Weg uit Saffraandorp

`Spijkerschrift', de nieuwe roman van Kader Abdolah, is een ode aan Slauerhoff en Khayyam. ,,Wij Farahani's zijn zienertjes'

,,Ik wil een monument in de tuin van de Nederlandse literatuur plaatsen', zegt hij. ,,Ik wil', en hij lacht om de overvloedige beeldspraak, ,,de rivier van de oude Perzische poëzie in de zee van de Nederlandse literatuur laten vloeien. Pas als me dat gelukt is kan ik weg.' Kader Abdolah heeft een opdracht. Niet van God, want daar gelooft hij niet in. Niet van het toeval, want ook daarin gelooft hij niet: ,,Het is geen toeval dat Kader Abdolah in Nederland terecht is gekomen. Het is geen toeval dat hij in het Nederlands schrijft.'

Sinds 1988 woont hij hier. ,,In een nieuwbouwwijk, met mijn vrouw en twee dochters. Uit mijn werkkamer zie ik de dijk, de IJssel, de vogels. En konijnen die heel dik zijn omdat er niet op ze wordt gejaagd.' Zijn eerste in het Nederlands geschreven boek verscheen in 1993 en een van de verhalen in De adelaars begon met de zin: `Als je uit je land vlucht, snijd je je wortels af.' De adelaars was getekend door het verblijf in asielzoekerscentra en door het verlies van dierbare mensen en dingen. De meisjes en de partizanen, Abdolah's tweede bundel, ging vooral over angst. De angst voor Rudolf Hillerbrand, een taxichauffeur en misschien wel een nazi. De angst voor Zahib de Verstopper, die kleine jongens verkrachtte, vroeger, in de Perzische bergen. En een Hollandse buurman, werkloos, homo en in de straat net zo'n vreemdeling als de verteller, werd beschreven in de roman De reis van de lege flessen.

Nu heeft Kader Abdolah, in 1954 geboren in Arak, Iran, een boek af waarin de angst en het verlies niet meer zo thuisloos zijn. Ze hebben een dak gevonden, het dak van de literatuur. En daarmee komt de epische roman Spijkerschrift. Notities van Aga Akbar dicht bij Abdolah's eigen ideaal. Spijkerschrift is een eerbetoon aan Slauerhoff en Bloem, aan Hafez, Taher en Khayyam, aan de Max Havelaar en De Rozentuin en de Koran, en aan `een geweldige dichter, wiens gedichten iedereen uit het hoofd kent': `Godaja rast goejand fetne az tost,/ wali az tars natwanam tjagiedan./ Labo dandane torkane Gota ra/ be in goebie na bajad afariedan: God, ik durf het niet hardop te zeggen,/ maar het is waar dat u zelf de veroorzaker van problemen bent,/ anders had u de mond en tanden van Gota's vrouwen maar/ niet zo mooi moeten scheppen.'

In een koel restaurant in zijn woonplaats Zwolle legt Kader Abdolah hartstochtelijk uit: ,,Dat is van Mirza Abolghasem Ghaemmaghame Farahani, mijn bet-overgrootvader. Hij was niet alleen dichter, maar ook een geliefd premier. Hij is vermoord door de mannen van de sjah.' Kader Abdolah, die eigenlijk Hossein Sadjadi Ghaemaghami Farahani heet, wist al vroeg dat hij de moord op zijn voorvader moest wreken door heel veel te schrijven. Hij kòn ook niet anders: ,,Wij Farahani's zijn zienertjes. We moeten maken, anders worden we ziek.'

Zelfs de analfabete en doofstomme vader in Abdolah's nieuwe roman voelt die drang om te schrijven. Aga Akbar maakt zich het spijkerschrift eigen dat een oude Perzische koning in een grot liet slaan en niemand kan het lezen. Maar Ismaiel, Aga Akbars zoon, probeert zijn vaders schrijfsels te ontcijferen. Ná Aga Akbars dood, want Spijkerschrift is ook een requiem.

Tapijtknoper

Abdolah's eigen vader, een tapijtknoper uit de streek Farahan, was eveneens doofstom. ,,Hij kon niet lezen, hij kon niet schrijven, hij noteerde dingen op zijn eigen manier. Hij had altijd een dagboekje bij zich en daar krabbelde hij dan wat in. Zelfs hijzelf kon zijn krabbels niet lezen.' De vader stierf vier jaar geleden. In Iran, het land waar de politieke vluchteling Kader van was afgesneden. ,,Ik heb de begrafenis van mijn vader niet meegemaakt, maar ik ga in mijn dromen naar zijn begraafplaats, hij komt uit zijn graf, we gaan even wandelen, langs de bomen, heel mooi.' Eén keer kwam de vader hem in Zwolle bezoeken. ,,Ik leende een fiets van een buurvrouw, hij deed zijn hoed op en ik zette hem met hoed en fiets op de foto. Hij snapte Nederland niet, hij kon ook helemaal niet fietsen. Maar die foto was voor hem Nederland. Mijn familie heeft de foto meegenomen naar zijn graf en iedereen moest lachen. Want die fiets was zo'n gekke omafiets.'

Een doofstomme vader: dat viel in Iran niet mee. Kader, toen nog Hossein, de oudste zoon, moest hem door de buitenwereld loodsen. ,,Ik was de vader van mijn vader en mijn vader was mijn zoon. De omgeving had onze rollen verwisseld. Ik bepaalde alles.' Pas in Nederland besefte hij hoe bijzonder die vader eigenlijk was. ,,Ik leerde de Nederlandse taal en ontdekte de rijkdom van mijn vaders beperkingen. Ik ontdekte dat ik niet bang hoefde te zijn om in een vreemde taal te gaan schrijven. Ik had met mijn vader in een pure taal, een zelfgemaakte taal gesproken, we praatten met elkaar in honderdvijfentwintig simpele gebaren. Alles wat hij vertelde begreep ik. En wat ik zei begreep híj. Ik dacht: `Als ik met mijn vader in een taal van honderdvijfentwintig woorden kan communiceren, kan ik dat ook met Nederlandse lezers. Ik heb mijn boeken met heel weinig woorden gemaakt.

,,Ik had laatst', vertelt Kader Abdolah, ,,een afspraak met een Perzische schrijver. We spraken met elkaar en hij glimlachte. Pas later kwam ik erachter dat ik niet in het echte Perzisch had gepraat. Ik had mijn Nederlandse gedachten in het Perzisch vertaald en dat had grappig geklonken. Maar zo grappig is het niet. De nieuwe taal grijpt naar je hoofd. De nieuwe taal probeert alles op te eten en je begint alles te vergeten.'

Tegen het vergeten helpt maar één ding: schrijven. ,,Omdat ik mijn herinneringen in de Nederlandse taal wil vastzetten krijgen zij een andere vorm. Soms mooier dan de werkelijkheid. Als stenen in een ring: ze glimmen beter. Misschien omdat ik zo bang ben om mijn herinneringen te verliezen overdrijf ik. Blaas ik meer geest in mijn herinneringen en maak ik van mijn herinneringen een kunstwerk.'

Sprookjesfiguren

In zijn herinneringen ziet hij hoe zijn oom achter een opiumset zit te roken en gedichten leest. Hij ziet zijn broer, die door de mannen van Khomeiny werd vermoord en stiekem moest worden begraven. Hij ziet zijn zus, die op een nacht verdween, naar de gevangenis. Meer nog dan in zijn vorige boeken krijgen die verre naasten in Spijkerschrift het aura van sprookjesfiguren of legendarische wezens. Alleen al de namen: Kazem Gan (ooms echte naam, trouwens), en Goudklokje (het zusje), en Aga Akbar, en Aga Hadi Gorasani... Bizarre figuren omringen hen, zoals Jafar de Spin, die niet kan lopen maar wel aan takken kan hangen, of Zeineb Gatoen, de slimme koppelaarster. Types uit oude volksverhalen. Abdolah hoorde ze vooral van de vrouwen.

,,Een tante van me, ze is twee weken geleden gestorven, kon geen pen vasthouden, maar zij gebruikte de mogelijkheden van haar stem. Als je uit haar mond de vertellingen van duizend-en-één-nacht hoorde, dan wàs zij Sjahrazaad. Ze verzon ook zelf verhalen. Met de bedoeling om problemen op te lossen, bij de vrouwen thuis. Een snoepje erbij, dadels erbij, de hele middag en avond. Op mijn zevende mocht ik ineens niet meer mee. Want de vrouwen hadden mooie kleren aan, zelfs korte rokken en make-up, en na de verhalen gingen ze dansen.'

`Saffraandorp', zo heet in Spijkerschrift het oord waar zoveel wonderbaarlijke dingen gebeuren. ,,In de dorpen van Farahan', zegt Kader Abdolah, ,,maken ze de mooiste tapijten van de hele wereld en daar komen de grote mannen van Iran vandaan. Maar ik kom uit de stad. De jongere generatie uit de dorpen in die hoge bergen is naar Arak getrokken. Zo ook mijn vader met zijn gezin. Een lelijke stad, Arak. Één miljoen inwoners en geen geschiedenis. Omdat ik die stad niet mocht heb ik er nooit over geschreven. Maar in Spijkerschrift kon ik er niet omheen.' In de stad, een naamloze stad met veel flats, begint het meer prozaïsche gedeelte van Abdolah's nieuwe roman. De vader zakt af tot fabrieksarbeider, de moeder kijkt op hem neer en ook de zoon drijft van hem af. De mooiste passages in Spijkerschrift gaan over de pogingen van die zoon om aan zijn vrome vader het wetenschappelijke wereldbeeld te verklaren.

,,Weet je wel dat de aarde beweegt?'

,,Wat?'

,,En dat jij, ik en ons huis om de zon draaien.'

Ik gebaarde naar de sterren, verzamelde al die sterren in mijn linkerhand, voegde er de rivier van onze stad en de bergen aan toe, en zette mijn vader daar bovenop, vervolgens perste ik alles samen met mijn beide handen, en pakte de geperste bol materie nu over in mijn rechterhand. Dit hield ik voor zijn gezcht, en liet het ineens ontploffen: ,,Boeeeem... Sterren, sterren, nogmaals sterren en dan de zon, en dan de aarde en dan de maan en dan mijn vader en dan ik.... snap je wat ik bedoel?'

Nee, hij snapte het niet. Ik ook niet. (Uit: Spijkerschrift)

Op zijn veertiende, herinnert Abdolah zich, hield zijn gelovigheid op. ,,Ik was verliefd op een meisje, een paar huizen verderop, en zij wist het niet. Tegen God zei ik: `Als dat meisje komt, God, laat haar dan even voor haar huis stilstaan. Dan loop ik naar haar toe en vertel ik haar dat ik van haar houd. Als zij komt bestaat u. Als zij niet komt bestaat u niet.' Ik ging naar buiten, zij kwam niet: God bestaat niet. Afgelopen. Ik ging op mijn eigen benen staan, ik ging gewoon kloppen op haar deur. En zij kwam naar buiten.'

Linkse beweging

Lees je Spijkerschrift, dan toont de verteller zijn twijfels. Omdat Ismaiel zijn vader in de steek liet toen hij in Teheran natuurkunde ging studeren en omdat, toen hij daar met de linkse beweging in aanraking kwam, hij zijn politieke idealen even hard aan zijn vader opdrong als de wetenschap. Maar praat je met Kader Abdolah, dan zegt hij: ,,Ik heb nergens spijt van.'

En zeker geen spijt heeft hij van zijn deelname aan het communistische verzet, tegen de sjah en later tegen Khomeiny. Dat bijna de hele beweging werd uitgeroeid, maakte het verzet nog niet zinloos: ,,Je kunt ook zeggen: `In de Tweede Wereldoorlog zijn er zovelen gesneuveld, we hadden beter niets kunnen doen.' Nee, we wisten wat we riskeerden en we waren bereid om die prijs te betalen. We hebben onze vaderlandse geschiedenis veranderd, we hebben de cultuur veranderd, we hebben boeken geschreven, we hebben boeken vertaald, we hebben liedjes gemaakt, we hebben muziek gemaakt. In die tijd moest het zo zijn. In die tijd moest ik mijn best doen, en ik hèb mijn best gedaan.' Hij bracht zijn familie in gevaar, maar ook dàt moest zo zijn: ,,We waren niet bang voor de dood.'

Toch wordt de tegenstelling tussen de zoon, die met Marx en Mao dweept, en de vader, die Khomeiny bewondert, in het boek soms schrijnend. ,,In dat boek heb ik gezegd: de Iraanse geest, de Perzische geest, het Perzische volk heeft altijd op een verlosser gewacht. Daarom heb ik geschreven over de heilige die zou komen. En ineens kwam Khomeiny. En het volk ging achter hem staan. Khomeiny's radicale houding, zijn wijsheid, zijn lange witgrijze baard, zijn hele sprookjesachtige verschijning: hij had wel wat van onze dromen. Zelfs ik was even door hem betoverd.'

Een van zijn dromen is nu: ,,Ik ga terug naar Iran om me te bemoeien met de vaderlandse politiek.' Niet meer in een communistische partij, want de communistische partijen zijn allemaal opgeheven. ,,Gewoon vrij meedoen aan een democratie op z'n Perzisch. Waarbij je de godsdienst niet uit kunt schakelen, want die speelt zo'n belangrijke rol in de Iraanse samenleving. Maar ik wil het volk wel vertellen dat we niet meer op iemand moeten wachten: we moeten zelf voor rechtvaardigheid zorgen.'

Vooralsnog bemoeit hij zich met Nederlandse aangelegenheden. Wekelijks schrijft hij in de Volkskrant de column Mirza, het Perzische woord voor chroniqueur. `De Nederlandse samenleving is niet meer van u', zo voer hij in een recente column uit tegen publicist Paul Scheffer. `Weg met wrok, afkeer, trauma's en drama's van de publicist. Paul Scheffer, ga aan de kant! Nederland is nu ook van ons.'

Dat klinkt agressief, maar de gewelddadige ofwel criminele allochtonen uit de statistieken passen niet in Abdolah's visioen. ,,Het is', juicht hij terwijl zijn handen nauwkeurige gebaren maken, ,,de tijd van de satellieten, de tijd van Internet, de tijd van computers, de tijd van CNN, de tijd van BBC Wereld. De Berlijnse Muur is gevallen en het communisme is weg. Dus de nieuwsgierige mens op de hele aarde komt in beweging. Over twintig jaar zal de overheersende rol van de blanke schrijvers voorbij zijn. Nederland zal bekende auteurs en ook romanfiguren hebben van wie de wortels in Iran liggen, in Afrika, in Zuid-Amerika. En dat kan niemand tegenhouden. Geen wet, geen Tweede Kamer, geen koningin, geen leger. Mensen zullen hier naartoe blijven komen, ze zijn zelfs bereid om zes, tien, twintig jaar in asielzoekerscentra te wachten, hun leven te verpesten – want hun kinderen gaan hier verder, op de eerste rij.'

`Spijkerschrift. Notities van Aga Akbar' verschijnt op 14 april bij uitgeverij De Geus (384 blz, ƒ 49,90). De Geus gaf ook de overige boeken uit van Kader Abdolah, waaronder een `Mirza'-selectie.

Foto Kader Abdolah

De foto van schrijver Kader Abdolah op pagina 7 van het CS van vorige week was van Sake Elzinga.