Dood in het net

Verdronken in het IJsselmeer, in een vissersnet. Voor veel soorten watervogels is het doodsoorzaak nummer één. Het ministerie van Visserij wil nu dat de vissers maatregelen nemen.

In de staande visnetten in het IJssel- en Markermeer sterven jaarlijks minstens 50.000 eenden, zaagbekken en futen. Dat concluderen onderzoekers Mennobart R. van Eerden, Wouter Dubbeldam en Jan Muller van Rijkswaterstaat. Zij baseren die conclusie op een steekproef onder vissers. In tien jaar tijd leverden vissers vrijwillig tienduizend dode duikeenden en andere watervogels in voor biologisch onderzoek van deze bijvangsten. Nu is men een beetje gepikeerd, want deze onderschotten zijn nu ook gebruikt voor rekenwerk aan sterftecijfers. Dat was de bedoeling niet van onderzoek! Je kunt dus twee dingen doen. Het onderzoek formeel overdoen, met toestemming, en een paar jaar later met dezelfde conclusies komen. Of ze nu toch al melden. En dat gebeurde in het doortimmerde rapport `Sterfte van watervogels door visserij met staande netten in het IJsselmeer en Markermeer' (RIZA rapport nr.99.060). En natuurlijk - de onderzoekers bedanken daarin de vissers voor hun onmisbare medewerking.

Sinds de jaren zeventig was bekend dat vogels onbedoeld tot slachtoffer gemaakt worden, maar verdere gegevens ontbraken. De omvang van het probleem blijkt nu groter dan gedacht. De onderzoekers van het RIZA (Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling) spreken van een jaarlijks sterfte in netten van meer dan vijf procent van de in het gebied levende kuif-, tafel- en toppereenden, brilduikers, grote en middelste zaagbekken en nonnetjes, en futen. Deze vogels duiken onder op zoek naar vis of bodemdieren zoals schelpdieren en raken op hun voedseljacht vooral verstrikt in de staande nylon netten voor baars en snoekbaars. De visserij met staande netten is van juli tot half maart toegestaan, maar wordt vooral uitgeoefend tijdens de wintermaanden.

Eén duikeend, de brilduiker, verliest hierdoor ieder jaar zelfs het grootste deel van zijn IJsselmeerpopulatie. Maar in absolute getallen uitgedrukt is de Top Vijf: kuifeend en toppereend, met respectievelijk iets meer en minder dan twaalfduizend per jaar; middelste zaagbek met bijna negenduizend en de fuut met iets meer dan zevenduizend. Ook zeldzame vogelsoorten werden als bijvangst geregistreerd, zoals roodhalsfuut en roodkeelduiker.

Het risico om in een net verstrikt te raken blijkt voor viseters groter dan voor duikeenden. Veertig procent van de gevangen vogels behoort tot visetende soorten, terwijl die bij leven nog geen tien procent van het bestand uitmaken. Bodemdieren-eters, de brilduiker uitgezonderd, zoeken vooral 's nachts op de tast hun voedsel - de driehoeksmossel bijvoorbeeld. Ze duiken onder en schieten min of meer ter plekke weer als een kurk omhoog. Dat is voor hun vangkans van belang. Een vogel als de meerkoet die werkelijk rechtstandig op en neer beweegt, heeft een zesmaal kleinere kans zich in een net te verstrikken dan de horizontaal al weer wat mobielere kuifeend. Viseters als zaagbekken en aalscholvers zijn overdag actief en duiken achter vissen aan, waarbij ze een veel groter horizontaal traject afleggen en meer risico lopen. Onder de viseters is de hoge sterfte onder de middelste zaagbekken frappant. Waarschijnlijk reizen zij in de winter over de kleibodem om die te sonderen op de aanwezigheid van jonge, ingegraven aal. Andere soorten, zoals de fuut, duiken tijdens een deel van hun vispogingen ondieper dan het net staat opgesteld, waardoor hun vangkans wat lager is.

Viseters scoren dus het hoogst. Niettemin valt ook op duikeenden goed te vissen, hetgeen in de laatste wereldoorlog overigens ook met opzet gedaan werd. Tegenwoordig gebeurt dat incidenteel nog rond Kerstmis. En een enkele keer later in het jaar. Zo werden in maart 1998 de uitgebeende resten van 640 duikeenden aangetroffen in afvalbakken langs de A7.

Het belang van onbedoelde vangst is aanzienlijk. Voor pleisterende watervogels is het doodsoorzaak nummer één. Ook internationaal bezien tikken de cijfers aan. Van zeven verschillende vogelsoorten komt hier jaarlijks meer dan een procent van de totale internationale populatie op deze manier om. Vogelbescherming Nederland heeft al aangedrongen op maatregelen. De vogelbeschermers staan extra stevig, doordat IJssel- en Markermeer binnenkort op grond van de EG Vogelrichtlijn te boek staan als internationaal beschermde natuurgebieden, en Nederland al eerder in internationaal verband het verwijt kreeg formele natuurbeschermingregelingen niet voldoende na te leven.

Staatssecretaris Faber vroeg de vissers al om maatregelen zodat de sterfte in de toekomst aftopt of zelfs wordt voorkomen; het ministerie van LNV zal regels opstellen. Gedacht wordt aan het beter zichtbaar maken van de netten. Uiteenlopende typen mazen, draaddikten en kleuren beïnvloeden die zichtbaarheid sterk - in ieder geval voor de dagploeg onder de vogels. De visserijsector vreest daarbij dat de zichtbaarheid ook verbetert voor vissen. Hier moet dus nog geëxperimenteerd worden. De opstellers van het rapport verwachten vooral iets van het creëren van een afschrikwekkende werking bóven water. Bekend is dat watervogels de drijfbakens van netten, de `jonen', enigszins mijden. De vissers die in de oorlog op watervogels visten gebruikten die uit ervaring zo min mogelijk.

staande netten

Eén streven is dus: betere zichtbaarheid voor brilduikers. Een ingrijpender aanpak ligt voor de hand. Vogelbeschermers hopen op beperking van de visserij op baars en snoekbaars op het IJssel - en Markermeer en zelfs het afsluiten van delen daarvan voor de visserij met staande netten. Volgens de opstellers van het rapport kan een afsluiting van minder dan de helft - 48 procent - van het gebied deze vogelsterfte met negentig procent reduceren. Dit kan door rekening te houden met gebieden waar duikende watervogels `geclusterd' voorkomen: per soort zijn duidelijke concentratiegebieden aan te wijzen. Daar kan desnoods alleen de nachtvisserij verboden worden.

Vangstbeperkingen bieden bovendien het onder overbevissing lijdende ecosysteem van de kunstmatige meren de gelegenheid op adem te komen; iets dat de beroepsvisserij op termijn alleen maar winst zou opleveren. De NVVS, de Nederlandse Vereniging Van Sportvisserijfederaties pleitte vorig jaar al in een ontwikkelingsvisie voor stappen tegen beroepsmatige overbevissing van het IJsselmeergebied. In een volgorde die bij haar aard past stelde zij deze maand opnieuw vast: ``Nochtans wordt echter door het beroep te veel vis gevangen en zijn ook de vangsten van vogels ongewenst.''

Overigens tellen niet alleen de natuurcijfers, maar kunnen ook beschermers van het individuele dier zich met recht roeren. Verdrinking is voor duikende watervogels vermoedelijk geen zachte, en zeker geen snelle dood: door optimale zuurstofopslag en zuinig verbruik verbreken zij met gemak menselijke onderwaterrecords.

    • Frans van der Helm