Professionals

Hoe zou het Nederlandse voetbal eruit hebben gezien als de twee heren D.C. Noppen en M. Weinthal in juli 1888 wél genoeg belangstellenden hadden getrokken voor hun oprichtingsvergadering van een nationale voetbalbond? Bij de twee bestond een grote behoefte aan een overkoepelende organisatie, omdat er geen duidelijkheid bestond over de spelregels, zo schreef Weinthal: `Wel heet het, dat alle clubs volgens de Engelsche regels spelen, maar in onzen wedstrijd van den vorigen Zondag bleek het, dat er in vele gevallen meeningsverschil bestond.' Maar daarin stond de schrijver toen dus nog bijna alleen.

Misschien zaten de weinige aanwezigen op de mislukte vergadering wat te mokken. Of keken ze de reglementen nog eens na, die als basis hadden moeten dienen. Wat ze niet wisten, was dat paragraaf negen en tien revolutionair waren en dat die bij invoering het Nederlandse voetbal compleet van aanzien hadden veranderd.

`Spelers zijn amateurs of professionals', stelt paragraaf negen. `Ieder lid van een club, dat geld ontvangt van zijne vereeniging boven reis- en verblijfkosten is een professional. Eveneens hij, die tegen betaling onderricht geeft in de athletiek.' De bond die nooit werd opgericht erkende hier het bestaan van sporters, die werden betaald voor hun prestaties. Deze paragraaf verbood niet dat er professionals zouden zijn, als de scheiding maar duidelijk werd aangebracht.

Dat wordt verder in het reglement nog duidelijker: `Alle professionals moeten door hunne clubs jaarlijks vóór het begin van het voetbalseizoen opgegeven worden aan den Bondssecretaris.' Nergens werd vermeld dat zij die geld ontvangen voor hun sportieve inspanningen zonder pardon uit de gelederen worden verwijderd. Wellicht werden Noppen en Weinthal geïnspireerd door een club als Arsenal, die toen al jarenlang betaald voetbal speelde. Ze realiseerden zich echter niet dat ze zo'n zeventig jaar voorliepen op de sportbeleving in Nederland, daar betaald voetbal tot 1954 werd tegengehouden door de KNVB.

Eén van de grootste tegenstanders van professionalisme was sportpionier Pim Mulier, die er in juli 1888 ook bij was. Hij verklaarde later waarom hij niet meedeed: ,,Subjectieve overwegingen, eenige antipathieën tegen die samenstellers en oneenigheden maakten mij dat vrijwel onmogelijk.''

Dan ging het op de oprichtingsvergadering van de Nederlandschen Voetbal- en Atletiekbond op 17 november 1889 heel wat beter. Na lange discussies werd besloten om in Artikel 7 vast te leggen dat `football-professionals niet op Bondswedstrijden mogen spelen, maar dat sporters die in een andere discipline worden betaald dat wél mogen'. Typisch geval van compromis om de rust in de tent te houden, maar uiteindelijk heeft dat het betaalde voetbal 65 jaar van de Nederlandse velden gehouden.