Een heel knap jongetje

In alle recensies over het optreden dat de Amerikaanse popmusicus Beck op 26 maart in Den Haag gaf viel de naam Prince. Niet alleen heeft Beck met het nummer `Debra' van zijn laatste cd Midnite Vultures een echte Prince-ballad gemaakt, maar ook is hij net als Prince iemand die zich niet beperkt tot één genre. In zijn eclecticisme overtreft Beck Prince zelfs. Naast funk, soul, rock en pop gebruikt Beck ook folk, country en psychedelica, het liefst allemaal binnen één nummer.

Aan de vele stijlen in de popmuziek heeft Beck nog niet genoeg: hij maakt ook beeldende kunst. Zo is er in Schloss Moyland in het Duitse Bedburg Hau een tentoonstelling te zien van kunstwerken van Beck en zijn grootvader, de overleden Fluxus-kunstenaar Al Hansen. Dankzij zijn beroemde kleinzoon is Al Hansen nu bekender dan hij ooit tijdens zijn leven is geweest.

Ook Becks videoclips ontkomen niet aan zijn kunstzinnige aspiraties. Zijn video's zijn geen niemendalletjes met vrolijke dansjes of iets dergelijks, maar zitten vol beelden waarover semiotici lange verhandelingen zouden kunnen houden. Ook in zijn nieuwste clip, horend bij het nummer `Mixed Bizness', heeft Beck ontelbare ideeën en verwijzingen gestopt. Kleurige beelden van een playbackende Beck in een psychedelisch decor uit de jaren zeventig worden gevolgd door zwart-witbeelden van de muzikant als zeeman die door een kijker kijkt naar meisjes die tot hun middel in het zand zijn ingegraven en worden omringd door muzikanten. Vervolgens zien we Becks met de computer vervormde gezicht, de onderkant van een voet, een mond, danseressen die afkomstig lijken uit een ballet van Top Pop, ogen en een mond enzovoort, enzovoort.

Net als de meeste teksten van Becks nummers is de clip een parade van associaties, waar voor de gemiddelde MTV-kijker geen touw aan vast te knopen valt. Nu kan enige uitleg bij moderne kunst het begrip bevorderen, maar Becks officiële site (www.beck.com), waarop de clip helemaal is te zien, volstaat met een paar zinnen toelichting die weinig verhelderen. De clip is een `terugkeer naar het zeemansmotief van de Odelay-tournee', zo valt te lezen, en regisseur Stephane Sednaoui heeft gebruik gemaakt van `greenscreen computereffecten waardoor dansers door elkaar heen bewegen.'

De ongerijmdheid van de clip wordt nog versterkt door abrupte stijlbreuken: psychedelica en met de computer `gemorphte' lichamen en gezichten worden in hoog tempo afgewisseld met realisme, knullig surrealisme (danseressen wier hoofden in de bekken van kunsthaaien zijn verdwenen), collages (Becks hoofd op een strand) en half-abstracte composities die uit tientallen kleine beeldjes bestaan.

`Mixed Bizness' is, kortom, net zo eclectisch als de muziek zelf. En net als veel van Becks nummers is de videoclip een cerebrale constructie die te nadrukkelijk is bedoeld als kunst met een grote K. Het filmpje maakt weer eens duidelijk dat Beck echt het knapste jongetje van de popmuziekschool is die beter dan alle anderen weet hoe popmuziek en videoclips in elkaar zitten. Hij verdient hierom bewondering. Maar hij is, zoals alle knapste jongetjes, ook weer onuitstaanbaar.