Overschot afval, buitenland lonkt

Net als de tien andere afval- verbrandingsinstallaties (avi's) in Nederland mag de huisvuilcentrale Alkmaar niet uitbreiden. Sinds twee jaar geldt een moratorium. Het buitenland lonkt.

I love trash, meldt een sticker op het bureau van ir. Gerard Nieuwendijk, directeur van de huisvuilcentrale in Alkmaar. Nieuwendijk acht het dringend noodzakelijk de komende jaren meer huishoudelijk en bedrijfsafval naar Alkmaar te halen om het in zijn fraai vormgegeven en emissievriendelijke centrale te verbranden, er energie mee op te wekken en de restproducten af te leveren voor staalindustrie en wegenbouw.

Maar uitbreiden mag niet, ondanks een fors overschot aan afval dat niet verbrand kan worden en meestal naar stortplaatsen verdwijnt, wat sinds vier jaar eigenlijk verboden is.

Uitbreiding van de traditionele avi is volgens minister Pronk (VROM) ongewenst omdat daarmee het verkeerde signaal zou worden afgegeven dat de hoeveelheid afval in Nederland de komende jaren mag blijven stijgen. De minister zet krachtig in op meer preventie voor het ontstaan van afval en op het bevorderen van hergebruik; het gescheiden inzamelen van bedrijfsafval en het scheiden van papier en kunststof uit huishoudelijk afval.

Bovendien wil Pronk technieken stimuleren die meer energie halen uit het afval dan de avi's nu doen, zoals vergassing van afval, verbranding in een zogenoemd wervelbed, en het bijstoken en meestoken van afval in energiecentrales. Over twintig jaar moet ongeveer 10 procent van de energie duurzaam zijn: gewonnen uit afval of uit biomassa, brandstof van organische oorsprong.

,,Je reinste planeconomie'', meent directeur Nieuwendijk van de centrale in Alkmaar, tevens voorzitter van de sector verbranden van de Vereniging Van Afval Verwerkers (VVAV). ,,Stel randvoorwaarden op en laat de avi's hun eigen broek ophouden.'' Dat preventie en hergebruik werkelijk zullen leiden tot een daling in het afval wil er bij hem niet in. ,,Er komt elk jaar 1 tot 3 procent afval bij.'' En volgens hem zijn de nieuwe technieken nog lang niet rendabel. ,,Ik ben voorstander van innovaties. Er worden fantastische rendementen beloofd voor die toverballen, maar uit een onderzoek blijkt dat ze in de praktijk die beloften niet waarmaken.''

Toch zijn er plannen om die nieuwe technieken in praktijk te brengen, zo blijkt uit een overzicht van het Afval Overleg Orgaan (AOO), waarin rijk, provincies en gemeenten het afvalbeleid uitstippelen. Sommige innovaties voor zogenoemde monostromen zijn al in gebruik. Adjunct-directeur Herman Huisman van het AOO noemt als voorbeelden het meestoken van hout en het bijstoken van papierslib in de Amercentrale van EPZ in Geertruidenberg, plannen voor een wervelbedinstallatie bij EZH op de Maasvlakte en het meestoken van zuiveringsslib in de centrale van EPON aan de Eemshaven. Huisman: ,,De avi's laten het afweten. Ze vertonen risicomijdend gedrag. De meeste initiatieven komen van anderen.''

De beleidsmakers zien nog een belangrijke reden om de ambities van de Nederlandse avi's niet te honoreren: Europa. Zijn vanaf dit jaar in Nederland de provinciegrenzen voor afval al vervallen, over vijf jaar zullen ook de grenzen met de andere EU-lidstaten voor een deel van het afval opengaan. Een belangrijke vraag voor het openbaar bestuur is of Nederlandse verbranders de slag om het afval met buitenlandse bedrijven kunnen winnen. Avi's werken met publiek geld en hebben de gemeenten met handen en voeten gebonden, soms met wurgcontracten die bepalen dat alle verliezen van de avi voor rekening gemeente is.

Het Afval Overleg Orgaan laat zich niet uit over de concurrentiekracht van de Nederlandse avi's, maar wil in elk geval voorkomen dat de Nederlandse gemeenten straks met een financiële strop zitten. Het doemscenario is dat het Nederlandse afval massaal wordt getransporteerd naar het buitenland wegens de daar geldende lagere tarieven en soms minder strenge regelgeving.

Wie geld wil besparen, wijkt uit naar het buitenland, zo verwacht drs. Elbert Dijkgraaf van het Onderzoekscentrum Financieel Economisch Beleid (OCFEB) van de Erasmus Universiteit, dat voor het ministerie van VROM de risico's van het opengaan van de Europese binnengrenzen voor de Nederlandse gemeenten onderzoekt. De universiteit schat het risico voor de Nederlandse gemeenten in op ongeveer 250 miljoen gulden per jaar, ervan uitgaande dat ongeveer een kwart van het afval dat nu nog in de Nederlandse avi's wordt verbrand, straks naar het buitenland kan gaan. Vooral avi's in Duitsland vormen een serieuze bedreiging.

Hoeveel afval vrij verhandelbaar zal zijn, hangt af van de definitie van dat afval. Daarover woedt binnen de Europese Commissie al enige tijd een discussie. Het Afval Overleg Orgaan verwacht dat binnen enkele maanden het besluit valt dat het gemeentelijke huishoudelijke afval niet in aanmerking komt voor nuttige toepassing en in eigen land verwerkt moet worden, en dat afval met een hogere calorische waarde vrij verhandelbaar wordt omdat er gemakkelijk energie uit kan worden gewonnen.

De Nederlandse verbrandingsinstallaties verwerken grosso modo driekwart aan contractueel vastgelegd gemeentelijk afval en een kwart aan ander huishoudelijk afval en soortgelijk bedrijfsafval.

Onderzoeker Dijkgraaf ziet als belangrijkste mogelijkheid om het weglekken van afval uit de avi's naar andere EU-lidstaten tegen te gaan deze: garandeer voldoende aanvoer van afval bij de avi's door nog meer gemeenten te dwingen contracten met hen af te sluiten; help de avi's totdat ze afgeschreven zijn en uit de roulatie kunnen worden genomen.

Voor de periode daarna ziet Dijkgraaf wel iets in het vrijelijk verhandelen en transporteren van vele soorten Europees afval. Storten is daarbij volgens hem niet slechter dan verbranden. ,,Als je kijkt naar de milieueffecten en de prijs van storten in landen als Portugal en Griekenland, dan moet je zeggen dat je wel zot bent als je nog zou verbranden.''

Bij de huisvuilcentrale in Alkmaar ziet directeur Nieuwendijk dat anders. Hij maakt zich boos over de ,,defensieve'' houding van Nederland bij het opengaan van de grenzen. Hij ziet daarin eerder ,,kansen''. Concurreren met het buitenland is heel goed mogelijk, denkt hij, als de avi's maar de kans krijgen uit te breiden en daarmee hun tarieven te verlagen. Nieuwendijk: ,,Ik beschouw ons nog steeds als de beste recyclingsfabriek die er bestaat.''