Van Aartsen blijft bij brief, steun Kamer

Minister Van Aartsen (Buitenlandse Zaken) blijft erbij dat hij er goed aan heeft gedaan al zijn EU-collega's te stimuleren aanwezig te zijn bij de opening vanochtend van het Europees waarnemingscentrum tegen racisme en vreemdelingenhaat.

Van Aartsen, die gisteren in de Tweede Kamer ter verantwoording was geroepen voor zijn brief, zei dat er 23 februari ,,geen enkele indicatie'' was geweest die ertegen pleitte om ook Oostenrijk vandaag politiek aanwezig te laten zijn. Integendeel, de ,,signaalwerking'' jegens de 4 februari aangetreden coalitie van christen-democraten (ÖVP) en de extreemrechtse FPÖ zou daardoor alleen maar sterker zijn.

Bovendien moest volgens Van Aartsen ook zijn Oostenrijkse collega wel worden aangeschreven, want het Weense centrum is immers een EU-instelling. De afgesproken sancties tegen Oostenrijk van de andere veertien EU-staten hebben een bilateraal karakter.

[Hoewel haar aanwezigheid niet gewenst was, kwam de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken, Benita Ferrero-Waldner, in gezelschap van president Thomas Klestil naar de opening van centrum, zo meldt onze correspondent in Wenen. Buiten het programma om legde Bob Purkiss, voorzitter van het bestuur van het centrum, een korte verklaring af. ,,Wij hebben de Oostenrijkse regering niet uitgenodigd'', zei hij, onderbroken door applaus. ,,Wij hebben gewezen op het gevaar dat uitgaat van deze regering, waarin een openlijk racistische partij zit.'' In een reeks lezingen hekelden – behalve de Oostenrijkse president – alle sprekers (onder wie EU-voorzitter Prodi) in scherpe bewoordingen racisme en xenofobie. President Klestil legde de nadruk op de positieve daden van de Oostenrijkse bevolking. Hij vond dat Oostenrijk ten onrechte als te boek staat als racistisch.]

Na de kritiek die Van Aartsen de afgelopen dagen op zijn ,,aanmoedigingsbrief'' had gekregen van oud-minister Van Thijn, bestuurslid van het centrum, en enkele Tweede-Kamerfracties, kan de minister nu rekenen op steun van PvdA en VVD. De PvdA'er Koenders zei nu ,,voldoende opheldering' te hebben gekregen, hij sprak van ,,misverstanden'' tussen het centrum en Van Aartsen en ,,enig gehannes'' als gevolg daarvan. De oppositiefracties CDA en GroenLinks handhaafden hun kritiek.

De minister, die zijn brief mede namens België en Luxemburg en na raadpleging van EU-voorzitter Portugal had verzonden, herinnerde er gisteren aan dat een Kamermeerderheid hem 10 februari had gesteund, toen hij zijn aanwezigheid bij de opening van het centrum aankondigde. Hij wees erop dat Van Thijn en andere bestuursleden van het centrum pas na de brief contact hadden gezocht, en dat bij de Oostenrijkse president, Klima en de andere EU-staatshoofden pas op 10 maart uitnodigingen van het centrum waren binnengekomen. Van Thijn ontkent deze lezing.