Cake voor Indianen

Je denkt dat je alles al hebt gehoord en dan komt er opeens weer wat nieuws. Niemand kijkt ervan op dat er Indianen leven in Peru in Zuid-Amerika die zichzelf Quecha-Indianen noemen en aardappelen eten. Want daar ongeveer komen de aardappelen vandaan. Maar wat wel heel vreemd is dat ze hun gekookte aardappelen pas lusten nadat ze in een bruin en glibberig klei- en watermengsel zijn gedoopt.

Heel vreemd. Al kan het ook zijn dat het helemaal geen modder was, maar iets anders. Ook bruin maar veel lekkerder. Want daar in die buurt, daar groeit ook de cacaoboon. En van de cacaoboon kun je toevallig wel chocola maken. En toevallig bestaat er ook een Frans recept voor aardappelchocoladecake.

Je hebt er heel droog aardappelkruim voor nodig.

Dat krijg je het best voor elkaar door de aardappelen met schoongewassen schil in de oven te leggen. Tot ze gaar zijn. Je haalt, samen met een hulpkok, de schil eraf en stampt ze tot een zo droog mogelijke puree. Je hebt 3/4 kilo aardappelen nodig.

Nu vermeng je 65 gram boter, 4 eigelen, 125 gram suiker en een halve beker warme melk met elkaar. Heel klein beetje zout erbij.

Daarbij doe je drie volle eetlepels cacao waardoor eerst drie afgestreken eetlepels suiker zijn geroerd. De eiwitten, die je over hebt van de eigelen, klop je stijf en die roer je daar voorzichtig ook doorheen. Als laatste gaat het aardappelkruim erdoor.

Nu doe je alles in een cakevorm, die met boter is ingewreven en bestrooid met fijngewreven beschuitkruimels. In een niet al te hete oven zetten en in ruim 45 minuten gaar bakken.

Cake is klaar. Zet hem op tafel, bel een paar leuke Indianen, en smullen maar!