Een product van omstandigheden en gebeurtenissen

Al vroeg in Clintons eerste ambtstermijn heette het in kritische kring dat deze president er geen noemenswaardige buitenlandse politiek op nahield. Clinton had de politiek ondergeschikt gemaakt aan de economie – en dat kon je merken. Later was het verwijt te horen dat het Witte Huis een speelbal was geworden van allerhande pressiegroepen die het vacuüm naar eigen goeddunken invulden. Of het nu ging om steun aan projecten van de Amerikaanse ruimtevaartindustrie in China, de interventie in Haïti of de fantasieloosheid van de volgehouden boycot van Cuba of Iran, er waren altijd wel omstanders die meenden dat de president zich door raadgevers met een eigen agenda het verkeerde advies had laten influisteren. Of die ervan uitgingen dat de president met het oog op de stembus te veel rekening hield met opiniepeilingen, overigens een verwijt dat ook tegen zijn binnenlands beleid werd ingebracht.

Op dergelijke kritiek heeft de regering nooit een doorwrocht antwoord gegeven. In Clintons redevoeringen was vaak sprake van de 21ste eeuw waarnaar bruggen werden gebouwd. Een beeld dat tegen de eeuwwisseling bij steeds meer politieke leiders in de mode kwam, en dat suggereerde dat politici in staat zijn een nieuw begin te maken op ieder moment dat zij daarvoor kiezen. Een nieuwe eeuw spreekt bovendien tot de algemene verbeelding. Maar de werkelijkheid bestaat nu eenmaal uit een opeenvolging van gebeurtenissen en ontwikkelingen waarin maar af en toe een breuk optreedt in de orde van de val van de Muur. En zo een breuk is doorgaans voor alle betrokkenen een verrassing.

Dat het desondanks met het veronderstelde tekort aan `strategie' in Clintons buitenlandse politiek nogal is meegevallen, blijkt uit de ideeën die nu met het oog op de verkiezingscampagne van Republikeinse zijde worden gespuid. Zo is er sprake van een lijst van prioriteiten, waarachter de Democratische regering zich moeiteloos zou kunnen scharen. Veel belang wordt gehecht aan de betrekkingen met Amerika's traditionele bondgenoten in Europa en het Verre Oosten. Het Europese verlangen meer verantwoordelijkheid op zich te nemen op het gebied van de internationale veiligheid wordt steun toegezegd. De uitdaging die de drie grote mogendheden van Azië – China, Rusland en India – vormen, moet serieus worden genomen. Zij zullen moeten worden betrokken in de economische, veiligheids- en politieke arrangementen die Amerika zich ten doel stelt. Voor het geval integratie mislukt, zullen de VS zich op de verdediging tegen hen moeten voorbereiden.

Potentiële partners in deze wereldwijde onderneming zijn de landen in Midden- en Oost-Europa, Latijns Amerika en het Verre Oosten, die hun economie privatiseren, de ontwikkeling van een middenklasse bevorderen alsmede van een op vrijheid gefundeerde representatieve democratie. Anderzijds zal Amerika zich moeten teweerstellen tegen landen die zijn vrienden, zoals Israel, bedreigen of een gevaar opleveren voor zijn essentiële belangen zoals de toegang tot de energiereserves in het Midden-Oosten. Onder meer zal de verdediging moeten worden opgebouwd tegen hun raketten.

Vrije wereldhandel en regionale vrijhandelsverdragen, alsmede de vrije verbreiding van ideeën dienen te worden aangemoedigd. In het licht van nieuwe bedreigingen moeten de VS ten slotte hun strijdkrachten reorganiseren. Op massavernietigingswapens, op de uitwaaiering van de kennis van rakettechnologie alsmede op denkbare aanvallen op computersystemen en -netwerken zal een antwoord moeten worden gevonden. Bij dit alles zal de combinatie van arrogantie, inconsequent handelen en onbetrouwbaarheid behoren te worden vermeden waaraan de zittende regering zich volgens haar Republikeinse critici in toenemende mate schuldig heeft gemaakt.

Vooral uit dit laatste kan worden afgeleid dat het meer om de vorm gaat dan om de inhoud. De prioriteiten van de Republikeinen wijken nauwelijks af van hetgeen in Clintons beide ambtstermijnen is nagestreefd. Maar het verwijt balt zich samen tot de constatering dat de regering arrogant, inconsequent en onbetrouwbaar is gebleken. Van belang is niet alleen of dit een terechte constatering is, maar of, als dat al zo is, een eventueel Republikeins bewind niet in dezelfde val zal lopen.

Arrogantie. We leven momenteel in een unipolaire wereld. Daarover bestaat langzamerhand consensus. Dat kan veranderen, maar op dit ogenblik richten de meeste landen zich, in positieve of negatieve zin, op de enig overgebleven leidende natie in de wereldgemeenschap. Een oud verwijt – dat Amerika zich te veel of juist te weinig laat gelden – heeft onder die omstandigheden aan kracht gewonnen. Voor bondgenoten een manier om zelfvertrouwen te stimuleren, voor tegenstanders om hun daden te rechtvaardigen.

Inconsequent handelen. Hoewel politici doen alsof Genesis door henzelf is geschreven, is de werkelijkheid anders. Veel problemen worden door de ene regering naar de andere doorgeschoven, afgezien van hun politieke kleur of ideologie. De inconsequenties van Clinton in de Golf, op de Balkan en in Somalië spiegelden de besluiteloosheid van zijn voorganger in deze gebieden. De genocide in Rwanda was een nieuw feit – voor Amerika's passiviteit heeft Clinton zich later verontschuldigd – maar de geschiedenis van de verwaarlozing van Afrika gaat terug op de jaren zestig toen de jonge staten daar zonder veel omhaal aan op eigen gewin spinzende dictaturen werden overgedaan.

Consequent is de regering-Clinton geweest in haar contacten met Rusland en China. Maar ook daarin was ze niet werkelijk origineel. De Republikeinen zijn nu onderling verdeeld over de vraag hoe het met Moskou en Peking verder moet. Een eventuele Republikeinse regering zal als eerste daarover eensgezindheid moeten zien te bereiken. Integratie of vijandschap, dat wordt een zware keuze.

Onbetrouwbaarheid. Dit verwijt is de keerzijde van beide andere verwijten. Wie niet consequent is en bovendien te arrogant om dat uit te leggen, wekt al gauw de indruk onbetrouwbaar te zijn. Maar buitenlandse politiek is een product van omstandigheden en gebeurtenissen. De burgeroorlogen op de Balkan bijvoorbeeld bedreigden Europese belangen. De Europeanen waren evenwel zelf lange tijd onzeker over het juiste antwoord. Toen de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Christopher, kwam vragen wat de VS ter verlichting konden doen, kreeg hij een ijzige ontvangst. Hij ondernam onverrichterzake de thuisreis. Pas een paar jaar en vele oorlogsmisdaden later ontstond een Atlantische consensus om in Bosnië, en, vervolgens, in Kosovo in te grijpen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.