De dominee met de baard

Hij is al jarenlang de steun en toeverlaat van veel Amsterdamse drugsgebruikers. Maar dat hij Douwe Wouters heet, weten ze doorgaans niet. Ze noemen hem simpelweg Mozes, of de dominee met de baard. ,,Mijn lange baard is inderdaad mijn handelsmerk'', bekent Wouters (70), ,,zeker sinds die affaire met Luns.''

Ter herinnering: toen Douwe's zoon, een in Irak werkende orthopeed, tien jaar geleden een van de gijzelaars was die in de Golfoorlog door Saddam Hussein als levend schild dreigden te worden gebruikt, richtte Wouters het `Comité Gijzelaars Vrij' op. Doel van dit comité was de gijzelaars op te halen.

Politiek Den Haag oordeelde dat het comité daartoe `zwaargewichten' nodig had, zoals Joseph Luns, oud-minister van Buitenlandse Zaken. Luns stemde daarmee in, maar zag niets in samenwerking met Wouters. ,,Ja, nou is er ook nog zo'n dominee met een baard'', schamperde hij voor de televisie.

Wouters kan er nu om lachen. Hij zit thuis in zijn werkkamer temidden van vele boeken waarvan hij er zeven zelf heeft geschreven. Ze gaan alle over drugs: Houvast van een druggebruiker (1982) was het eerste, het laatste heet Zorg op straat, pas verschenen bij De Regenboog. Deze interkerkelijke stichting voor verslavingszorg biedt dagelijks hulp en opvang aan meer dan tweehonderd harddrugsgebruikers, al 25 jaar.

De gereformeerde predikant Wouters was in 1975 medeoprichter, vorige maand nam hij afscheid. Hij begon als beleidscoördinator, eind jaren tachtig kreeg hij een directeur aan zijn zijde en de laatste vijf jaar was hij adviseur van het bestuur van De Regenboog, die financieel vooral steunt op bijdragen uit de kerken.

In het kwartaalblad Meeleven van de stichting wordt Wouters omschreven als ,,onvermoeibaar''. ,,Het is vooral te danken aan zijn onuitputtelijk geloof, dat hij De Regenboog door haar roerige `puberteit' heeft geloodst. Kraken, demonstraties, laaiende ruzies met de buurt, mes op de keel, personele problemen en bedreigingen bleven hem niet bespaard (...) Dominee Douwe Wouters is een man die de woorden van Jezus serieus neemt, toen Hij zei: `Wanneer iemand je vraagt één mijl met je te gaan, ga er twee. Wanneer iemand een hemd vraagt, geef hem ook je jas'.''

Wouters zegt graag naast de drugsverslaafde te staan, hem of haar een knipoog te geven en iets toe te fluisteren in de trant van: `Je bent de moeite waard'. ,,Maar ik spreek hen ook aan met `sukkel'; dat nemen ze me nooit kwalijk.''

Wouters is trots op De Regenboog. Hij wijst erop dat de stichting thans vijftig medewerkers heeft en drie huizen: het Tabe Rienkshuis in het Wallengebied, Blaka Watra voor Surinaamse en Marokkaanse verslaafden en een verblijfsruimte voor wat Wouters noemt ,,verloederde mensen, lang verslaafden die alle zorg mijden''. ,,Van dat type onaanstuurbare mensen verblijven er vijftien bij ons, in heel Amsterdam zijn het er driehonderd.''

Om met deze verslaafden in contact te kunnen komen, beschikt De Regenboog over negen zogenoemde straathoekwerkers die Wouters als ,,psycho-sociale experts'' omschrijft.

De stichting heeft verder zestig buddy's (vrijwilligers die aidspatiënten als `maatje' bijstaan) en werkt nauw samen met de drugsafdeling van de GG&GD, waarvan de arts Giel van Brussel de leiding heeft.

Twee van de straathoekwerkers ontfermen zich over prostituees in de hoodstad. Adviseur Wouters van De Regenboog zegt hierover: ,,Prostituees hebben héél, héél hard hulp nodig, want ook in de verslaving heb je een rangorde. De heroïnehoertjes staan op de laagste sport van de ladder.''