Stedelijk met de bijbel

Het nieuwe beleidsplan van het Stedelijk Museum, Het museum als school, is niet alleen een zakelijke toekomstvisie, het is ook een geloofsbelijdenis. In één klap wordt duidelijk wat we de komende jaren mogen verwachten van dit museum, volgens zakelijk directeur Stevijn van Heusden ,,een van de belangrijkste musea van moderne kunst in de wereld''. Nieuwbouw natuurlijk. Verzelfstandigd personeel. Kunst achter glas. Minder tentoonstellingen. Maar vooral: ,,het museum, met zijn verzameling, omvormen tot een educatief project als een school'', zoals directeur Rudi Fuchs in het plan schrijft. De vraag ligt dan voor de hand: wat gaat het Stedelijk ons leren?

Zelf heeft Fuchs nooit verhuld dat hij een persoonlijke visie heeft op de kunstgeschiedenis, een visie die je het beste kunt samenvatten als de `verdediging van de noordelijke traditie'. Fuchs houdt van stevige, wat traditionele schilderkunst. Hij houdt vooral van de Noor Edvard Munch en zijn navolgers, van de Duitse expressionisten. Wat Nederlanders, ook wel.

Fuchs heeft minder op met die andere dominante traditie van deze eeuw, die van het modernisme. Duchamp en zijn navolgers – vindt hij maar niks. Abstract expressionisme: mwah. Pop-art: kunst, omdat het moet. En die voorkeur was te zien, de afgelopen jaren in het Stedelijk. De grote tentoonstellingen werden vooral gemaakt door Duitse of Oostenrijkse schilders: Markus Lüpertz, Georg Baselitz, Günther Förg, Arnulf Rainer. Geen traditie die erg populair is op het moment. Hij is zelfs wat uit de tijd. Het modernisme heeft er nu eenmaal flink ingehakt.

Maar goed, een museum dat een educatief project wil zijn gaat ongetwijfeld beide tradities tonen – op een school sluit het een het ander tenslotte niet uit. Maar wat schrijft Fuchs, op pagina tien van Het museum als school? ,,Veel kunstwerken moeten we opnieuw waarderen en tevoorschijn halen van achter esthetische vooroordelen zoals die van het modernisme en andere artistieke modes.''

Toen ik het las heb ik m'n ogen twee keer uitgewreven. Hier staat hoofdmeester Fuchs, die het modernisme tot een `artistieke mode' uitroept. Met een `esthetisch vooroordeel' bovendien. En wat is hét voorbeeld van dat modernisme volgens deze docent, zo blijkt later uit het stuk: La perruche et la sirène, van Matisse. Uit 1952. Een toonaangevend modernistisch werk? Worden de dingen hier niet een beetje door elkaar gehaald?

Daar staat-ie dan, onze nieuwe docent in het Stedelijk. Het blijkt een gereformeerde biologiedocent te zijn, die zijn leerlingen wil leren dat God in zeven dagen de wereld heeft geschapen. Met de evolutietheorie wil hij niks te maken hebben, en dus roept hij maar dat dat iets is waarin ze mensen met apen vergelijken.

Niks evenwichtig beeld, met voors en tegens, maar een rigide geloof, dat andere visies afdoet als `modieus'. Het Stedelijk als School met de Bijbel. Wie had dat durven denken.