Afrika en Europa zijn onlosmakelijk verbonden

Europeanen kunnen het zich niet permitteren om de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara links te laten liggen. Los van humanitaire overwegingen, is het in het belang van Europa zelf, om een flexibel beleid ten aanzien van Afrikaanse immigranten te ontwikkelen, vindt

Stephen Ellis.

Veel mensen denken, geheel ten onrechte, dat Afrika bezuiden de Sahara zich van de wereld aan het losmaken is. Deze gedachte spreekt Europeanen vermoedelijk vooral zo aan omdat het een argument aanreikt om geen moeilijke beslissingen te hoeven nemen over een continent waarmee zij al eeuwen in contact staan, maar dat op het ogenblik weinig aantrekkelijks te bieden heeft.

Het is wel zo dat de zuidelijke helft van Afrika maar tussen de een en twee procent van de wereldhandel genereert en eenzelfde percentage aan rechtstreekse buitenlandse investeringen. Maar toch is Afrika nauwer met de rest van de wereld gelieerd dan ooit tevoren, onder meer door migratie, buitenlandse schulden en een grote behoefte aan importgoederen. Zelfs de miljoenen Afrikaanse vluchtelingen staan voortdurend in nauw contact met de buitenwereld, omdat nu juist zij het zijn op wie de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, UNHCR, en talloze hulporganisaties zich richten.

De Europeanen kunnen zich wel als laatsten permitteren om de landen bezuiden de Sahara links te laten liggen, of te doen alsof wat daar gebeurt hen niet aangaat. Er bestaan eeuwenoude historische banden tussen Europa en Afrika, zeker sinds de vijftiende eeuw. Oorlog en criminaliteit in Afrika kunnen zelfs in Noord-Europa van invloed zijn, getuige het succes van Nigeriaanse bendes in de heroïnehandel daar. Zeshonderddertig miljoen Midden- en Zuid-Afrikanen vormen een grote potentiële markt voor Europa. Amerikaanse en zelfs Zuidoost-Aziatische bedrijven hebben zich al begeven op de van oudsher Europese markten in vooral Franstalig Afrika. Dit zijn zonder twijfel allemaal redenen waarom de Europese Unie zich verplicht heeft gevoeld eerder deze maand in Kaïro een Europees-Afrikaanse topconferentie te organiseren.

Bovenaan de Europese agenda staat de democratie. De meeste landen in Afrika zijn inmiddels op papier democratisch, al komt er in de praktijk van de democratie weinig terecht. Alleen Botswana is er, met misschien nog een enkel ander land, in geslaagd echte democratie te combineren met hoge groeicijfers. Wellicht zullen andere landen dit voorbeeld op den duur volgen, maar de kans is klein dat er in Afrika op korte termijn goed werkende democratieën ontstaan.

Integendeel, het tempo van de economische en politieke veranderingen van de laatste twintig jaar is in Afrika juist een bron van instabiliteit geweest. In het belang van zowel Europa als Afrika zullen Europese politici en diplomaten zich veel sterker op de lange termijn moeten richten. Ook zullen ze zich over een aantal netelige kwesties moeten buigen, als ze Afrika willen begeleiden op weg naar een betere toekomst.

Hoog op de agenda zou de migratie moeten staan. Afrikanen proberen op dit moment massaal Europa binnen te komen, de meesten op zoek naar werk. Onder hen zijn veel hoogopgeleiden. De landen van de Europese Unie doen hun uiterste best te voorkomen dat deze mensen zich er vestigen, in de overtuiging dat het toelaten van nog meer zwarte immigranten de kiezer tegen de haren instrijkt en zal leiden tot sociale problemen. Maar veel Afrikanen, vooral mannen, zijn niet van plan zich hier te vestigen, maar willen in eerste instantie alleen maar genoeg geld verdienen om naar huis terug te keren en daar een onderneming op te zetten.

Bovendien wijst alles erop dat de landen van Europa binnen enkele jaren arbeidskrachten van buiten nodig zal hebben om voor hun snel verouderende bevolking te zorgen. Geheel los van humanitaire overwegingen, is het in Europa's eigen belang om ten aanzien van Afrika een flexibeler migrantenbeleid te ontwikkelen.

Dit alles hangt natuurlijk samen met de moeilijke omstandigheden waarin Afrika zich in politiek en economisch opzicht bevindt. In de komende jaren zullen Europese gezagsdragers scherp moeten letten op de pogingen van Afrikanen hun nationale politieke grenzen te verleggen. Tot dusver zijn de oude, koloniale grenzen verbazend duurzaam gebleken, maar ze blijven niet eeuwig bestaan. Op dit ogenblik wordt de gevestigde orde vooral bedreigd in het Grote Merengebied en in Nigeria.

In het eerstgenoemde gebied, in Midden-Afrika, is vooral het overbevolkte Rwanda belust op gebiedsuitbreiding. Rwanda houdt daarom een bezettingsleger in stand in Congo. Dat Rwanda zijn grenzen in westelijke richting zal uitbreiden is een kwestie van tijd, al kan het nog jaren duren voor het zover is. Deze kwestie vergt veel meer internationale aandacht dan ze tot dusver gekregen heeft, want deze kwestie is een bron van instabiliteit in Midden-Afrika.

Een tweede en potentieel nog zwaardere test-case is de West-Afrikaanse reus - en belangrijke olieproducent - Nigeria, waar alles erop wijst op de dreiging van een burgeroorlog. Wil de wereld een verwoestend en bloedig conflict voorkomen, dan zal het hieraan veel meer aandacht moeten schenken. Wellicht kan de ervaring die men in Joegoslavië heeft opgedaan, ook in de kwestie-Nigeria van pas komen.

Veel minder problematisch is de schuldenkwestie. Immers, de Europese landen zouden theoretisch de buitenlandse schulden van Afrika bezuiden de Sahara, 220 miljard dollar groot, met een pennenstreek kunnen verminderen. Dat vereist weinig politieke inspanning, aangezien slechts enkele Afrikaanse landen omvangrijke bilaterale leningen hebben lopen en geen ervan een schuld heeft die te vergelijken is met echt grote schuldenlanden als Mexico en Brazilië.

Bovendien kost die vergevingsgezindheid niet eens zoveel, want voor de meeste Afrikaanse landen is de kans nihil dat ze hun schulden ooit zullen afbetalen – die thans met 12 procent per jaar oplopen. De krediteurenlanden worden het desondanks maar moeilijk eens over de te nemen maatregelen. Ze lijken te handelen vanuit het besef dat de schuld een van de meest effectieve middelen is om in Afrika invloed uit te oefenen. Als ze dat middel uit handen geven, wat voor voet kunnen ze dan nog tussen de deur krijgen?

Naast de illusie dat Afrika zich van de wereld losmaakt, heerst er ook nog altijd de mythe dat Afrika een geval apart is, dat het zijn eigen ondoorgrondelijke wegen volgt, die voor buitenstaanders vrijwel ontoegankelijk zijn. Ook dat is niet waar. Afrika en Europa hebben zich in symbiose met elkaar ontwikkeld en zullen dat blijven doen, alle illusies ten spijt.

Stephen Ellis is als wetenschappelijke medewerker verbonden aan hetAfrika-studiecentrum in Leiden.