Drugsbeleid van Paars-I deels mislukt

De keus van het vorige paarse kabinet om fors te snoeien in de `wildgroei' van coffeeshops, waarvan wordt gedoogd dat ze softdrugs verkopen, blijkt een volstrekt averechts effect te hebben gehad.

De overlast is er niet door verminderd en het aantal illegale, dus oncontroleerbare, verkooppunten is er drastisch door gestegen. Het wordt door de politie nu geschat op 1.450. In gemeenten met 50.000 tot 100.000 bewoners kunnen nu op ruim 2,5 maal zoveel adressen soft- én veelal harddrugs worden gekocht als drie jaar geleden. Daar wordt niet of nauwelijks meer toegezien op de leeftijd van de klant.

Dat zijn de bevindingen die minister Korthals (Justitie) heeft neergelegd in zijn notitie over het te voeren beleid rond softdrugs. Dat beleid moet volgens hem niet worden veranderd. Het gedoogbeleid van de verkoop van geringe hoeveelheden cannabis mag in stand blijven, maar de aanvoer van softdrugs aan coffeeshops is en blijft illegaal. Het stuk werd vandaag in het kabinet besproken.

De bewindsman wijst er op dat het clandestien verbouwen van wiet in huiskamers een enorme vlucht heeft genomen en dat georganiseerde bendes hier en daar de controle hebben over delen van wijken, waar bewoners worden gedwongen mee te doen aan die teelt.

De woordvoerders Apostolou (PvdA) en Nicolaï (VVD) in de Tweede Kamer concluderen uit Korthals' notitie, dat politie en openbaar ministerie veel te laks handelen en dat zij veel actiever zouden moeten omgaan met de richtlijn die terwille van het zogeheten gedoogbeleid is opgesteld.

D66'er Dittrich ziet in de notitie de noodzaak van zijn zogeheten vijf-stappenplan bevestigd. Strekking daarvan is dat in Nederland alleen nog legaal cannabis van Nederlandse bodem mag worden verhandeld door coffeeshops. De teelt mag alleen onder scherpe supervisie van de lokale overheid. Op in-, uit- en doorvoer wordt zeer streng gecontroleerd.

Halsema (GroenLinks) betwijfelt de houdbaarheid van zo'n beleid, omdat er behoefte is aan hasj uit andere landen. Bovendien vindt zij dat jongeren onder achttien jaar in coffeeshops terecht moeten kunnen, om te vermijden dat zij zich wenden tot het illegale circuit. CDA'er Van de Camp meent dat coffeeshops en flankerend gedoogbeleid met wortel en tak moeten worden uitgeroeid.