoeld, pas de laatste jaren verandert er veel. In de wetenschap is die ambivalentie van het moederschap meestal behandeld als een afwijking, als een pathologie. Dat was iets voor de psychiatrie. Maar als je naar enquête-uitslagen kijkt zie je altijd dat vrijwel alle moeders een zeker ambivalentie voelen over de combinatie zorg-werken. Ik heb mij als taak gesteld die toestand te verhelderen vanuit de menselijke evolutie. Het idee van de vrouwelijke passiviteit is een product van de patriarchale samenleving.''

En dat door mannelijke macht gedomineerde patriarchaat is maar een van de vele samenlevingsvormen van de mens, aldus Hrdy, die ooit haar carrière begon met een onderzoek naar de Maya-legende van de h'ik'al, een oversekste vleermuisduivel die vrouwen straft voor seksuele zonden. In een handomdraai zet ze tijdens de lunch in haar Amsterdamse hotel uiteen hoe dit voor vrouwen zo ongelukkig uitpakkende patriarchaat kon ontstaan. ``Het hangt nauw samen met het feit dat je op een plek blijft wonen en daar ook je hulpbronnen concentreert. Landbouw leidt bij uitstek tot patriarchaat. Het bezit moet verdedigd worden en dus heb je meer mannelijke, sterkere bondgenoten nodig. Familie is de meest betrouwbare bondgenoot, dus ontstaat heel gemakkelijk een patrilokaal systeem: de vrouw trekt in bij de familie van haar man. Daar heeft de vrouw geen eigen familie in de buurt om haar te steunen. Bij alle primaten met een patrilokaal systeem zie je dat vrouwen een lagere status dan mannen hebben. Gegeven zo'n systeem is het ook in het voordeel van de vrouw om haar zonen te bevoordelen boven dochters, hij zal immer het bezit erven. En er ontstaan allerlei instituties en ideologieën om die toestand te rechtvaardigen en om de vrouwen bang te maken. De laatste stap is dat vrouwen er zelf in gaan geloven: `ik moet een opofferende moeder zijn, ik moet kuis zijn, ik veracht mezelf'.

Gelukkig loopt nu het patriarchaat ten einde, zegt Hrdy, haast met een zucht van verlichting. ``Als je kijkt wat ik nu allemaal kan, wat voor mijn moeder en grootmoeder onmogelijk was. Studeren, wetenschappelijk onderzoek, reizen en toch ook een gezin grootbrengen. Heerlijk. Voor mijn dochter is het zelfs vanzelfsprekend. We leven in een afgedwaald patriarchaal systeem. De grap is dat onderwijs en wetenschap juist het product zijn van een patriarchaal systeem. Misschien moet iemand anders maar eens een boek schrijven over de intellectuele verdiensten van het patriarchaat. Ik niet.''

Sarah Blaffer Hrdy, `Moederschap, een natuurlijke geschiedenis'. Het Spectrum ƒ77,- (vertaling van `Mother Nature. Natural Selection & the Female of the Species'; Chatto&Windus $33). Vorig jaar werd ook Hrdy's `The Woman that Never Evolved' (1981) herdrukt. Harvard University Press, ƒ46,75.