Een vergeten plafondschilder

Op een grote traditie op het gebied van monumentale plafondschilderingen kunnen de Noordelijke Nederlanden niet bogen. Deze tak van kunst werd vooral, en met groot succes, beoefend in Italië, waar in het Venetië en Rome van Renaissance en Barok de indrukwekkende decoraties van schilders als Veronese, Pietro da Cortona en Tiepolo tot stand kwamen. In aanmerking genomen dat hij Italië nooit bezocht, is het verbazingwekkend dat de Amsterdamse schilder Jacob de Wit (1695-1754) toch uitgroeide tot een van de belangrijkste plafondschilders van de achttiende eeuw. Het Bijbels Museum in Amsterdam, dat is gevestigd in twee pasgerestaureerde, zeventiende-eeuwse grachtenpanden, herbergt twee grote plafonddecoraties van de meester. Een ervan is oorspronkelijk voor de locatie gemaakt, de andere is afkomstig uit een ander pand aan de Herengracht en kort geleden overgebracht naar het museum. Samen met een presentatie van schilderijen, olieverfschetsen en tekeningen van De Wit, geven ze een mooi beeld van diens activiteit als plafondschilder.

Hoewel hij zijn voorbeelden niet zelf in Italië heeft kunnen bekijken, blijkt De Wit uit de tweede hand heel wat te hebben geleerd. Al op dertienjarige leeftijd ging hij in de leer in Antwerpen. Daar maakte hij kennis met de plafondschilderingen in de Jezuïetenkerk, die bijna een eeuw eerder waren ontworpen door Rubens – die zijn Veronese heel goed kende – en uitgevoerd door Anthonie van Dyck. De kopieën die De Wit naar deze schilderingen tekende, zouden altijd een inspiratiebron blijven voor zijn plafondschilderingen. Maar ook na zijn terugkeer in Amsterdam in 1715, leerde hij Italiaanse voorbeelden kennen. Een van de bladen in de tentoonstelling is een gewassen pentekening van de Dageraad, een gevleugelde fuguur met een toorts in de hand, voorzien van een opschrift dat erop duidt dat het een kopie betreft naar een werk van Giovanni Antonio Pellegrini. Deze Venetiaan werkte in 1717 aan een plafondschildering in een pand aan de Herengracht.

Een paar huizen verderop maakte Jacob de Wit in hetzelfde jaar een serie plafondschilderingen in het woonhuis van de schatrijke Amsterdamse koopman Jacob Cromhout – nu het Bijbels Museum. De voorstellingen van goden en helden uit de antieke mythologie zijn weergegeven op tien afzonderlijke doeken, gevat in een voor die tijd ouderwets cassettenplafond. Het is een van de eerste grote projecten van de nog maar 22-jarige schilder, en er blijkt duidelijk uit hoeveel moeite het hem kostte de figuren, van onderaf gezien, in het juiste perspectief te krijgen. De tekeningen in de tentoonstelling laten zien dat De Wit het perspectivisch verkort in de loop van zijn carrière steeds beter onder de knie kreeg. Emblematisch daarvoor is de figuur van de godin Flora, die in veel studies voor de grotendeels mythologische decoraties terugkomt. Van de bloemenboeketten die zij als attribuut torst, is niet meer dan een rand te zien: de beschouwer kijkt onveranderlijk tegen de bodem aan van haar gevlochten mand.

Jacob de Wit was productief en werkte snel. In het genre van geschilderde nepreliëfs – grisailles die onder de naam Witjes' een begrip zijn geworden – blonk hij uit, maar ook plafonds moet hij bijna aan de lopende band hebben gemaakt. De inventaris die na zijn dood van zijn boedel werd opgemaakt vermeldt `een groote Machine dienende om Blaffons op te schilderen'. Waarschijnlijk was dat een stellage die de schilder gebruikte om zich gemakkelijk te bewegen langs de enorme doeken waaruit zijn plafonddecoraties bestonden. Maar, hoe groot ze ook waren, zulke doeken konden als ze uit de smaak raakten ook relatief gemakkelijk weer worden weggehaald en dat is het lot geweest van veel van dergelijke achttiende-eeuwse decoraties. Van De Wit is er in elk geval één aan die vergetelheid ontsnapt. Apollo en de vier seizoenen, een van de laatste werken van De Wit, dat hij in 1750-'52 maakte voor het grachtenpand van de Amsterdamse burgemeester Pieter van de Poll, is daar weggehaald en een tijdlang opgerold bewaard. Begin dit jaar is het geïnstalleerd in een zaal van het Bijbels Museum. Het werk toont personificaties van de seizoenen in een wolkenlucht, die triomfantelijk contrasteert met de benepen hokjesgeest van De Wits decoratie, in de nabijgelegen zaal, van 35 jaar daarvoor.

Tentoonstelling: In de wolken; Jacob de Wit als plafondschilder. Bijbels Museum (Herengracht 366-368, Amsterdam). T/m 25/6. Publicatie (Uitg. Bijbels Museum/Stadsuitgeverij Amsterdam) 112 blz., ƒ 39,95. Inl. (020) 6242436.

    • Bram de Klerck