Rattratttatttrattt!

Hugo Pratt is alweer een paar jaar dood, maar zoals vaak bij grote kunstenaars, verscheen onlangs een postuum album van `de meester van het avontuur'. Die titel kreeg Pratt niet voor niets, want zowel zijn werk als zijn leven getuigden van een avontuurlijke instelling. Zijn bekendste creatie was Corto Maltese, een avonturier pur sang. De cynische antiheld Corto reisde kriskras door de wereld om schatten te zoeken, duistere complotten te verijdelen of gevaarlijk mooie vrouwen te redden. Het boek De ballade van de zilte zee is dan ook een echte klassieker, die veel tekenaars als inspiratiebron noemen. Naast Corto maakte Pratt ook `one-shots' zoals zijn andere beroemde boek, De woestijnschorpioenen.

Pratts laatste geesteskind valt in die categorie en vertelt het verhaal van Royal Navy-officier Morgan in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. De uitgebreide inleiding die aan het verhaal voorafgaat, leert ons dat Engeland aan het einde van de oorlog torpedobootjagers inzette in de Egeïsche Zee. Zij werden gebruikt om strijd te leveren met Italië en om de Duitse kustverdediging in Joegoslavië en Griekenland te saboteren. Morgan is een verbindingsofficier voor de Navy, maar wil eigenlijk meer dan `postbode spelen'. Zijn bevelhebbers willen echter niet dat hij deelneemt aan gevaarlijke missies, omdat ze de combinatie van zijn diplomatieke talent en doortastendheid willen reserveren voor echt belangrijk werk op de achtergrond. Morgan zou echter geen Hugo Pratt-held zijn als hij precies zou doen wat hem wordt opgedragen.

Met zijn hazentanden en flaporen ziet hij er niet uit als een held, maar dit wordt ruimschoots gecompenseerd met nonchalance, nobele inborst en waaghalzerij. Als Morgan twee officieren moet afzetten op een eilandje, negeert hij het bevel direct terug te keren met de boot en besluit hij ze te gaan redden. Zonder scrupules executeert hij de Joegoslavische partizanen, nadat die eerst nog omslachtig uitleggen waarom ze nu eigenlijk oorlog voeren tegen de geallieerden. Morgan wordt gevangen genomen door Duitsers, ontsnapt en begint aan zijn volgende missie. Wederom neemt hij daarbij een risico door met een ballon boven Duitse linies te gaan en deze met granaten te bestoken. Zo volgen er nog een paar missies. Ondertussen maakt hij kennis met de charmante luitenant Eveline Cunningham en wordt hij toch ingelijfd bij de geheime dienst door zijn spectaculaire acties.

De belevenissen van Morgan vormen niet echt een rond verhaal. Het zijn spannende en bijzonder goed gedocumenteerde oorlogsanekdotes. De katalysator van alle belevenissen is Morgans rebelse natuur en zijn zucht naar avontuur. Zijn personage wordt perfect neergezet en subtiel voorzien van allerlei lagen. Zo is hij een koelbloedige moordenaar als het moet, maar tegelijkertijd een dromer. Morgan executeert een listige spionne en meldt bij terugkeer op de basis stoer dat hij `liever iets anders met vrouwen doet', snijdt de darmen uit een gedode agent (`zo blijft het lijk niet drijven, als we het in het water gooien', legt hij uit aan een ontzette collega), maar mijmert hij na een schipbreuk over Diomedes uit de Ilias (een boek dat in zijn jeugd veel indruk heeft gemaakt op Pratt).

De belangrijkste reden waarom Hugo Pratt zo beroemd is en nog steeds zo vaak wordt genoemd als favoriet van veel tekenaars is zijn tekenstijl. Al ver voordat de term `auteurstrip' in de jaren tachtig werd gebruikt om tekenaars met een eigenzinnige en doorgaans zwart-wit tekenstijl te categoriseren, produceerde Pratt al Corto Maltese-verhalen met een grove penseel. Pratts zwierige, grove lijnen, die school maakten bij onder andere Jose Muñoz en Jacques Tardi, hebben eigenijk geen kleur nodig, omdat dit alleen maar afleidt van het viruoze lijnenspel. Ook in Morgan hanteert `de meester van de grove penseel' een kale, maar subtiele stijl. Als het nodig is laat hij zien dat hij ook heel gedetailleerde gebouwen kan neerzetten. Zo heeft Pratt extra zijn best gedaan op de scènes in Venetië. Met die laatste platen keert hij terug naar de stad waar hij opgroeide en het grootste deel van zijn leven woonde (naast onder andere Argentinië en Ethiopië). Met Morgan maakte Pratt zo de cirkel rond.

Postume albums vallen vaak tegen, omdat de tekenaar dan zijn beste werk al heeft gemaakt en je na het overlijden juist wat oude boeken uit de kast hebt gehaald. Na herlezing van die toppers is het laatste werk dan een deceptie. Dit is echter niet het geval bij Morgan. Het is een lekker ouderwetse avonturen-oorlogsstrip (met de onvermijdelijke geweervuur-onomatopeeën: `bang! ratttratttrattt!' en `boom!') waarin Pratt zijn meesterlijke vertel- en tekentalent voor de laatste keer aan ons laat zien.

Hugo Pratt: Morgan.

Casterman, 96 blz. Kleur, ƒ48,-

Buitenlandse literatuur