Veel liquidaties aan de `rafelrand' van het milieu

Vier recente moorden in Eindhoven en omgeving lijken op liquidaties. Maar wie bepaalt wat een liquidatie is?

Plaats van delict: op straat bij een verkeerslicht, in een bos, een café of in een bordeel. De methode: een kogelregen, messteken, een bomaanslag. Het motief: een koele afrekening of een doelbewuste wraakneming.

Liquidaties of criminele afrekeningen vestigen, meer dan `gewone' moorden, de aandacht op zich door de vaak spectaculaire omstandigheden. Jaarlijks worden volgens justitie in Nederland tussen de 250 en 300 moorden gepleegd. Hiervan speelt een groot deel zich af in de relatiesfeer, waarbij de dader al snel wordt aangehouden. Maar in hoeveel gevallen het om liquidaties gaat, wordt niet centraal bijgehouden. Daardoor is ook niet duidelijk of er sprake is van een toename van dit fenomeen.

Veel liquidaties hebben te maken met de handel in verdovende middelen. Maar dat geldt lang niet voor alle criminele afrekeningen. Cultureel antropoloog Mattijs van de Port van het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht spreekt in dit verband van `rafelmoorden': moorden in ,,de rafelrand van het criminele milieu''. Weliswaar gaat het dan volgens de politie om liquidaties, maar dat blijkt niet uit het motief voor de moord. Van de Port werkt momenteel aan een onderzoek naar liquidaties in Nederland in de jaren 1993 tot en met 1997. Daartoe heeft hij bij de 25 politieregio's in totaal ruim tweehonderd zaken opgevraagd. Bijzondere aandacht besteedt Van de Port aan ,,de etnische overrepresentatie'' in de bestanden.

Volgens onderzoeker Van de Port spreekt de politie over een liquidatie als de `modus operandi' (werkwijze) van de dader daartoe aanleiding geeft. ,,Het motief voor een moord heeft voor rechercheurs een lage prioriteit. Je vindt er meestal ook weinig over terug in het proces-verbaal.''

Hoe kan het aantal liquidaties toenemen? Steeds vaker kunnen in drugszaken verdachten in ruil voor strafvermindering tegen medeverdachten getuigen. Soms leidt dit tot wraakneming.

Ook de `Pluk-ze'-wetgeving kan een rol spelen. In ruil voor strafvermindering accepteert een gedetineerde een belastingschuld te betalen en probeert in het criminele milieu financiële afrekeningen te vereffenen. Niet-betalen leidt er soms toe dat alsnog op gewelddadige wijze wordt afgerekend.

De divisie Centrale Recherche Informatie (CRI), die gegevens over alle moorden verzamelt, legt de nadruk op planmatig handelen bij haar definitie: ,,Onder liquidatie moet worden verstaan: het volgens plan om het leven brengen van een persoon, of personen. Het doel van de dader of de opdrachtgever dient te zijn het verkrijgen, versterken of handhaven van een positie in het criminele milieu.''

Volgens een CRI-woordvoerster is er sprake van een `onzuiver' beeld. ,,Vaak blijkt pas na afloop van een onderzoek dat het om een liquidatie ging.'' Maar juist ingewikkelde moordzaken als liquidaties worden in veel gevallen nooit opgelost.