Pluiskonijn en slingerplant

Als er van één Nederlandse kunstenaar een mooi salontafelboek of een rijk geïllustreerde oeuvrecatalogus zou moeten verschijnen dan is het wel van de art-nouveaukunstenaar Theo van Hoytema (1863-1917). De man van de toegepaste grafiek, de man van baanbrekende prentenboeken als Het leelijke jonge eendje, Uilengeluk en Hoe de Vogels aan een Koning kwamen. Het zijn boeken waarvan elke bladzijde apart in een passe-partout aan de muur zou kunnen. De man ook van de art-nouveau-apen, de pluizige konijnen, de sierlijke vogels en de grillige slingerplanten. Wie kent ze niet? Bewust of onbewust.

Van Hoytema, over wie nu een bundel artikelen is verschenen, is een van de weinige Nederlandse kunstenaars van rond de (vorige) eeuwwisseling die zeer consequent vernieuwend en commercieel tegelijk konden zijn. Hij was een idealist die meer dan welke andere Hollandse kunstenaar een brede laag van de bevolking met kunst in aanraking wist te brengen. Net als William Morris in Engeland, al heeft Hoytema – die langzaam aan sifilis wegkwijnde – veel korter geleefd.

Bij het grote publiek was – en is – Theo van Hoytema vooral bekend om zijn kalenders, die, net als de prentenboeken, nog regelmatig worden herdrukt. Ze zijn in het gebruik weliswaar enigszins onpraktisch, maar dat mag niemand deren. De kalenderbladen zijn zozeer als één geheel ontworpen dat elke nuttige aantekening erop aanvoelt als een kras in een bibliofiele uitgave.

Theo van Hoytema was, zeker in zijn tijd, een merkwaardig figuur, intens levend, begeesterd door de natuur en gedreven door de wil om bij wijze van spreken elk plat vlak met zijn lijntekeningen te vullen. Die tekeningen waren zorgvuldig uitgewogen, altijd gebaseerd op observatie en altijd balancerend op de grens tussen de zogenaamd `vrije' kunst en de decoratie. Van Hoytema was tegen het impressionisme en tegen kunst met een grote K in het algemeen. Hij was een van de eersten – opnieuw net als Morris – die de kunstnijverheid in brede zin van het woord propageerden – dus niet louter als decoratieve, toegepaste kunst, maar als kunst toegepast op alle facetten van het leven. Zijn werk omvatte dan ook het terrein van de illustraties tot de monumentale kunst, van meubelen tot keramiek. Hij maakte affiches, wenskaartjes, ontwierp titelbladen en logo's.

Het Haags Gemeentemuseum bezit – door toedoen van directeur H.E. van Gelder die een groot bewonderaar was – sinds jaar en dag een grote collectie werk van Theo van Hoytema, waaronder vele schetsen en een aantal mooie, door de kunstenaar zelf bijeengebonden en geordende albums met natuurschetsen. De presentatie van dit materiaal op een tentoonstelling in Assen, was de reden om nu een monografie over Van Hoytema uit te brengen, of liever gezegd een essaybundel. Het is helaas niet het langverwachte grote plaatwerk geworden. Deze publicatie is een aardig, zij het wat stijf, kunsthistorisch boek, waarin de kunstenaar op basis van de verschillende technieken die hij beoefende in allerlei hokjes wordt geduwd. Deze eenzijdige, sterk op de verzamelgeschiedenis van het Haags Gemeentemuseum gerichte benadering heeft zijn nut, maar doet de kleurrijke en integere figuur Van Hoytema eigenlijk zeer tekort. Kunst en leven waren voor deze gedreven kunstenaar zo sterk met elkaar verweven dat dat het één nu eenmaal niet los gezien kan worden van het ander. Waarom wel alle aangetroffen bundels en catalogusnummers opgesomd, maar niet zijn ideeën en zijn persoonlijk leven meer uitgediept? Het zou spannender zijn om de kunstenaar uitgebreid in het licht van zijn tijd te plaatsen en – niet te vergeten – zijn ideeën te illustreren met veel en veel meer mooie platen. Daar zou een veel breder publiek mee gediend zijn en dat was precies was altijd Van Hoytema's bedoeling geweest.

De tentoonstelling in het Drents Museum in Assen is te zien tot en met 4 juni.

Theo van Hoytema 1863-1917. Waanders, 144 blz ƒ49,50

Cultuurgeschiedenis

    • Saskia de Bodt