Dutchbat wist veel meer van genocide

Volgens onderzoeker Van Kemenade zijn de getuigenissen van Dutchbatters voor het Joegoslavië-tribunaal `niks nieuws onder zon'. Maar `verpletterend' zijn de details over de val van Srebrenica wel.

Het was eind juli 1995, Nederlandse Dutchbat-militairen kwamen uit Srebrenica in de Kroatische stad Zagreb. Er was bier, muziek. De kroonprins was er, de minister-president, de minister van Defensie en de bevelhebber van de landmacht. De `veilige' enclave Srebrenica in Bosnië was veroverd door Bosnisch-Servische soldaten. Duizenden moslim-mannen werden vermist. Maar `massaslachtingen' hadden de militairen van Dutchbat niet gezien. De Bosnisch-Servische soldaten waren `correct' geweest, en het idee dat in Nederland bestond, over zielige moslims en slechte Serviërs, was `vals'.

Luitenant-generaal Hans Couzy, de toenmalige bevelhebber, schrok van die uitspraken. Maar veel gruweldaden, zei hij, hadden de Nederlanders ook niet waargenomen. Het was volgens hem nog te vroeg om van genocide te spreken.

Hij had met de militairen gepraat. Verkrachtingen hadden ze, zei hij, niet waargenomen. Ze hadden wel `een tiental' lijken ontdekt. Ze waren getuige geweest van één standrechtelijke executie, en ze hadden gezien dat moslim-mannen werden geschopt en geslagen. Maar daar waren de Serviërs mee opgehouden toen de Nederlanders in de buurt kwamen.

Een jaar later getuigde overste Thom Karremans voor het tribunaal voor ex-Joegoslavië in Den Haag. Hij had er geen idee van, zei hij, wat er met de moslim-vluchtelingen uit Srebrenica ging gebeuren. Hij had de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic een paar keer gesproken tijdens de val van de enclave, maar hij had er, zei hij, ,,eerlijk gezegd niet aan gedacht'' de generaal te vragen hoe het met de vluchtelingen verder zou gaan.

Zeven Dutchbat-militairen werden de afgelopen twee weken gehoord voor het tribunaal, in de zaak tegen de Bosnisch-Servische generaal Krstic. De verhoren wekken de indruk dat de Nederlandse militairen veel meer van de naderende genocide in Srebrenica wisten dan tot nu toe werd aangenomen.

Dutchbatter A. Stoelinga vertelde hoe hij op 15 juli 1995 een container op een truck zag waar de lijken uit puilden. Hij rook een ,,sterke geur waardoor iedereen wist dat er iets akeligs zou volgen''. Een andere militair zag aan de kant van de weg een vrachtwagen met lijken, hij zag zeven of acht opgezwollen lichamen die eruit staken.

Dutchbat-korporaal D. Vaasen zag dat een moslim-meisje werd verkracht door Bosnisch-Servische soldaten. Ze lag op een matras en ze bloedde. De korporaal zag ook ,,veertig tot vijftig lijken'', van vooral vrouwen en kinderen.

Met andere Nederlanders was de korporaal in een fabriekshal waar moslim-vluchtelingen zich schuilhielden. Er waren moslims die zichzelf hadden opgehangen. De korporaal: ,,Ze gebruikten er van alles voor, touwen, kleren.''

Een Dutchbat-kapitein was in een huis dat door de Bosnische Serviërs werd gebruikt om moslim-mannen te `verhoren'. Hun identiteitspapieren werden verbrand. Die hadden de moslims, zei een van de Serviërs tegen een andere Nederlandse kapitein, toch niet meer nodig. ,,Toen wist ik'', zei de militair deze week voor het tribunaal, ,,dat de moslims een verschrikkelijke behandeling te wachten stond.''

Servische soldaten plunderden huizen naast de Nederlandse militaire basis. Korporaal Vaasen zag dat Serviërs granaten in huizen gooiden en woningen beschoten. ,,Wij hoorden een vrouw schreeuwen. Wij dachten dat de ze die mensen aan het doden waren. Wij spraken Servische soldaten aan om ze te stoppen. Zij lachten ons uit.''

De plaatsvervangend commandant van Dutchbat, majoor Franken, verklaarde deze week in tegenstelling tot overste Karremans in 1996 dat hij wist dat de Serviërs zouden gaan moorden na de val van de enclave.

Is het nieuw wat de Dutchbatters voor het tribunaal vertellen? ,,Voor het publiek zit het schokeffect in de mate van detaillering'', constateert commissaris van de Koningin van Noord-Holland J. van Kemenade. Op verzoek van minister F. de Grave (Defensie) onderzocht hij vorig jaar of de defensie-organisatie loyaal had meegewerkt aan het verzamelen en verstrekken van informatie. Van Kemenades conclusie: geen doofpot.

Van Kemenade signaleert wel een verschil tussen de debriefingrapporten van Defensie en de getuigenissen voor het tribunaal. ,,De debriefingrapporten zijn opgesteld op basis van de rechtstreekse getuigenissen, die anoniem waren'', legt Van Kemenade uit. In de debriefingrapporten wordt wel melding gemaakt van de oorlogsmisdaden, ,,maar het is juist de mate van details die zo'n verpletterende indruk maken''.

De persoonlijke getuigenissen waren anoniem, maar alle Dutchbatters hebben toestemming gegeven om ze ter beschikking te stellen aan het Joegoslavië-tribunaal. ,,Niks nieuws onder de zon'', volgens Van Kemenade, ,,nu komen alleen de persoonlijke impressies in de openbaarheid.''