Architect van modern Tunesië

President voor het leven van Tunesië werd Habib Bourguiba op 18 maart 1975, op voorstel van de Nationale Assemblee. Maar zijn leven duurde te lang. In 1987, toen hij naar schatting 84 jaar oud was, grillig en seniel, gemanipuleerd door zijn omgeving en niet meer in staat de moderne staat te besturen die hij zelf had geschapen, werd hij door zijn premier Zine al-Abidine Ben Ali afgezet. De Tunesiërs waren de grote verdiensten vergeten van de Vader van de Onafhankelijkheid, en ze haalden opgelucht adem. Ten onrechte, zo bleek later. Want zijn opvolger is aanzienlijk minder vèrziend en ten minste even autoritair gebleken, ook al laat hij zich elke vier jaar democratisch herkiezen. Bourguiba werd opgeborgen in zijn villa in zijn geboorteplaats Monastir. Daar, in de schaduw van het mausoleum dat hij voor zichzelf had laten bouwen, stierf gisteren eenzaam de Opperste Strijder. Hij mocht alleen familieleden ontvangen, op een enkele uitzondering na; van tijd tot tijd kwam Ben Ali langs. ,,President Zine el-Abidine Ben Ali omringde de leider Habib Bourguiba met constante zorg en aandacht tot zijn dood'', heet het in de officiële necrologie.

Bourguiba was de vernieuwende architect van het moderne Tunesië – en meer dan dat.

Hij was de eerste Arabische leider die publiekelijk de strijd aanbond met de moslim-fundamentalisten in plaats van hen te paaien en te gebruiken in de strijd tegen de seculiere oppositie. In de jaren zeventig waagde hij het om tijdens de islamitische vastenmaand ramadan in het openbaar een glas sinaasappelsap te drinken en te roken. ,,Het is Gods wens om het land uit de armoe te halen. Dan moeten we niet een hele maand vasten, daar schieten we niks mee op. Het is belangrijk om fit en sterk te zijn'', zei hij.

Hij was de eerste Arabische leider die publiekelijk repte van een Arabisch vergelijk met Israel (,,geen overwinnaar en geen overwonnene'') in een tijd, begin jaren zestig en 15 jaar vóór de Egyptische president Sadat, dat dit totaal taboe was. Het bracht hem in aanvaring met de toen almachtige Egyptische president Nasser. Maar Bourguiba bood in 1982 ook onderdak aan PLO-leider Yasser Arafat en honderden van diens strijders aan nadat zij uit Beiroet waren verjaagd.

Hij was een van de zeer weinige Arabische leiders die aandrongen op relaties met het Westen in een tijd waarin daarover maar beter kon worden gezwegen. In ruil daarvoor was hij, zeker in zijn begintijd als president, lieveling van het Westen. Tijdens een staatsbezoek aan Nederland in juli 1966 kwam het tot de eerste publieke manifestatie van provo's die oranje snoepjes uitdeelden aan het publiek. De politie sloeg de provo's ongenadig in elkaar.

Hij was de eerste en bijna enige islamitische politicus die zich heeft ingespannen voor verbetering van de positie van de vrouw. Hij sprak van gelijkheid van de seksen en verbood bijvoorbeeld veelwijverij, iets wat andere Arabische regeringen nú pas proberen te doen – zonder veel succes omdat ze het felle fundamentalistisch verzet niet durven trotseren. De Tunesische vrouw is op dit moment dan ook veel beter af dan de vrouw in de rest van de Arabische wereld.

Hij was de eerste leider in Noord-Afrika die tot de conclusie kwam dat arabisering van het onderwijs alleen tot kwaliteitsverlies en een grotere achterstand op het Westen zou leiden. Tunesië is dan ook op alle fronten de rest van Noord-Afrika ver vooruit. Behalve politiek. Bourguiba hield alle macht strak in handen en duldde geen tegenspraak. Zijn opvolger Ben Ali ging nog een stapje verder. Hij heeft van Tunesië een echte politiestaat gemaakt.

Bourguiba werd 3 augustus 1903 geboren, tenminste daarvan gaat men uit. Zelf was hij erg zwijgzaam over zijn geboortejaar, wat leidde tot speculaties dat hij zich jonger voordeed dan hij was. Hij was er ijdel genoeg voor. Hij studeerde rechten in Tunis en later aan de Parijse Sorbonne. Vervolgens klom hij snel op in de beweging tegen de Franse koloniale heerschappij over het land, na de Tweede Wereldoorlog vanuit Kairo en Franse gevangenissen. Dat de onafhankelijkheidsstrijd uiteindelijk met relatief weinig bloedvergieten gepaard ging, was in belangrijke mate zijn verdienste. Hij was een geboren redenaar die gemakkelijk zijn ideeën deed gelden, en hij had in Parijs de taal leren spreken van de Franse elite.

Op 1 juni 1955, nadat Frankrijk Tunesië interne autonomie had verleend, keerde hij triomfantelijk in zijn land terug: met groot gevoel voor theater deed hij op een wit paard zijn intrede in Tunis, opgewacht door een enorme menigte. In 1956 werd Bourguiba eerste minister van een onafhankelijk Tunesië en een jaar later liet hij zich als president kiezen.

Bourguiba was een niet-ideologische opportunist. Hij wisselde net zo vaak van premiers als van visie. Dan weer was hij een overtuigd socialist, dan weer een hartstochtelijk verdediger van de vrije markt, en met het grootste gemak presenteerde hij beide als enige, eeuwige waarheid. Van economie had hij nauwelijks een idee. Het verhinderde hem niet zich te ontwikkelen tot een van de markantste leiders van het Midden-Oosten.