Een diva migreert

Vijfduizend theaters waren er rond 1880 in Amerika; in meer dan de helft daarvan was altijd wel een stuk van Shakespeare te zien. De beroemdste Amerikaanse acteur van de `Gilded Age' (1865-90) was een broer van de moordenaar van president Lincoln; een van de succesrijkste actrices was een immigrante uit Polen. Met dit soort details in het achterhoofd begon Susan Sontag acht jaar geleden aan de opvolger van haar succesrijke roman The Volcano Lover. Haar streven, zo vertelde ze vorige maand aan het tijdschrift Vanity Fair, was een historische roman waarin drie verhalen zouden samenkomen: de emigratie van een groep Slavische intellectuelen naar de VS, de praktijk van het sterrendom in een filmloos tijdperk, en het kortstondige verblijf van een toekomstige Nobelprijswinnaar voor literatuur (Henryk Sienkiewicz, beroemd van Quo Vadis?) in een Californische commune.

Dat In America uiteindelijk zo lang op zich heeft laten wachten, lag niet (alleen) aan dit ambitieuze programma. De vooral door haar essays beroemde Sontag zette zich in de eerste helft van de jaren negentig in voor het belegerde Sarajevo, waar ze de burgers moed inblies door onder meer Becketts Waiting for Godot te regisseren; en daarna kampte ze lange tijd met kanker. Nu Sontags vierde roman verschenen is, worden de steeds hoger gespannen verwachtingen niet ingelost. Anders dan The Volcano Lover, dat behalve een spannend verhaal ook een verrassende twintigste-eeuwse vertelstem bevatte, is In America op twee hoofdstukken na een conventionele historische roman, die niet ieders hart sneller zal doen kloppen.

Hoofdpersoon van In America is Maryna Zalewska, een beroemde (naar een historische toneelactrice gemodelleerde) Poolse diva, die in 1876 met haar familie en een paar vrienden naar Anaheim, Californië, emigreert om daar een nieuwe start als land- en wijnbouwster te maken. Maryna is een bewonderaar van de Franse utopist Fourier, maar ze ziet al snel in dat de door haar opgezette commune niet het verwachte paradijsje wordt. Als na slechte oogsten het geld van haar rijke adellijke man opraakt en de spanningen binnen de groep tot een zelfmoordpoging van een van de leden leiden, besluit ze om haar oude stiel weer op te pakken. Als `Gravin Zalenska' viert ze op de Amerikaanse podia vervolgens triomfen die alleen te vergelijken zijn met die van de legendarisch geworden Sarah Bernhardt.

In America is een boek dat iets té radicaal in twee delen uiteen valt. De eerste tweehonderd bladzijden zijn te omschrijven als een typische emigrantenroman. Na een beschrijving van Maryna's leven in Polen, en haar succesvolle poging om daar een terug-naar-de-natuurgemeenschap te stichten, lezen we over de overtocht naar de Nieuwe Wereld (`made too mythical by a suffusion of dreams') en de aanpassingsproblemen van de voor de verandering eens niet straatarme emigrant. Hoewel Sontag enkele mooie scènes weet op te zetten, zoals het bezoek van een stokoude fotografe aan de nog enthousiaste gemeenschap, haalt haar variatie op het emigrantenleven het niet bij willekeurig welke van Annie Proulx in het vijf jaar oude Accordion Crimes. De buitenechtelijke relatie van haar heldin met de op Sienkiewicz gebaseerde jonge schrijver komt nauwelijks uit de verf. En haar analyse van de teloorgang van een idealistisch experiment is minder vilein dramatisch dan Nathaniel Hawthornes communeroman The Blithedale Romance (1852), die haar ongetwijfeld tot voorbeeld heeft gestrekt.

Veel sterker is het tweede deel van de roman, waarin Sontag beschrijft hoe de getalenteerde Maryna in de theaterwereld tot een Amerikaanse ster wordt gekneed en zo avant la lettre te maken krijgt met de uitwassen van de beroemdheidscultus: het gevecht tegen aasgierende managers, de verkoop van je beeltenis voor reclamedoeleinden, hongeren om je lijn te houden, en vooral de verplichting om als een ster te leven, inclusief luxe privé-vervoer en saaie bijeenkomsten met andere celebrities. Het geeft Sontag ook de gelegenheid om op een aantal verschillen in mentaliteit tussen het oude gedegenereerde Europa en het nieuwe vieve Amerika in te gaan – een Jamesiaans thema, dat ze nog eens beklemtoont door Maryna met Henry James zelf te laten discussiëren over de culturele kloof tussen Amerika en Engeland.

Net als in The Volcano Lover is Sontag op haar best wanneer ze met een postmoderne knipoog (bedekt) commentaar geeft op het handelen van haar personages of de conventies van de historische roman. In de Virginia Woolf-achtige proloog van In America, hoofdstuk `Zero', doet ze dat op een even originele als intrigerende manier door zichzelf als personage op te voeren. Staande bij het haardvuur van een Pools hotel, als een geest die het jaar 1876 is komen binnenstappen, introduceert ze haar personages en reconstrueert ze hun levensverhalen. En passant vertelt ze op zeer autobiografische wijze waarom zij, als afstammeling van Pools-joodse immigranten en als liefhebster van het theater, juist dit verhaal wilde schrijven.

Het nulde hoofdstuk van In America zet zo hoog in dat je daarna alleen maar teleurgesteld kan raken. Wie ooit een andere emigrantenroman gelezen heeft en niet bovenmatig geïnteresseerd is in het Amerikaanse theaterleven in de negentiende eeuw (dat stripliefhebbers overigens al kennen uit het Morris-album Lucky Luke en Sarah Bernhardt), veert alleen op wanneer Sontag de rechttoe-rechtaanvertelling onderbreekt voor speciale effecten. Ondanks het virtuoze begin en het mooie slot – een monoloog van de oude verwaande toneelspeler Edwin Booth – is In America meer een interessante mislukking dan een magnum opus met een enkel mankement.

Susan Sontag: In America. Farrar, Straus & Giroux, 387 blz. ƒ65,55 (gebonden). De Engelse editie verschijnt in juli bij Jonathan Cape; de Nederlandse vertaling verschijnt in september bij de Bezige Bij.

Buitenlandse literatuur