Veiligheid VS en Europa moet ongedeeld blijven

De Amerikaanse plannen voor een verdediging tegen raketten splijten de NAVO. Europa en de VS moeten daarom snel in debat gaan, vindt Jan Hoekema.

Whether you like it or not, it's going to happen', zo klinkt het overheersende geluid uit Washington over het thema defensie tegen raketten. Vrijwel zonder uitzondering, van links tot rechts, spiegelen Amerikaanse politici en analisten Europeanen de noodzaak voor van een verdediging tegen langeafstandsraketten van de zogeheten schurkenstaten (`rogue states') als Irak, Iran en Noord-Korea. Beveiliging tegen ,,de plaag van massavernietigingswapens in de handen van misdadige machthebbers'', zoals David C. Gompert het formuleerde (opiniepagina van 20 maart).

Over de technische mogelijkheden van zo'n systeem, de al dan niet geslaagde proeven tot nu toe en de haalbaarheid van een waterdichte defensie, schreven onlangs Cees Homan en Bert Kreemers (opiniepagina van 14 maart). Zij wezen onder meer op de opties die (schurken)staten hebben naast het lanceren van langeafstandsraketten – zoals het binnensmokkelen van bommen en andere wapens. Er zijn veel mogelijkheden tot omzeiling van het rakettenschild.

Politieke bezwaren tegen de Amerikaanse plannen voor een nationale verdediging tegen raketten (NMD) richten zich allereerst op de aard van de dreiging. Natuurlijk zijn de arsenalen van Noord-Korea c.s. zorgwekkend, maar de dreigingsanalyse van Washington is wel erg primitief en zelfs naïef. Gompert wijdt bijvoorbeeld geen woord aan de waarschijnlijkheid van een aanval van een boevenstaat op de VS. Mèt of zonder rakettenschild zal Washington zo'n aanval altijd kunnen vergelden en het aanvallende land vele malen vernietigen. Het is, met alle ongewisheid over het gedrag van wispelturige dictators in Irak en Noord-Korea (en in dit opzicht is Iran een ander verhaal), toch niet te verwachten dat een land suïcide als politiek doel nastreeft.

De ontwikkeling en aanschaf van raketten moet eerder gezien worden in het perspectief van regionale dreiging en die dreiging moet met politieke, economische en waar nodig ook militaire middelen worden weerstaan. Een rakettenschild, anders dan de gerechtvaardigde verbetering van de bescherming van civiele en militaire objecten van de VS en Europese bondgenoten (`Theater Missile Defence') is daarop een disproportionele reactie en mist politiek en militair het doel.

Een andere punt van kritiek raakt de gevolgen van zo'n nationale raketdefensie voor de Amerikaans-Europese verhouding, met name het NAVO-bondgenootschap. Homan en Kreemers concluderen terecht dat het onderwerp raketverdediging Europa en de VS verdeelt. Wellicht met uitzondering van een aantal conservatieve politieke stromingen is Europa vooralsnog niet overtuigd van de urgentie van de dreiging en de aard van de respons. Daarmee is NMD een ernstige splijtzwam in de NAVO. Daar hoeft de NAVO niet aan ten onder te gaan en een heldere positiebepaling van Europa is van belang. Het betreft hier het hart van het bondgenootschap: de definitie van de dreiging. Een beschermd Amerika en een onbeschermd Europa doet af aan de gedeelde veiligheid, die de essentie van de NAVO uitmaakt.

Ten slotte roepen de Amerikaanse plannen kritiek op wegens de effecten op de wapenbeheersing en op de relatie met Rusland en China. De Chinese bezwaren tegen NMD hoeven niet als zodanig de doorslag te geven. De positie van Moskou is echter essentieel. Hoezeer ook het ABM-verdrag, dat de verdediging tegen raketten beperkt, moet worden gezien tegen de achtergrond van de militaire verhoudingen van de Koude Oorlog, met het opblazen of kapot amenderen van die overeenkomst is geen nuttig doel gediend.

Stabilisatie van de politieke en militaire verhoudingen tussen de VS en Rusland is van groot belang en het ABM-verdrag maakt nog steeds deel uit van de essentialia in die verhoudingen. Een beperkte door Moskou en Washington geaccordeerde aanpassing van dit verdrag is echter bespreekbaar en niet geheel ondenkbaar. Moskou zal niet ongevoelig zijn voor Amerikaanse beloften van steun en het delen van technologie. Een zodanige beperkte aanpassing van het ABM-verdrag zou de `Theater Missile Defense' effectiever kunnen maken maar de essentie van ABM intact laten. Moskou zal met zo'n benadering ook het vertrouwen hebben dat NMD niet tegen haar gericht is.

Europa en de VS zullen snel met elkaar in debat moeten gaan. Dat vergt van Europa een bereidheid naar Amerikaanse argumenten te luisteren en te werken aan die broodnodige heldere stellingname. Onverschilligheid aan Europese kant zou wel de allerslechtste gedragslijn zijn. Van de VS mag worden verwacht dat niet alleen `intelligence briefings', maar ook politieke argumenten worden verschaft, en vooral dat Washington pas op de plaats met NMD wil maken en echt met Europa wil overleggen. Het gaat om de veiligheid van de VS en Europa. Die is, op hoofdzaken, ongedeeld en moet ongedeeld blijven.

Jan Hoekema is lid van de Tweede-Kamerfractie van D66.