Fotografe van de Rive Gauche

De vorige week op 88-jarige leeftijd overleden fotografe Gisèle Freund bewoonde in Parijs een klein appartement in een zijstraat van de Rue Daguerre. Het eerste dat opviel was dat er geen foto aan de wand hing. De meeste van haar `documenten', zoals zij haar foto's noemde, bevonden zich in verticale ladenkasten waarvan er enkele in de kale, met veel hout beklede woonkamer stonden. De andere kasten bevonden zich in een zijvertrek.

Het contact was gelegd via de uitgever van Itinéraires, een monografie met tot dan toe ongepubliceerd werk. Het eerste kleurenportret in het boek is een opname uit 1938 van de Duits-joodse schrijver Walter Benjamin. De foto is genomen in Parijs, waarheen Benjamin, op de vlucht voor de nazi's, was uitgeweken.

Nooit heeft iemand depressiever in haar lens gekeken dan Benjamin op dat moment. Eén blik op deze foto en de vraag waarom Walter Benjamin later in het Zuid-Franse Pau, opnieuw gevlucht voor de nazi's, zichzelf van het leven beroofde, is beantwoord.

Volgens Freund leed Benjamin onder zijn eenzame en armoedige vluchtelingenbestaan; onder het feit dat hij door de Parijse intelligentsia werd gemeden. Zijn trots verhinderde hem om – al was het maar voor financiële ondersteuning – aan te kloppen bij iemand als André Gide, de schrijver die, net als Paul Valérie, zijn bekendheid in Duitsland had te danken aan de interviews die Walter Benjamin jaren eerder had gemaakt. Daarbij kwam dat hij door zijn naar New York geëmigreerde collega's van het Frankfurter Institut für Sozialforschung niet meer serieus werd genomen. Met name Theodor Adorno bekritiseerde Benjamins naar Amerika verstuurde teksten meedogenloos. Benjamin, die uit New York een kleine toelage ontving waarvan hij in Parijs een kamer kon huren, had telkens weken nodig om zich überhaupt te durven weren tegen Adorno's slaande, en tegelijkertijd voedende hand.

Gisèle Freund zat vol met dit soort persoonlijke verhalen over de intellectuele en artistieke beroemdheden die zij met de voor haar kenmerkende indringendheid heeft geportretteerd. In het bijzonder de schrijvers van de Rive Gauche fotografeerde zij zo trendsettend `ongemaskerd', dat menigeen haar een van de belangrijkste fotografen van de afgelopen eeuw noemde. Een aantal ontmoetingen met deze illustere geesten beschrijft zij in Itinéraires, met een vlotte pen. Er uitgebreider over spreken deed zij met tegenzin. Onze conversatie kon dan ook nauwelijks als een interview worden aangemerkt. Foto's leiden al gauw tot aaneenrijging van halve anekdotes, bijvoorbeeld over Mitterrand, op wiens verzoek zij een staatsieportret had gemaakt toen hij pas tot president was gekozen. Mitterrand wilde graag met een opengeslagen boek in handen worden gefotografeerd, maar had niet in de gaten dat hij het literaire werk ondersteboven vast had.

De in 1912 in Berlijn geboren Gisèle Freund studeerde in Duitsland sociologie bij Adorno en Horkheimer. Eigenlijk wilde ze schrijfster worden. Fotografie was een hobby van haar. In 1933 week ze uit naar Parijs, waar zij, onder supervisie van Walter Benjamin, haar These over de geschiedenis van de fotografie in de 19de eeuw voltooide. In 1942 vluchtte zij naar Zuid-Amerika, werkte enige jaren als archeologiefotografe in Mexico om vervolgens in dienst te treden bij het gerenommeerde fotopersbureau Magnum. In de jaren vijftig keerde zij terug naar Parijs.

Naar eigen zeggen was Gisèle Freund de eerste Europese fotografe die kleurenfoto's publiceerde. De Amerikaanse firma Kodak had haar het daarvoor benodigde materiaal ter beschikking gesteld. Het nog in de kinderschoenen staande procédé gaf haar kleurenportretten die typisch sepia-achtige grondtoon die de kleuren enigszins verbleekt. Ze sprak erover met verongelijktheid, want wie besefte nou dat zij de eerste was geweest die in kleur had gewerkt?

Ik bracht haar in verlegenheid met mijn vraag of zij mij kon introduceren bij Beckett – voor een interview; omgekeerd wist ik mij geen raad met haar verzoek om haar in contact te brengen met de Frans-Roemeense scepticus E.M. Cioran ten einde hem te kunnen fotograferen. Cioran had mij op het hart gedrukt dat hij geen fotografen meer wenste te ontvangen, onthutst als hij was over de onmogelijke poses waarin de Amerikaan Richard Avadon hem recentelijk had weten te manipuleren.

Met enige schroom vroeg ik haar naar de nimmer gepubliceerde foto die zij had gemaakt – op verzoek van Henri Michaux – van de handen van Susanna Soca, een Uruguayaanse dichteres, die in 1958 levend verbrandde bij een vliegtuigongeluk op weg naar Montevideo. De mensenschuwe schrijver/kunstenaar Michaux had deze Zuid-Amerikaanse, die volgens de overlevering altijd fluisterde, in een ver verleden een huwelijksaanzoek gedaan. Cioran, die haar twee keer ontmoette, beschreef haar als een fantoomachtige verschijning: ,,Niemand zal ooit kunnen begrijpen hoe zij het klaarspeelde zich in te laten met het leven, dankzij welke vergissing zij toegaf aan de verlokkingen van het ademhalen, of wat zij eigenlijk te midden van ons zocht. Zeker is dat zij niet van hier was; dat zij slechts uit beleefdheid of uit morbide nieuwsgierigheid getuige was van onze verdorvenheid.''

Zwijgend trok Gisèle Freund een van de laden open, haalde de emotioneel geladen opname tevoorschijn, en zette deze op de kast tegen de muur. Susanna Soca's handen waren op de rug gefotografeerd en leken geheel ontspannen voor de lens gestoken. Ze hadden knokige, platte vingers van extreme lengte, alsof er een kootje extra aan zat. ,,U ziet'', zei ze, ,,dat het bijzondere handen waren.'' Ik keek, vergeefs trachtend me een beeld te vormen van de fluisterende vrouw bij deze exorbitante handen, en vroeg of er ook recente foto's bestonden van Gisèle Freund zelf? Gemaakt door collega's?

De toen al meer dan zeventig jaar oude fotografe wuifde mijn vraag afgemeten weg. Zij had er een hekel aan om gefotografeerd te worden. Maar de lezers willen graag weten hoe u er uitziet, opperde ik. Na enige aarzeling trok ze opnieuw een lade open en overhandigde mij een zelfportret: een foto van haar eigen schaduw, genomen vanaf enkele meters hoogte, boven glinsterend water. Op de achterkant schreef ze haar postbusnummer, met de mededeling: `Bitte zurückschicken'.