Spong 1

Bertrand Russells Why I am not a Christian en de Tractatus Logico-philosophicus van Ludwig Wittgenstein zijn bepalend geweest voor de levensbeschouwelijke overtuiging van Gerard Spong (`Het beslissende boek van: Gerard Spong', Boeken 10.3.00). Spongs interpretatie inzake de Tractatus behoeft echter nuancering. Net als Spong hebben de leden van de Wiener Kreis en later onder anderen W.F. Hermans de Tractatus geïnterpreteerd als een manifest om – middels taallogica – de metafysica en de religie naar het rijk der fabelen te verwijzen. Met name de slotthese `Wovon man nicht sprechen kann, darüber muss man schweigen' is opgevat als een positivistische stelling.

In de tekst die Wittgenstein aan de Weense uitgever heeft nagezonden, stelt hij echter dat de Tractatus uit twee delen bestaat. Het deel dat hij heeft geschreven en het ongeschreven deel. Het laatste deel is het belangrijkste en moet door een ieder individueel worden geschreven. (Rechts-)wetenschap en filosofie zijn niet in staat om morele, esthetische en religieuze waarden tot uitdrukking te brengen. Slechts ethische, esthetische en religieuze ervaringen leiden daartoe. De overeenkomst tussen moraal, kunst en religie enerzijds is erin gelegen dat zij de grenzen van het zegbare aangeven.

Spong kan zijn ongeloof daarom niet ontlenen aan de Tractatus. Net zo min als een ongelovige zich kan beroepen op het ontologisch Godsbewijs van Anselmus, waarmee immers ook kan worden aangetoond dat God niet bestaat. Het was Augustinus die omstreeks 400 al stelde: `Wij kunnen God slechts kennen door eerst in vertrouwen te geloven in hetgeen niet bewijsbaar is'.

    • Leo Q. Onderwater