Historische vergissing

EEN HISTORISCHE vergissing. Zo noemt voorzitter Seleznjov van de Doema, het Russische Lagerhuis, de maatregelen wegens het optreden in Tsjetsjenië waartoe de parlementaire vergadering van de Raad van Europa gisteren heeft besloten. De assemblee heeft het stemrecht van de Russische delegatie opgeschort. Bovendien dringt zij bij het Comité van ministers van de raad aan op een complete schorsing van het Russische lidmaatschap. Zover is het zelfs in het geval van het Griekse kolonelsbewind eind jaren zestig niet gekomen. Die junta hield toen op de valreep de eer aan zichzelf.

Het is nog maar de vraag wat men een historische vergissing noemt. De Russische Federatie is pas sinds 1996 lid van de in Straatsburg gevestigde Raad van Europa. De toetreding van deze reus tot een relatief bescheiden, gespecialiseerde internationale organisatie in een kleine stad in Frankrijk was van meet af aan precair. De specialisatie van de Raad van Europa is uiterst kwetsbaar: de rechten van de mens. Het grote belang van deze organisatie zit hem in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens, in het bijzonder het Hof voor de rechten van de mens in Straatsburg. Daar kunnen gewone burgers klachten tegen de bij het verdrag aangesloten soevereine staten indienen. Zij doen dat op ruime schaal, een ongebruikelijke gang van zaken in het internationale recht, waar de staten het voor het zeggen hebben.

Pogingen om de Raad uit te bouwen tot een meer politiek forum zijn op niets uitgelopen. Met name de Franse president Mitterrand zag daar indertijd wat in om een plek te hebben waar hij met de Russen kon spreken zonder dat de VS er altijd bij waren, zoals in de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). Omdat dat niet gelukt is, is er nu sprake van een natuurlijke taakverdeling: de OVSE doet wat zijn naam aangeeft en de Raad van Europa houdt het bij de rechten van de mens. Deze moeten het in sterke mate hebben van het juridisch en moreel gezag van de Straatsburgse organen en niet van politieke manifestaties.

IN DE DEBATTEN over toetreding van Rusland in 1996 erkende minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) het gevaar van ,,een zekere verwatering'' van de Europese standaarden. Hij voegde er eerlijk aan toe dat toelating vooral een politieke afweging was, genomen ,,uit politieke, opportunistische overwegingen om Rusland te behouden''. Toelating van Rusland was in de woorden van de minister rechtstreeks ,,verbonden aan de erkenning dat er in dat land zoveel mis is''.

Er is met de rechten van de mens in Rusland nog steeds veel mis. De wijze waarop het leger en de binnenlandse strijdkrachten Tsjetsjenië proberen te pacificeren, loopt het meest in het oog. De campagne wordt zonder onderscheid des persoons gevoerd. Burgers zijn daarvan vaker het slachtoffer dan de terroristen om wie het formeel gaat. De zaak-Tsjetsjenië staat echter niet op zichzelf. Ook elders in Rusland worden de rechten van de mens, althans naar de maatstaven van de Raad van Europa, soms met voeten getreden. Schrijnend is bijvoorbeeld nog altijd de behandeling van gevangenen in de huizen van bewaring. Dat de doodstraf niet formeel is afgeschaft, is ook een steen des aanstoots gebleven.

Vier jaar na de `opportunistische' beslissing om Rusland toe te laten, probeert de Raad van Europa nu op zijn schreden terug te keren. De raad kan niet anders. Maar inmiddels zijn, juist door de toetreding van Rusland, de verhoudingen veranderd. Het besluit van de parlementaire assemblee is door de Russische delegatie opgevat als een provocatie die beantwoord moet worden. Minister Ivanov van Buitenlandse Zaken heeft al duidelijk gemaakt dat Straatsburg zich schuldig maakt aan ,,stereotyperingen uit de Koude Oorlog''. Het orgaan, dat waakt over de rechten van de mens, dreigt zo gepolitiseerd te worden. De afwikkeling ligt nu in handen van het Comité van ministers dat zich over een maand moet buigen over de schorsingsprocedure. De bewindslieden van Buitenlandse Zaken zullen niet staan te trappelen om daartoe over te gaan. Want de politieke overwegingen om Rusland binnen te halen, verzetten zich nu tegen uitstoten van hetzelfde land.