De ingenieur

De acteur Piet Hendriks, man van honderden bijrolletjes, is gisteren op 81-jarige leeftijd overleden. Hij was al enige tijd ziek. De grote aandacht die vorig najaar uitging naar de tv-serie Ja zuster nee zuster, waarin Hendriks de rol van de ingenieur speelde, beleefde hij op afstand. Tot begin jaren negentig was hij een bekend gezicht in het kinderprogramma Sesamstraat.

Als jongeman wilde Piet Hendriks al toneelspeler worden, maar op aandringen van zijn ouders – in de crisistijd – werd hij elektricien. Wel speelde hij zo vaak als hij kon bij het amateurtoneel en bij beroepsgezelschapjes die de kermissen afreisden. Maar pas toen hij kort na de oorlog als sorteerder op het Amsterdamse hoofdpostkantoor was beland, besloot hij zijn toekomst in eigen handen te nemen. Zijn eerste engagementen kreeg hij begin jaren vijftig bij Saint Germain des Prés, de club van Tom Manders, en bij het muzikale parodistentrio Triple Sec, waarvan ook Ted de Braak deel uitmaakte. Zijn tv-debuut maakte hij in 1954 in een show van Manders.

Sindsdien speelde Hendriks nauwelijks toneel meer, maar des te vaker verscheen hij in tv-rolletjes. Gedienstig, maar zonder over zich te laten lopen, knapte hij alle klusjes op waar andere acteurs hun neus voor ophaalden: lakei, ober, politie-agent, voorbijganger. Met minimale middelen wist hij er meestal toch iets van te maken. Ook de ingenieur in Ja zuster nee zuster was een bescheiden scharrelaar; hij speelde hem bewust zo, als tegenwicht voor de drukte van de andere personages.

Zijn enige hoofdrol vertolkte Hendriks in 1974 in de sociaal-realistische tv-serie De wolvenman van Dick Walda, als een weduwnaar die met een nieuwe romance de toorn van zijn kinderen opwekt. Met grote precisie en toewijding, en zonder enig misbaar, maakte hij die man tot een levend personage. Daarna keerde hij weer terug naar het kleine werk, dat bij hem zo vaak in goede handen was.