Stenen door Westerse etalageruiten

Afrikaanse vrouwen in Tirolerjurken en een naakt met Trabant: fotograaf Olaf Martens ondermijnt het westerse schoonheidsideaal.

De beelden van fotograaf Olaf Martens tonen het zeldzame moment waarop kitsch overgaat in kunst. In zijn werk worden glamour, erotiek en maatschappijkritiek op een subtiele manier gecombineerd. Of beter gezegd: geënsceneerd, want elke foto is een zorgvuldig in elkaar gezet schouwspel. Martens heeft in tien jaar tijd een opmerkelijke gekregen, zowel in Duitsland als daarbuiten. Hij publiceerde regelmatig in tijdschriften als Der Spiegel, Stern en Art en heeft een indrukwekkende rij tentoonstellingen achter de rug. Olaf Martens is een DDR-kind. Hij werd geboren in 1963 in Nordhausen. De Koude Oorlog is dan in volle gang. Het IJzeren Gordijn wordt dichtgeschoven en in Berlijn wordt de Muur aangelegd, dwars door de stad. Berlijn scheurt. De plattegrond van de stad lijkt nog steeds op een arm uit de kom. Waar je een centrale as zou verwachten, gaapt een gat. Ooit liep de entree uit het westen onder de statige lindebomen – Unter den Linden – naar het centrum, de Alexanderplatz. Maar de Muur versperde de doorgang en de stad werd uit haar verband gerukt. Het westelijk deel van Berlijn kreeg een nieuw centrum, de Kurfürstendamm, één kilometer zuidelijker lopend van niets naar niets. Het was de langste etalage van het kapitalisme, een Schaufenster waarnaar de Oost-Duitse buurstaat verlekkerd mocht kijken.

Als puber keert Olaf Martens zich tegen het systeem en construeert hij zijn eigen wereld in foto's. Hij vlucht in de verbeelding. Nadat hij een aantal jaren heeft gewerkt als technisch tekenaar bij een bouwbedrijf, schrijft hij zich in voor de Hochschule für Graphik und Buchkunst in Leipzig om fotograaf te worden. Drie jaar moet hij wachten, want kinderen van partijleden gaan voor. En als hij de schooldeuren definitief achter zich dichtslaat, in 1990, is de Muur verdwenen en zijn de grenzen tussen Oost en West verleden tijd. Althans op de kaart, want in het hoofd van Olaf Martens blijft de tweedeling rondspoken. Hij kan maar niet wennen aan `die Wende'. Dat vertaalt zich in bijna schizofrene beelden.

Spoorlijn

Laten we eens kijken naar een foto uit 1992, drie jaar na de val van de Muur. We zien een verlaten fabrieksterrein met een goederenspoorlijn die al lang niet meer wordt gebruikt. Langs de rails staat het onkruid drie jaar hoog. We zijn in Rachwitz, net boven Leipzig. De plaats staat niet op de kaart, en zonder deze foto zou niemand er ooit van gehoord hebben. Tussen de rails van het spoor liggen twee vrouwen kruislings over elkaar. Ze zijn er niet zelf gaan liggen, ze werden door Martens gedrapeerd tussen de bielzen. De onderste vrouw is half gekleed, de bovenste naakt. Er nadert gelukkig geen trein; dat hadden we hier ook niet verwacht. Er komt hier nooit meer een trein, de dienstregeling is afgeschaft. Maar we zien wel een gigantische machine, die ooit werd gebruikt om de bruinkool te graven. Maar ook de tijd van bruinkool is voorbij. Nu hangt de machine als een draak boven de vrouwenlichamen. Het monster is op zoek naar maagdenvlees.

De foto is eigenlijk een kaart van het Duitsland van voor de Muur. We moeten de kaart alleen goed lezen. Het oosten is boven en het westen onder. En dwars door het beeld loopt onzichtbaar de Muur. In de lucht hangt het summum van overleefde Oostbloktechniek, de graafmachine. Dreigend slaat hij nog eenmaal zijn kop in de lucht. En daaronder, tussen de spoorrails, ligt in volle glorie de Kurfürstendamm: uitdagend en sexy, verlokkelijk en pervers.

De tegenstelling tussen Oost en West verschijnt vaak in de foto's van Martens. Hij laat vrouwen poseren in oude verwaarloosde fabrieken. Op een andere foto leunt een naakt model tegen een Trabant die rijp is voor de sloop. Het nieuwe leunt tegen het oude, maar er is geen houvast.

In feite kijken we naar het verloren perspectief van de tweede generatie. Olaf Martens en zijn leeftijdsgenoten zijn opgegroeid en gevormd in een politiek systeem zonder toekomst. En juist als hun toekomst begint, wordt dat systeem als oud vuil op straat gezet. Zij worden heen en weer geslingerd tussen twee culturen op dezelfde manier als de tweede en derde generatie migranten uit Turkije en Marokko. Net als zij moeten ze leven met een onoverbrugbare kloof tussen de cultuur van hun ouders en de cultuur van hun nieuwe omgeving. Het enige verschil is dat Olaf Martens geen migrant is, maar dat de Westerse cultuur in hem is komen wonen. `Straddlers of two cultures' worden ze in het Engels genoemd. Letterlijk betekent dat: mensen die wijdbeens staan of schrijlings zitten. Het zijn opmerkelijk genoeg de poses die hij veel van zijn fotomodellen laat aannemen.

Martens kleedt zijn vrouwen Westers, en zelfs naakt zijn ze Westers gekleed. Zo kijken jullie naar vrouwen, lijkt hij te zeggen. Hijzelf heeft nog de degelijke seksualiteit van de vroegere socialistische maatschappij meegemaakt. De DDR kende een lange traditie van naturisme, de Freikörperkultur. Langs de kust was naaktrecreatie een geaccepteerd verschijnsel. De moraal in het Oosten was vrijer dan het Westen lief was. En het tegenstrijdige is dat juist de teloorgang van het socialisme heeft geleid tot een verbod op naakt. Want de rijke toeristen en dagjesmensen uit het Westen die de stranden in het oosten bezoeken, vinden de Oost-Duitse mannen- en vrouwenlijven niet esthetisch. Ze voldoen niet aan het schoonheidsideaal van de Westerse samenleving. Het is een voorbeeld van de subtiele vernedering die men in het Oosten ondergaat.

Schoonheid

Het Westerse schoonheidsideaal is het meest geliefde onderwerp van Olaf Martens. Hij drijft de spot met schoonheid. Hij brengt het met grote precisie in beeld en stelt het aan de kaak. Zijn imitaties zijn nauwelijks van echt te onderscheiden. Alleen wie het wil zien, begrijpt de boodschap.

Illustratief zijn de foto's uit het `Kitsch-atelier'. De modellen staan voor een decor met weilanden en berglandschappen. De foto's zijn met de hand ingekleurd in romantisch zoete tinten. Het zijn net ansichtkaarten uit de het begin van de vorige eeuw, maar ook weer niet. Want de drie Tiroler-meisjes voor de geschilderde Alpenreuzen zijn geen hoogblonde deernen, maar breedlachende zwarte Afrikaanse vrouwen. Alles is bedrog: de modellen, de achtergrond, de kleur. Martens laat het hele circus opdraven: travestieten in Sissi-jurken, dansgroepen, variété-artiesten, striptease-danseressen, lilliputters, etc. Het is één grote Laat de Leeuw-show. Zijn foto's zijn kitscher dan kitsch en dat is precies de bedoeling. Want schoonheid is doorgeschoten lelijkheid.

In een andere serie foto's benadert hij hetzelfde thema van een andere kant. Hij fotografeert verschillende apparaten waarmee vrouwen het heersende schoonheidsideaal trachten te bereiken: prothesen, zonnebanken, massage-apparatuur, etc. In zijn enscenering worden het monsterlijke machines. Eén van de foto's toont een vrouw onder een apparaat waarmee dertig krullen tegelijk kunnen worden gezet. Ook hier DDR-techniek van de bovenste plank. Met flink wat Volts.

Hier is het theater van Olaf Martens op zijn best. Dit is de grande finale: de elektrocutie van het Westerse schoonheidsideaal. Dit zijn stenen door de etalageruiten van de Kurfürstendamm.

En dat is precies de bedoeling. Olaf Martens hanteert alle middelen en stijlvormen in zijn fotografische strafexpeditie. Hij voert een bijna wanhopig gevecht waarin hij zijn eigen verbeelding inzet tegen de verbeelding die het westen zich aanmatigt.

Want natuurlijk, het is een feit dat het socialisme is verdwenen en dat de Muur tot op de laatste steen is afgebroken. Berlijn is weer het hart van het land. Maar voor Olaf Martens klopt het nog steeds niet.

De tentoonstelling `Der Schräge Blick' van Olaf Martens maakt deel uit van de Foto Biënnale Rotterdam en is te zien in het Goethe-Institut, Westersingel 9, Rotterdam tot en met 12 mei, ma t/m do 10-19 uur, vrij 10-17 uur, gesloten van 21 tot en met 24 april.