De partij als hoedster van eigenbelang

Ruim 61 miljoen leden telt de Chinese Communistische Partij. De partijkaart biedt uitzicht op een goede baan of een fatsoenlijk huis. Ideologische bevlogenheid speelt geen enkele rol meer.

Het met sierlijke karakters ingevulde aanmeldingsformulier van kandidaat Xu leest als een droge opsomming van clichés. ,,De communistische partij is de architect van de economische hervormingen [...] Alleen onder leiding van de communistische partij kan China bloeien [...] Bij deze partij wil ik mij aansluiten, opdat ik het beste uit mijzelf haal en het moederland optimaal van dienst kan zijn.''

Oppervlakkige prietpraat? ,,Natuurlijk'', zegt Xu geamuseerd. Maar bij de selectie van nieuwe leden voor de communistische partij zijn originaliteit en uitgesprokenheid zo'n beetje de slechtste eigenschappen die je kunt hebben. ,,Dus houd je je mond.''

Waarom wil hij dan toch lid worden van de partij? ,,Omdat ik een woning nodig heb'', antwoordt Xu. Sinds jaar en dag werkt hij als journalist bij een onbelangrijke krant, ,,voor een schamel loon''. Het appartement waarop hij als werknemer van een staatsuitgeverij recht heeft, heeft hij nooit gekregen. ,,Ik sta al tien jaar op een wachtlijst die niet korter wordt.'' Voor een beginnend journalist was dat overkomelijk. Hij deelde een omgebouwde garage met een collega en woonde later bij vrienden in. Maar inmiddels is Xu getrouwd en heeft hij een kind. ,,Ik kan niet langer afhankelijk zijn van anderen.''

Zijn partijlidmaatschap opent deuren, en daar is het de 38-jarige journalist om begonnen. ,,Ik wil bij het Volksdagblad gaan werken'', zegt hij. Het is 'slands grootste krant en spreekbuis van de partij, waar je alleen binnenkomt als partijlid. Dat het een oninteressante krant is die bij de meeste lezers – die er via hun werkeenheid automatisch op zijn geabonneerd – meestal ongelezen als stofvanger op kastplanken of ander huisraad verdwijnt, maakt hem niets uit. ,,Ik weet van vrienden dat het Volksdagblad zijn werknemers nog wel woningen toewijst'', zegt Xu gniffelend. Zijn afkeer voor een partij die wordt gekenmerkt door corruptie, machtsmisbruik, privileges en arrogantie heeft hij zonder bezwaar van geweten aan de kant gezet.

Xu blijkt niet het enige opportunistische partijlid te zijn. De vaststelling dat in de afgelopen twintig jaar het gros van de partijleden lid is geworden om andere redenen dan ideologische, is een open deur. ,,Het is natuurlijk diep triest, maar ik kan het wel begrijpen'', zegt Fu Qingyuan zuur. Fu is directeur van het Instituut voor Marxisme- en Leninisme-studies van de Academie voor sociale wetenschappen in Peking. Hij vindt de onverschilligheid verontrustend, maar verklaarbaar. ,,Het is individualisme wat de klok slaat. Iedereen moet voor zichzelf opkomen. Doe je dat niet, dan val je buiten de boot. Met het verdwijnen van de socialistische welvaartsstaat kiezen de mensen voor zichzelf. Het volk, de gemeenschap heeft geen prioriteit meer.'' Toch veroordeelt hij Xu niet. ,,Het is niet gezegd dat hij een slecht mens is. Hij overleeft. Daar is niets mis mee.''

Hoe anders was het toen Fu zelf partijlid werd. Dat was in 1962. ,,Andere tijden'', bromt hij. Het geloof in de partij was oprecht en de behoefte er deel van uit te maken was zijn jongensdroom. ,,Ik had er alles voor over'', zegt hij. Niet uit eigen gewin of voor het prestige, maar uit diepe overtuiging en de wens een rol te spelen bij de opbouw van de jonge Volksrepubliek. ,,Ik werd naar Qinghai gestuurd, en ik ging graag.'' De provincie in het barre achterland van China was een plek voor politieke bannelingen, maar Fu vervulde er een revolutionaire missie; hij onderwees er jarenlang de leer van Karl Marx en Mao Zedong. ,,Als partijlid gold je als voorbeeld, mensen wilden van je leren. Je had een reputatie hoog te houden.''

Maar van het prestige van eertijds is weinig over. Neem partijlid Ni. Autodidact, modelwerknemer en arts. Jaren achtereen zeurde de partijsecretaris van het ziekenhuis waar ze werkte aan haar kop. Waarom werd ze geen lid van de partij? Een modelarbeider hoorde partijlid te zijn. Maar ze verachtte de partij en wilde niet bij ,,de club onterecht bevoordeelden'' horen. Totdat haar carrière vastliep. ,,Ik wilde afdelingschef in het ziekenhuis worden, maar kreeg die positie niet zonder partijlidmaatschap'', zegt ze. Haar onderwijsverleden, of liever gezegd onderwijsloze verleden, zat haar ambities in de weg. Want zoals zoveel Chinezen van haar leeftijd – Ni is 45 – was ze tijdens de irrationele politiek van de jaren zestig en zeventig, toen de meeste scholen en universiteiten werden gesloten, vele jaren van erkend onderwijs misgelopen. Haar succesvolle zelfstudie en goede resultaten als arts mochten niet langer baten. Ni werd daarom alsnog lid, waarop de door haar begeerde positie een feit werd. Een kleine concessie met een hoop voordelen, aldus de nieuwe afdelingschef.

Het verhaal van Ni is vooral interessant omdat haar echtgenoot een politiek activistische achtergrond heeft en allesbehalve een loyale aanhanger is van de partij. Na het verplichte antecedentenonderzoek, waaraan alle aspirantleden van de communistische partij worden onderworpen, zou haar aanmelding zonder twijfel zijn afgewezen. Maar het aanbevelingscomité van Ni's ziekenhuis vond ,,niets dan goeds'' in de databank van de werkeenheid van haar man. ,,Ik ben bevriend met de beheerder van de databank en hij heeft de belastende pagina's tijdelijk uit mijn rapport gevist'', zegt de man van Ni over het niet openbare verslag dat over iedere Chinees bestaat, werkzaam bij een staatsbedrijf.

Er is praktisch geen promotie, transactie of dienstverlening mogelijk in China zonder dat een partijlid met invloed en connecties een rol speelt. Arts Ni en journalist Xu beamen dat volmondig. ,,Het lidmaatschap is waardevol'', zeggen ze. Tussen de tachtig en negentig procent van de ambtenaren zijn partijlid en iedereen in China weet dat alles geregeld kan wanneer de ambtenarij op je hand is. Mensen kopen guan, (de invloed van) overheidsfunctionarissen, en ambtenaren laten zich graag voor hun diensten betalen. Vooral om die reden is het partijlidmaatschap aantrekkelijk.

Het partijbestuur heeft daar zorgen over. De Chinese president en partijsecretaris Jiang Zemin waarschuwde deze week opnieuw dat de communistische partij het vertrouwen van het volk dreigt te verliezen, indien ,,negatieve of zelfs corrupte praktijken'' binnen de partij voortbestaan. ,,Veel leidinggevend kader ruilt macht voor geld en seks'', aldus Jiang. Dat moet afgelopen zijn volgens de president. Maar het klinkt bijna zielig, vindt hoogleraar Fu van het Instituut voor Marxisme- en Leninisme-studies. ,,De partij heeft het vertrouwen van het volk allang verloren.'' En dat heeft zij vooral aan zichzelf te danken. ,,De partij is niet kritisch genoeg bij het aantrekken van nieuwe leden'', zegt Fu. Bovendien wordt er onvoldoende aandacht besteed aan politieke scholing.

Journalist Xu deelt die mening, maar kan er niet mee zitten. ,,De partij vraagt van haar leden dat zij de waarheid vertellen'' zegt hij. ,,Dat moet de partij weer zuiver maken. Maar je bent gek als je dat doet. Het verleden heeft bewezen dat oprechtheid een prijs heeft. Kijk maar naar alle politici die hun nek hebben uitgestoken. Die zijn stuk voor stuk gesneuveld. De meeste partijleden hebben ideologische principes allang geleden overboord gegooid.'' Zo ook Xu. Hij wil gewoon een huis.

De namen van Xu en Ni zijn niet hun echte namen.

    • Floris-Jan van Luyn