Beursgang: van uitstel komt vaak afstel

Newconomy is zeker niet het eerste bedrijf dat struikelt over de drempel van de beursvloer. In veel gevallen kwam het nooit meer tot een beursgang. Maar nieuwekansennieuwetijden.

Ook in de moderne financiële wereld doen gezegdes uit grootmoeders tijd nog steeds opgeld. Van uitstel komt afstel bijvoorbeeld. Wellicht hangt zo'n tegeltje ook bij het Internetbedrijf Newconomy? De jongste geschiedenis leert immers dat van veel bedrijven na een uitgestelde beursintroductie nooit meer wat wordt vernomen.

Wat te denken van Landal Green Parks dat zich in september vorig jaar bij de ingang van de beurs meldde. De dreiging van het millenniumprobleem en de inzakkende aandelenhandel noopten de exploitant van bungalowparken echter tot afstel. Sinds die tijd zitten de plannen in de ijskast.

Drie jaar geleden stootte het elektrotechnische concern Holec Holland heel wat harder zijn neus. ABN Amro zag de beursgang mislukken om de eenvoudige reden dat er bij beleggers geen enkele belangstelling was. Zelfs een lagere introductiekoers baatte niet. ,,Dit is wel een krasje'', aldus een ABN Amro-directeur in 1997 over de flop. De bank, die ook Newconomy naar de beurs wilde brengen, zag mogelijk tot haar grote verbazing dat het Britse Delta Holec Holland overnam, voor 20 procent meer dan de verlaagde koers die ABN Amro in gedachten had.

Ook het bestuur van Thomassen heeft het champagneglas met de beurspresident nooit mogen heffen. De Gelderse producent van energiecentrales en turbines heeft maar liefst vier pogingen gewaagd voor een beursgang. Eerst was het de goedkope dollar, toen flopte de beursgang van branchegenoot Smit Trafo, vervolgens waren er `juridische complicaties' en tot slot problemen bij het moederbedrijf Babcock. Na het laatste afstel in 1996 voelde bestuursvoorzitter W. Magendans zich gedwongen om te vertrekken.

Gezien de rust die nu weer in de markt is getreden hoopt Newconomy dat de beursgang slechts één keer hoeft te worden uitgesteld. Het bedrijf van Maurice de Hond, dat zijn geld steekt in Internetbedrijven, kan het uitstel van een beursgang gemakkelijk hebben, legt commercieel directeur Ruud Smeets uit. ,,We hebben natuurlijk een kleine organisatie. Als de beursgang nog een half jaar op zich laat wachten, zal het nog niet noodzakelijk zijn om extra leningen af te sluiten. We moeten hoogstens iets zuiniger doen''. Voor de bedrijven waarin Newconomy een belang heeft kan een langer uitstel van de beurs wel nadelige gevolgen hebben. ,,Als andere partijen extra geld willen hebben, moeten we inderdaad naar een andere oplossing zoeken'', aldus Smeets.

Internet-bedrijven zijn berucht om hun vermogen tot geldverslinding. Een recent onderzoek in de Verenigde Staten maakte onlangs duidelijk dat op 200 Internet-bedrijven een kwart binnen één jaar dringend vers kapitaal nodig heeft. De investeringen zijn immers hoog, zonder dat er veel inkomsten tegenover staan.

Doordat Newconomy zelf geen Internetactiviteiten onderneemt (maar slechts participeert) kan het gemakkelijker de hand op de knip houden. Toch heeft ook een participatiemaatschappij die verlies lijdt op een bepaald moment weer geld nodig om het eigen vermogen aan te vullen, alleen al om de eigen kosten te dekken. Een alternatief voor een beursgang is het aantrekken van extra geld bij de bestaande aandeelhouders of het - buiten de beurs - aantrekken van nieuwe aandeelhouders om het eigen vermogen op peil te brengen.

Aan dat eigen vermogen wordt immers geknaagd door de verliezen die Newconomy lijdt, een boekhoudkundige vondst van het Amsterdamse bedrijf ten spijt. In het afgelopen jaar werd een operationeel verlies (simpel gezegd: inkomsten min uitgaven) van 1,7 miljoen gulden geboekt. Voor de komende twee jaar zal dit tekort alleen maar oplopen tot zeker 30 miljoen gulden in 2001. Toch slaagt het bedrijf van Maurice de Hond er in om alle jaren winstgevend te zijn. Hoe? Door de boekhoudkundige oplossing om de participaties van Newconomy in de verschillende Internetbedrijven opnieuw (en hoger) te waarderen levert dit het bedrijf een boekwinst op die bij het operationele resultaat kan worden opgeteld. De traditionele boekhouders hebben hun wenkbrauwen bij zoveel creativiteit al gefronst, want traditioneel gezien mogen deelnemingen alleen worden verkocht op het moment dat er van verkoop - dus een reële geldstroom - sprake is. Maar Newconomy spreek niet voor niets van nieuwetijdennieuwekansen. Dat laatste geldt ook voor de beursgang.