Verwijten in Amsterdam over taxioorlog

Het Amsterdamse gemeentebestuur ruziet over de vraag wie er verantwoordelijk is voor de taxioorlog in de stad. Burgemeester Patijn beschuldigt de wethouders Bakker en Köhler, maar de raad zegt: waar was Patijn?

Amsterdamse gemeenteraadsleden hebben gisteren forse kritiek geuit op burgemeester Patijn die afgelopen dinsdag in een vraaggesprek met Het Parool de wethouders Bakker (D66) en Köhler (GroenLinks) de schuld gaf van de problemen met de deregulering van het taxivervoer in de hoofdstad.

Begin januari braken in Amsterdam hevige rellen uit, omdat taxichauffeurs boos zijn over de vrije concurrentie op de taximarkt en over de waardedaling van hun taxivergunningen als gevolg van de nieuwe taxiwet. De Leidse oud-hoogleraar sociaal recht M. Rood probeert als bemiddelaar een uitweg te vinden uit het conflict.

Patijn zei in het interview dat het taxivraagstuk door de schuld van de voormalige wethouder Bakker en diens opvolger Köhler ,,veel te lang'' is blijven liggen. Maar het raadslid Hooijmaijers (VVD) zei gisteren dat de burgemeester zelf ook niet hard heeft gelopen om de stad voor te bereiden op de deregulering.. ,,Wij hebben er bij hem op moeten aandringen om Köhler iets te laten doen. Hij doet alsof hij al veel eerder bewogen was door dit onderwerp, maar dat was helaas niet het geval.''

Het raadslid De Vries (PvdA) sprak van ,,krokodillentranen'' van de burgemeester. ,,Waar was hij zelf dan?'' , vroeg hij. Deze krant berichtte eerder dat ex-wethouder Bakker, thans burgemeester van Hilversum, verzoeken van gemeenteraadsleden om een taxinota jarenlang heeft genegeerd, terwijl hij wel op de hoogte was van de plannen voor deregulering van de toenmalige minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en die ook met haar besprak. Bakkers opvolger Köhler presenteerde eind 1998, vier jaar na het eerste verzoek van de raadsleden, een stuk waarin hij een uitzondering op de deregulering bepleitte voor Amsterdam. In de raad en in de Tweede Kamer bestond daarvoor echter geen enkel draagvlak.

Ondertussen werd de deregulering, die in de loop van 1999 onafwendbaar werd, niet voorbereid. Opmerkelijk is dat Patijn in gesprekken en in een briefwisseling met Jorritsma veel enthousiaster was over de deregulering dan in het standpunt van de gemeente naar buiten kwam. Op 28 november 1997 schreef Patijn in een brief aan Jorritsma bijvoorbeeld dat hij het ,,over capaciteit en vrijlaten van de prijzen (de essentie van de deregulering, red.) goeddeels eens'' was met de minister.

Toch presenteerde wethouder Köhler een jaar later namens het college van B en W een nota waarin hij het plan voor deregulering verwierp, en pleitte voor een `status aparte' voor de hoofdstad.

Köhler reageerde gisteren kribbig op de kritiek van de burgemeester. ,,Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Ik ben zo gebekt dat ik geen mening geef over collega's in het openbaar'', zei hij.

Patijn en Köhler zijn het ook niet eens over het bemiddelingsvoorstel dat Rood heeft gepresenteerd. De gemeente zou drie miljoen gulden moeten betalen aan een compensatiefonds voor gedupeerde chauffeurs. Patijn noemde dat voorstel ,,evenwichtig'', maar Köhler voelt er weinig voor.

De Amsterdamse gemeenteraad wil dat er een onderzoek komt naar de illegale handel in taxivergunningen die jarenlang in Amsterdam heeft bestaan, zo bleek gisteren tijdens de raadsvergadering. De raad wil weten hoe de gemeente Amsterdam jarenlang kon toestaan dat vergunningen, in strijd met de Wet Personenvervoer, voor veel geld werden verpacht. De juridische afdeling van de gemeente heeft dergelijke illegale pachtconstructies met adviezen ondersteund, zo berichtte deze krant begin dit jaar.