De nazaten van prins Maurits

In de Nieuwe Kerk van Delft nadert de restauratie van het praalgraf van Willem de Zwijger haar voltooiing. Zoals bekend herbergt deze kerk de grafkelder van ons koninklijk huis. Vrijwel alle Oranjes liggen er begraven, van Willem de Zwijger tot en met koningin Wilhelmina. Slechts enkele leden van de familie zijn elders begraven: stadhouder-koning Willem III in Londen (Westminster), Johan Willem Friso in Leeuwarden en Filips Willem, oudste zoon van Willem de Zwijger, in Diest (België).

Maar er is in ons land nóg een Oranje-Nassau-grafkelder waarin niet minder dan 34 Oranje-afstammelingen begraven liggen. Het is de nagenoeg onbekende grafkapel in de Hervormde Kerk te Ouderkerk aan den IJssel (Zuid-Holland), die in de 17de eeuw door de graven van Nassau werd gebouwd. Deze Nassaus stamden af van prins Maurits en zijn vriendin Margaretha van Mechelen. De prins, die ongetrouwd is gebleven, had bij haar drie zoons verwekt, die hij officieel `aanvaardde' en de naam Nassau gaf. Om de toekomst van deze kinderen, die als bastaarden niet van hem mochten erven, veilig te stellen, schonk Maurits hun geld en goederen. Ook gaf hij hun de lucratieve heerlijkheid van de Lek in leen. De ambachtsheerlijkheid Ouderkerk behoorde hier toe. Naar deze heerlijkheden noemden sommige van zijn afstammelingen zich Van Nassau-Ouwerkerk (in plaats van Ouderkerk) of zelfs d'Auverquerque (Franse verbastering van Ouderkerk), anderen Van Nassau-Lalecq (Franse verbastering van de Lek).

Deze Nassaus hadden dan wel een mooie naam, ze behoorden niet tot de adel – ons land was een republiek en niemand kon hen dus in de adelstand verheffen. Drie kleinzoons van Maurits wisten wel een oplossing: in 1679 kregen zij van de Duitse keizer gedaan dat zij werden verheven tot Rijksgraaf. Het waren deze kersverse graven van Nassau die besloten om in de kerk van Ouderkerk een eigen grafkelder te bouwen.

De interessantste hier begraven Oranje-afstammeling is ongetwijfeld Hendrik van Nassau-Ouwerkerk (1640-1708). Deze doorliep een glanzende carrière, mede dankzij de gunsten van zijn achterneef Willem III van Oranje, de koning-stadhouder, met wie hij het uitstekend kon vinden. Na de Glorious Revolution ging Ouwerkerk mee naar Londen, waar hij het pand Downing Street 10 betrok, de huidige ambtswoning van de Britse premier. Hij bekleedde diverse hoge functies aan het hof en vergezelde Willem III op diens veldtochten. In 1691 wordt hij benoemd tot luitenant-generaal, later tot veldmaarschalk.

Hendriks erfgenaam als Heer van Ouderkerk, Maurits Lodewijk II, was helaas een geheel ander personage. Deze losbandige en spilzuchtige graaf liet overal een spoor van gebroken harten en onbetaalde schulden achter. Om een bankroet te vermijden zag Maurits Lodewijk zich gedwongen Ouderkerk voor ƒ10.000 te verkopen (1723). Gelukkig kocht zijn neef graaf Willem Maurits het later weer terug. Deze zelfde Willem Maurits liet de eenvoudige familiegrafkelder flink uitbreiden en verfraaien. Zo ontstond het huidige praalgraf van arduinsteen met als pronkstuk het in wit marmer gehouwen Nassau-familiewapen.

Begrafenis en bijzetting van de diverse Nassaus volgden een vast patroon, zoals blijkt uit een beschrijving bij de dood van Maria Wilhelmina van Nassau (1750-1809). Haar ontzielde lichaam werd per schip naar Ouderkerk vervoerd en vervolgens door twaalf dragers in zo'n drie uur naar de kerk gebracht (kosten: ƒ36,-). Hier wachtten familieleden en gasten haar op `in het zwart gekleed met gewone ronde hoed'. Het openen en sluiten van de grafkelder was een secuur werkje, waarvoor ƒ64,- werd betaald.

In 1824 werd voor het laatst een Nassau in Ouderkerk begraven. Het was Jan Floris, broer van Maria Wilhelmina. Met zijn dochter Johanna Geertruida, de laatste afstammelinge in rechte lijn van prins Maurits, stierf deze Nassau-tak in 1861 uit. Ouderkerk was toen al lang geen bezit meer van de Nassaus: in 1782 had bovengenoemde Maria Wilhelmina het voor ƒ26.400,- verkocht.