Sjevardnadze niet populair, wel favoriet

De Georgiërs kiezen zondag een president. Favoriet, op eenzame hoogte, is Edoeard Sjevardnadze, zittend president. Maar dat betekent niet dat hij populair is.

Veel twijfel aan de uitslag van de verkiezingen bestaat er niet: Edoeard Sjevardnadze krijgt volgens de peilingen zestig of zeventig procent van de stemmen, en peilingen mogen in Georgië weinig betrouwbaar zijn, ze zijn doorgaans niet zo onbetrouwbaar dat ze er vele tientallen procenten naast zitten. Van zijn uitdagers hoeft de Witte Vos er maar één serieus te nemen: Aslan Abasjidze, `de Leeuw van Adzjarië', voormalig bondgenoot en nu Sjevardnadze's gezworen vijand.

Die zestig tot zeventig procent suggereren populariteit, maar dat is een indruk die bedriegt: de voormalige Sovjet-minister van Buitenlandse Zaken onder Gorbatsjov is in eigen land verre van geliefd. Als hij wordt herkozen ligt dat eerder aan het gebrek aan serieuze alternatieven dan aan zijn eigen populariteit. Sjevardnadze heeft sinds zijn aantreden als staatshoofd in 1993 veel gepresteerd. Hij heeft het land gestabiliseerd na de diverse verscheurende oorlogen op rij – de burgeroorlog rond zijn voorganger Zviad Gamsachoerdia, de oorlog tegen de Zuid-Osseten, de oorlog tegen de Abchaziërs. Hij heeft, voornamelijk dankzij een krachtige uitstraling als sterke man en een grondwet die hem zeer veel macht geeft, rust gebracht in het openbare leven en de gewapende milities die voor 1993 het land onveilig maakten, onschadelijk gemaakt. ,,Wij hebben Georgië gered'', zegt Sjevardnadze, en dat is – pluralis majestatis of niet – niet overdreven.

Maar de 72-jarige president heeft te veel niet gepresteerd om populair te zijn. Abchazië is verloren gegaan, een vernedering en een gapende open wond voor de Georgiërs, en zeker niet alleen de 200.000 vluchtelingen uit Abchazië die nu al acht jaar huizen in inmiddels volstrekt uitgewoonde hotels en sanatoria. In Zuid-Ossetië maken de separatisten de dienst uit – nòg een wond, hoewel een minder schrijnende, want er is geen gewapende confrontatie meer en de grens tussen Zuid-Ossetië en Georgië is open voor mensen en goederen.

Nog veel erger voor de gewone Georgiër is Sjevardnadze's onvermogen naast politieke stabiliteit ook een zekere welvaart te brengen en de moordende corruptie te elimineren. Het gaat de Georgiërs slecht. Na een korte opleving in 1997 is de economie vervolgens weer hopeloos ineengezakt. Zeventig procent van de bevolking leeft onder het bestaansminimum. Overal in het land liggen wegroestende fabrieken als industriële ruïnes in het landschap, de landbouw is ingestort als gevolg van de gebrekkige infrastructuur, gebrek aan afzetmogelijkheden en gebrek aan geld. Officieel werk hebben maar weinigen – meer dan de helft van het bbp wordt in de zwarte sector opgebracht. Van lonen die wel worden verdiend en van pensioenen (twaalf gulden per maand, voor de meeste bejaarden) kan niemand leven – en ze worden trouwens toch niet uitbetaald.

De lage levensstandaard en het gebrek aan toekomstperspectieven heeft de Georgiërs gedesillusioneerd en apathisch gemaakt, en vijandig tegen alles wat met politiek te maken heeft. Verkiezingen interesseren eigenlijk niemand omdat politiek niemand interesseert. Het dagelijks overleven is al een zware klus voor de overgrote meerderheid van de Georgiërs. Meer dan een miljoen Georgiërs zijn de afgelopen tien jaar geëmigreerd.

Sjevardnadze's uitdager Aslan Abasjidze wordt in zijn eigen regio Adjzarië in het zuidwesten van Georgië op handen gedragen omdat hij er de afgelopen tien jaar – hij is leider van de Adzjariërs sinds 1991 – in is geslaagd deze regio (waar de helft van de bevolking bestaat uit islamitische Georgiërs en waar grote Armeense en Russische minderheden wonen) buiten de drie opeenvolgende gewapende conflicten in Georgië te houden. Ook economisch gaat het de Adzjariërs beter dan de andere Georgiërs: het grootste deel van de buitenlandse handel van Georgië wordt afgewikkeld via de in Adzjarië gelegen havenstad Batoemi, en via de landgrens tussen Adzjarië en Turkije. Dat levert geld op, dat de Adzjariërs niet afdragen. Integendeel: onder Abasjidze hebben ze zich vrijwel geheel onttrokken aan het gezag van de centrale regering in Tbilisi.

Dat is hun niet in dank afgenomen. Herhaalde pogingen van Sjevardnadze om het centrale gezag in Adzjarië te herstellen (en zich meester te maken van de opbrengst van de handel met Turkije) zijn door zijn vroegere medestander Abasjidze uitgelegd als samenzweringen om hem ten val te brengen, voorbereidingen van een gewapende invasie van Adzjarië, voorbereidingen van een economische blokkade van Adzjarië of zelfs moordaanslagen op zijn leven. Men maakt elkaar de afgelopen jaren uit voor alles wat lelijk is. Abasjidze beschuldigt Sjevardnadze van moordcomplotten en gewapende agressie, incompetentie en een meedogenloze dictatuur, Sjevardnadze verwijt Abasjidze separatisme, corruptie en diefstal en omschrijft hem als paranoïde en instabiel.

Abasjidze is kandidaat voor zijn eigen oppositiepartij Aghorzineba (Heropleving), die nog een tweede kandidaat naar voren heeft geschoven: Dzjoember Patiasjvili, leider van de communistische partij tussen 1985 en 1989. Waar Abasjidze veel stemmen zal krijgen in zijn eigen Adzjarië zal Patiasjvili veel proteststemmen krijgen in de rest van Georgië. Maar dat ze Sjevardnadze voor kunnen blijven, of zelfs maar een tweede ronde kunnen afdwingen, is meer dan onwaarschijnlijk. Minder dan een kwart van de Georgiërs heeft blijkens opiniepeilingen vertrouwen in de president, maar geen enkele andere politicus komt boven de tien procent uit. Sjevardnadze mag impopulair zijn, veel Georgiërs vertrouwen de alternatieven nog minder. En het kan sowieso de meesten niets schelen.

    • Peter Michielsen