`ACH KIND, WAAROM AL DIE MOEITE?'

`Mijn meester doet steeds van die flauwe grapjes waar ik bang van word. Soms hangt hij een kind boven het trapgat of laat zogenaamd per ongeluk iets op je hoofd vallen. Gisteren hield hij een mes onder mijn neus en zei: `Met jou heb ik nog een appeltje te schillen.' Ik wil niet meer naar school.''

Aldus één van de gesprekken die het afgelopen jaar binnenkwamen bij de Onderwijstelefoon. ``Een extreem geval'', zegt drs. Ina Kallenberg, coördinator van de Onderwijstelefoon, ``maar ik denk wel dat wat wij horen het topje van de ijsberg is.''

De beangstigende ervaring van deze basisschoolleerling is anoniem opgenomen in het rapport `Spreken is zilver, zwijgen is fout' dat de Onderwijstelefoon op 12 april zal presenteren tijdens de conferentie `De Veilige School'. Het rapport blikt terug op vijf jaar Onderwijstelefoon en temidden van de cijfers en grote beleidswoorden zijn het de schrijnende gesprekjes, weergegeven in tekstballonnetjes, die direct in het oog springen. ``De juf van mijn dochter heeft losse handen. Ze wordt heel snel boos en knijpte en slaat. Dat doet ze niet alleen bij mijn dochtertje maar ook bij een aantal andere leerlingen. Ik ben naar de directeur gestapt, maar die zegt dat ik lieg. Ik wil het hier niet bij laten zitten.'' ``Ik ben zo verdrietig en onzeker. Bij het schoolonderzoek aardrijkskunde was ik ziek. Ik heb mijn docent gebeld om een inhaaldatum af te spreken. Tijdens dat gesprek zei hij: `Ach kind, waarom doe je al die moeite, dat wordt toch nooit een voldoende'.''

De Onderwijstelefoon is bedoeld voor leerlingen, docenten en ouders. De bellers zijn kinderen die gepest worden, docenten die zich bedreigd voelen omdat de banden van hun auto lek gestoken zijn en ouders die vragen of de school inderdaad een deurwaarder mag sturen om de (vrijwillige) ouderbijdrage te innen. De Onderwijstelefoon biedt een luisterend oor, adviseert welke stappen de beller kan ondernemen en wijst de weg in de wirwar van instanties, vertrouwenspersonen en contactpersonen die aan de school verbonden zijn.

``Ouders weten vaak niet dat ze een klacht kúnnen indienen en dat daarvoor op iedere school een klachtencommissie is ingesteld'', vertelt Joke Bouwmans, medewerkster van de Onderwijstelefoon. Ook merkt zij dat ouders vaak geen klacht durven indienen, omdat ze bang zijn dat hun kind daar de dupe van wordt. Het feit dat twee van de drie leden van een klachtencommissie verbonden zijn aan school maakt die stap bepaald niet makkelijker.

De medewerkers van de Onderwijstelefoon zijn professionele krachten (psychologen en maatschappelijk werkers) in dienst van de Stichting Korrelatie die via literatuur en trainingen op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in het onderwijs. Bij zo'n training mag wel een verslaggever aanwezig zijn, de gesprekken via de telefoon blijven streng geheim.

Vandaag worden zij bijgeschoold in het klachtrecht en de meld- en aangifteplicht voor seksuele delicten, die sinds vorig jaar augustus geldt. ``Je kunt nu nooit meer geheimhouding beloven als je een leerling naar een vertrouwenspersoon verwijst, want deze móet het vermoeden van een seksueel delict melden bij het schoolbestuur'', vertelt Ina Kallenbach, die ook het project Preventie Seksuele Intimidatie van het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) coördineert. ``Het bestuur moet dan een vertrouwensinspecteur inschakelen die onderzoekt of er een redelijk vermoeden is van een strafbaar feit en als dat zo is de politie inschakelt. De wet stelt dus het collectieve belang van de leerlingen boven het individueel belang.'' Geroezemoes klinkt op rondom de tafel, want geheimhouding en anonimiteit zijn belangrijk voor kinderen. ``Als leerlingen of ouders het geheim willen houden is er wel een uitweg'', vervolgt Kallenbach. ``Een extern vertrouwenspersoon heeft namelijk geen meldplicht.'' ``Wat ongelooflijk belachelijk en dubbel'', verwoordt Petra van Vliet de reactie van de groep.

``Met Jozien. Ik wil iets vertellen, iets heel ergs'', begint Onderwijstelefoonmedewerkster Janneke Giesen haar rol als `beller' in het rollenspel later die ochtend. ``Vertel maar'', zegt Joke Bouwmans. ``Ik heb gehoord van een vriendin van mijn zus dat meneer De Boer aan haar heeft gezeten op werkweek'', gaat Giesen verder. ``Dat mag niet'', reageert Bouwmans stellig. ``Nee?'' ``Nee, leraren mogen niet aan leerlingen zitten.'' Met de woorden `het mag niet' wil Bouwmans de onzekerheid van de bellers wegnemen, vertelt ze na afloop. ``Ik bevestig dat ze gelijk hebben. Je moet heel voorzichtig praten over wat er gebeurd is. Ik heb eens een meisje zes keer aan de telefoon gehad voor ze het hele verhaal eruit had. Pas toen ze zei `het enige dat goed is in mijn leven is dat ik niet zwanger ben' wist ik dat ze daadwerkelijk verkracht was door een leraar.''

De afgelopen drie jaar ging twee procent van alle gesprekken bij de Onderwijstelefoon over seksueel geweld. Het totaal aantal gesprekken steeg van 2.569 in 1997 tot 4.429 in 1999. De inhoud ervan wordt anoniem geregistreerd. De helft van de bellers vroeg om informatie of advies, over onderwerpen als schoolkeuze en de schoolorganisatie. Van de bellers had 18% een klacht, over bijvoorbeeld gedragingen van personeel. In 17% van de gesprekken ging het over school- en leerproblemen en in 11% over lichamelijk en geestelijk geweld (pesten). ``Het wordt veel vergeten dat ook leraren kinderen pesten'', vertelt Liesbeth van Hennik, medewerkster Onderwijstelefoon. ``Een leraar die een kind in de prullenbak zet omdat het een prul is, die pest. Ook verbale mishandeling is mishandeling. Een zwart meisje dat te horen krijgt `ga jij de plee maar schoonmaken, hier ben je toch te stom voor'. Een jongetje dat het pispaaltje van de klas is en dat als het vertelt dat het met het vliegtuig op vakantie is geweest te horen krijgt `jammer dat je niet naar beneden bent gestort'. Dat is allemaal geweld tegen kinderen. Dat mag niet, dat moet stoppen.''

In een enkel geval laten de medewerkers het niet bij een advies of verwijzing, maar ondernemen zelf actie. ``Wanneer je het gevoel hebt dat je de telefoon niet kunt neerleggen, omdat er dan ongelukken gebeuren, bijvoorbeeld'', vertelt Kallenbach. ``Dan waarschuwen wij in overleg met de beller iemand die hij of zij vertrouwt. Eén keer hebben wij het Riagg gewaarschuwd. Wij kregen toen van verschillende ouders over een school klachten binnen op het gebied van geweld en agressie. Het Riagg heeft er toen één hulpverlener op gezet, waar wij deze ouders naar doorverwezen.''

Dit jaar zal het Ministerie van OC&W de `doelmatigheid' van de Onderwijstelefoon onderzoeken om te bezien of de jaarlijks hernieuwde subsidie omgezet kan worden in een permanente geldstroom. Voor Kallenbach staat de doelmatigheid vast: ``De Onderwijstelefoon biedt een uniek kijkje in de keuken van het onderwijs. Elke school waar gepest wordt, waar seksuele intimidatie of een geweldsdelict gebeurt is er één te veel.''

De Onderwijstelefoon is van maandag tot en met vrijdag gratis bereikbaar tussen 12.00 en 17.00 uur op 0800-1608 (niet via mobiele telefoons)

    • Jacqueline Kuijpers