`Leve de negentiende eeuw'

Schrijfster Janet Fitch gaat in de bioscoop altijd op de eerste rij zitten. ``Ik wil helemaal in het verhaal zitten. Zo'n lezer en schrijfster ben ik ook.'' Haar debuut Witte Oleander, over een meisje dat te snel volwassen moet worden, wordt inmiddels in 22 landen vertaald.

Ze begon met één woord. `Wind'. Toen zag ze een gezicht. `Een vrouw, zittend in de wind van de nacht, op het dak van een huis, haar witte haar en de maan.' Toen kwam het thema. `De estheet die moet leven in een lelijke wereld.'

Wat begon met één woord groeide uit tot een groots debuut. Na jaren van hard werken geniet Janet Fitch (Los Angeles, 1955) zichtbaar van haar succes. Ze lijkt niet op de verlegen meisjesachtige tienerfoto die achter op het boek is afgedrukt. Ze is stukken ouder en heeft een expressief gezicht. Energiek vertelt ze over het enorme succes van Witte Oleander, waarvan in Amerika inmiddels ruim 1,5 miljoen exemplaren zijn verkocht. De vertaling verschijnt in 22 landen en er is een verfilming op komst.

Het succes heeft Fitch mede te danken aan een optreden in Oprah's Book Club. Fitch lacht als ze eraan terugdenkt. ``Wat een dag! Ik werkte parttime als telefoniste. Oprah Winfrey aan de lijn, zei een stem. My brain stopped. It was like a flat line. Het duurde lang voordat ik geloofde dat het waar was. Het geluk is me nooit aan komen waaien. Maar Oprah zei: `Vertrouw me, dit is een goed boek'. En het publiek vertrouwt haar.''

Het dramatische verhaal van Witte Oleander draagt een zeker risico in zich een tranentrekker te worden. Als Astrid, de hoofdpersoon in Witte Oleander, twaalf jaar is, vermoordt haar alleenstaande moeder Ingrid, een egoïstische dichteres, een minnaar die haar ontrouw is geweest met het vergif van haar lievelingsbloem, de witte oleander. Voor Astrid zijn de gevolgen verschrikkelijk. Een barre overlevingstocht volgt, van pleeggezin naar pleeggezin, waar ze onder meer wordt ingezet als huisslaaf, een gratis hulp in de huishouding. Ingrid blijft vanuit de gevangenis een sterke invloed uitoefenen op het leven van haar dochter. Ze schrijft Astrid lyrische brieven waarin ze haar steeds waarschuwt voor gruwel nummer één: de man.

De zwaarte van het verhaal over een meisje dat te snel volwassen moet worden, is draaglijk en bij vlagen zelfs ontroerend dankzij Fitch' zorgvuldige proza, de humor en lichtheid van het detail met name. Witte Oleander is te lezen als het dagboek van een opgroeiend tienermeisje, de minder jolige vrouwelijke pendant van Sue Townsends Adrian Mole. Het is geschreven in de taal van een jonge vrouw die ondanks haar situatie vol serieuze verlangens en dromen zit. Wanneer Astrid voor het eerst pumps krijgt, wiebelt ze op haar `Daisy Duck shoes', de middagen zonder haar geliefde omschrijft als `Rayless afternoons', ze probeert `te roken als Dietrich' en bedenkt dat er `27 namen voor tranen zijn'. Haar dichtende en door schoonheid geobsedeerde moeder Ingrid karakteriseert Astrid als een `Jailhouse Plath'.

Fitch bedacht Ingrids personage het eerst, maar koos uiteindelijk voor een minder cynisch perspectief op de wereld, dat van het kwetsbare kind. ``Witte Oleander gaat over eenzaamheid, emotionele ontworteldheid en de zoektocht naar identiteit'', vertelt Fitch. ``Ingrid is een vreselijke moeder omdat ze niet werkelijk geïnteresseerd is in wie Astrid is. Ze prefereert de schoonheid boven het vulgaire leven. Ze is absolutistisch en dat is gevaarlijk. Ingrid houdt van de kleur wit, maar Astrid is er bang voor. Ze lust bijvoorbeeld geen melk. Wit symboliseert de dood, het is de onmenselijkheid van wit die angstaanjagend is.''

Wanneer Astrid een tiener is, krijgt ze oog voor mannen. Ze begint een relatie met een veel oudere man, één uit de lange reeks adoptievaders. Astrid leest Lolita en probeert haar eigen leven in termen van literatuur te begrijpen. Maar literatuur en werkelijkheid botsen. Ze moet vaststellen dat de man uit Lolita in het geheel niet op haar pleegvader lijkt. Terwijl voor haar moeder kunst het leven is, betekent kunst voor Astrid een troost, een medicijn tegen de liefdeloosheid waarmee ze geconfronteerd wordt in de verschillende opvanggezinnen. Maar zelf gedichten schrijven, zoals haar moeder doet, weigert ze. Ze verkiest de taalloosheid en uit zich door te tekenen en sculpturen te maken.

Dialectiek

Janet Fitch beschouwt lezen en schrijven als een manier om te overleven door de wereld betekenis te geven. ``Als kind vluchtte ik zelf in het lezen. Ik las over het leven in plaats van te leven. Nu schrijf ik, en dat is voor mij een manier om te ontsnappen aan de gedachte dat leven geen zin heeft.'' Witte Oleander is autobiografisch in de zin dat alle personages onderdelen zijn van haarzelf. Fitch: ``Ingrid is mijn egoïsme, dat iedere vrouwelijke kunstenaar moet bezitten. Als je je als vrouw te dienstbaar opstelt, dan lijdt je kunst daaronder. Mijn kwetsbaarheid wordt Claire, de gevoelige, maar labiele opvangmoeder van Astrid. Zo maak ik via verschillende personages een dialectiek tussen verschillende onderdelen van mijzelf.''

Fitch is inmiddels begonnen aan een nieuwe roman. De hoofdrol is opnieuw weggelegd voor een kunstenares, een schrijfster. Ze houdt van sterke vrouwen, vertelt ze. ``Ik ben absoluut een feminist, al probeer ik geen overduidelijke boodschap uit te dragen. Kunst moet open blijven. Het doel van kunst is een beeld te presenteren dat meerduidig is. Astrid leeft in een wereld van vrouwen. Ze groeide op met een alleenstaande moeder die mannen beschouwt als een middel om in je behoeften te voorzien. Astrid ziet geen gelijkwaardige relaties om zich heen. Pas als Astrid zich van haar moeder losmaakt en een relatie met Paul begint, begrijpt ze dat ook hij een kwetsbaar persoon is zoals zijzelf.''

Met Witte Oleander schaart Fitch zich in een nieuwe generatie schrijvers uit Los Angeles die de voorkeur geven aan een lyrische aanpak en een poëtische stijl. Volgens Fitch is het een reactie op de sobere en cynische stijl van het Raymond Carver-achtige minimalisme dat de jaren tachtig en begin van de jaren negentig domineerde. Ze houdt niet van cynisme; ze wil weg kunnen zinken in verhalen. ``In dat opzicht ben ik een negentiende-eeuwer. Hoewel het postmodernisme mij als schrijver aanspreekt, wil ik als lezer het verhaal ingesleurd worden en niet het staketsel hoeven zien. De essentie van fictie is een meeslepend verhaal. Als je te abstract wordt en te veel van de constructie laat zien, dan dood je het verlangen naar een verhaal. Als ik naar de bioscoop ga, zit ik trouwens ook altijd op de eerste rij. Ik wil de randen van het doek niet zien; ik wil helemaal in het verhaal zitten. Zo'n lezer en schrijver ben ik ook. I prefer the unbroken fictional dream.''

Janet Fitch: Witte Oleander. Uit het Engels vertaald door Heleen ten Holt en Christien Jonkheer. De Bezige Bij, 450 blz. ƒ49,90. De Engelse editie, White Oleander, is verschenen bij Little Brown & Company, 390 blz. ƒ 24,95

Buitenlandse literatuur