Spong 2

Mr. Gerard Spong vindt het opmerkelijk dat de paus geen excuses heeft aangeboden voor de tolerante, zelfs goedkeurende houding van de kerk tegenover de slavernij, waar zijn favoriete acteur Russell een vernietigend oordeel over zou hebben uitgesproken. Ik kan die bewering van Spong niet rijmen met wat kardinaal dr. J. de Jong over het onderwerp schrijft in zijn Handboek der kerkgeschiedenis (deel 3). Bij De Jong lees ik: `Aanvankelijk hebben enkele theologen de slavernij verdedigd als een rechtmatige straf voor afgodendienst en andere tegennatuurlijke zonden; doch Paulus III verbood in een bulle van 2 juni 1537 absoluut de slavernij, niet alleen van indianen, `doch van mensen van ieder ras, en niet alleen van bekeerden tot het christendom, doch ook van hen die leven buiten het christelijk geloof'. Hij verklaarde alles nietig, wat in strijd met deze bul zou gebeuren. Ook Urbanus VIII, aldus De Jong, sprak de excommunicatie uit `over ieder die het wagen zou een Indiaan, christen of niet, tot slaaf te maken (1639); ook Benedictus XIV veroordeelde de slavernij (1741). De Kerk stond echter aanvankelijk vrijwel machteloos'.

Het is ongetwijfeld zo dat later vele katholieken zich niet aan de pauselijke uitspraken gehouden hebben, en daarmee bijdroegen aan het beeld van wat Spong de `christelijke hypocrisie' noemt. Maar als Russell en De Jong dezelfde historische feiten erkennen, valt op de houding van de kerk als instituut, respectievelijk op de opstelling van de pausen, weinig aan te merken.