Een rijk proletariaat

Een paar dagen geleden is Megastore de Haaglanden geopend. Andere grote steden willen ook zo'n store hebben. De volgende heet Gigastore, enz. Naast het kantoor waarin dit stukje wordt geschreven, begint de Kalverstore die eindigt bij de Kalvertoren. Als ik op zaterdagochtend wel eens iets wil tikken, rijdt de tram met mij langs vierhonderd stilstaande auto's waarvan de inzittenden denken dat ze op weg zijn naar de Bijenkorf. Op de terugweg kom ik langs Planet Hollywood waar de fun machines staan. En vorige maand was ik op de Miracle Planet – in aanbouw bij Enschede – waar straks megatonnen aan fun worden gegenereerd. Ik vind het (zeg ik er voor alle zekerheid bij) een prachtig complex. Bigness is a quality in itself, zei architect Harry Abels. In het Engels klinkt het beter; bij `omvang' moet je aan dikke mensen denken. De geweldige hangar aan de overkant van Schiphol, waar de jumbo's worden onderhouden – eigenlijk niet meer dan een kolossale doos – heeft zijn eigen schoonheid.

Het kolossale op zichzelf is niets nieuws. Het is begonnen bij de zeven wereldwonderen. In zijn tijd was het Witte Huis in Rotterdam kolossaal. Veel kolossaler is de Woolworth Building (1913) en nòg kolossaler het World Trade Center (1977). Wat nu ultiem kolossaal wordt gevonden, is straks een schuurtje. Kolossaal is een van de betrekkelijkste begrippen. Het vraagstuk is dan ook niet hoe groot iets is, maar wat ermee of in wordt gedaan. Het gaat om de functie; niet de omvang. In het kort gezegd: oude paleizen zijn groot omdat de koning destijds absolute macht had. De gebouwen van dictaturen zijn groot omdat ze de bolwerken waren van een totalitair systeem. Naarmate de democratie vorderde, werden de parlementsgebouwen groter. En nu worden de megastores en de planets nog altijd kolossaler omdat de vrije markt zich uitbreidt. En op de vrije markt heeft de consument het uiteindelijk voor het zeggen. Tenminste, dat denkt hij.

Wat wil de consument. Datgene wat het meest wordt verkocht? Zo denken degenen die met hun producten op de markt verschijnen. In werkelijkheid bestaat `de' consument niet. Er bestaat een meerderheid en een minderheid van consumenten. Het belang van de producent is de meerderheid zo groot mogelijk te maken, en wat de minderheid wil is hem geen ernstige zorg. Uit de gezamenlijke resultaten van alle marketing blijkt dat een onweerstaanbaar groeiende meerderheid meer fun wil, in het shoppen (megastores), het kijken (televisie), het bewegen (pretpark), en zelfs het denken. Fun Thinking, het is nog niet ontdekt maar dat komt.

Fun hebben is, heb ik toen op de Miracle Planet uitgelegd, een passieve en beperkte bezigheid. Er zijn allerlei geavanceerde installaties voor, maar ten slotte laat je het over je komen. Paradox: de fun-consument wordt in zijn passiviteit met het seizoen veeleisender, en daarin door de vrije markt op zijn wenken bediend. Aan de anderen heeft de producent een boodschap die tot nul nadert. Het resultaat laat zich als volgt samenvatten: op de vrije markt nadert onherroepelijk het bedienen van de grootst mogelijke meerderheid tot de dictatuur van de meerderheid. U zult zeggen: dat is ondemocratisch. Dat is juist. De minderheid vecht daar voor een verloren zaak.

Het is dan een troost strijdend ten onder te gaan. Denk aan Van Schaffelaar, Van Speyk. Maar zo eenvoudig is het niet. Fun wordt tot een informele maatschappijvorm, fun eet de weilanden op, fun vergt andere stedenbouw, fun beheerst de communicatiemiddelen, fun wekt stormen van hebzucht op de beurs, fun is een ideologie die de samenleving in zijn greep krijgt. Het is dus onvermijdelijk dat de fun-mens wordt geboren.

Droom, nachtmerrie, of aanstaande werkelijkheid – zo verwonderlijk zou het niet zijn dat er een `nieuwe mens' ontstaat. In drie tot vier generaties is in de Sovjet-Unie de socialistische mens gegroeid. Dat het anders uitpakte dan Marx, Engels, Lenin en Stalin hadden voorzien, en dat de voormalige socialistische wereld er nog dagelijks de gevolgen van ondervindt, is in deze redenering niet van belang. Het gaat erom dat een bepaalde samenleving, binnen zeer ruime grenzen, een bepaald menstype doet ontstaan. In dit geval, nog hypothetisch, de fun-mens.

Ik heb geen waardeoordeel, ik geef een signalement. Niet ouder dan een jaar of veertig, in zuiverder uitvoering veel jonger. Hard werkend, zich bekwamend in alle vaardigheden die de Nieuwe Economie, Internet, het on line-bestaan eisen. En verder met een onbedaarlijke hang en drang naar fun, pret, rennen, skeeleren, de zon in Thailand en de sneeuw op de Kilimanjaro. Alles wat kan worden samengevat onder `entertainment' en verder niets.

Je kunt niet ontkennen dat het een gevuld leven is; en als iemand anders het te weinig vindt is dat zijn zaak. Maar bij de laatste berichten over alles wat mega is – van America On Line tot de Haaglanden – schoot het me telkens weer te binnen. Onder en door al dit kolossale groeit een soort proletariaat dat in tegenstelling tot alle vorige proletariaten alles heeft, en nu eindelijk het stadium van de dictatuur onder bereik ziet. Probeer op zaterdag of zondag iets in een gewone winkel te kopen, zet de radio aan, kijk naar de televisie, kom per ongeluk in de buurt van een stadion, en misschien ziet en hoort u wat ik bedoel.