Van wet naar werkelijkheid

Na alle kritiek op de magistratuur, zijn de eerste veranderingen bij politie en justitie langzaamaan zichtbaar aan het worden.

ALS GEVOLG van de affaire-Dutroux leek in het najaar van 1996 het vertrouwen in de Belgische justitie en politie volledig verdwenen. Driehonderdduizend mensen gingen in Brussel de straat op, verontwaardigd over het justitieapparaat dat aan alle kanten had gefaald bij de bescherming van kinderen tegen ontvoering, verkrachting en moord. De toenmalige minister van Justitie De Clerck beloofde snel ingrijpende hervormingen. Wat is er na ruim drie jaar veranderd?

Het was een enorme klachtenregen die in 1996 losbrak nadat de Belgische politiek jarenlang op de justitie had beknibbeld. Magistraten hadden geen computers. Als ze wetboeken wilden hebben moesten ze die zelf kopen. Ze hadden door personeelsgebrek grote achterstanden. Benoemingen van rechters werden door politieke partijen geregeld. Parketten van verschillende arrondissementen werkten slecht samen. Voor slachtoffers van misdrijven was geen aandacht. Rijkswacht, gemeentepolitie en gerechtelijke politie werkten elkaar tegen. De strafwetgeving was verouderd.

Er is een wet voor een geïntegreerde Belgische politie gekomen. Maar de uitvoering daarvan stuit op moeilijkheden. Een belangrijke hindernis vormen de politievakbonden, die de verworven rechten van de leden van de verschillende politiekorpsen met hand en tand verdedigen. De regering van premier Guy Verhofstadt probeert op het ogenblik de zaak in beweging te brengen door middel van 21 proefprojecten, waarbij onder andere in Antwerpen de gemeentepolitie en de rijkswacht samen moeten optrekken.

Een nieuw wetboek van strafrecht regelt rechten van slachtoffers. Het bepaalt ook de wijze waarop familie van vermiste en vermoorde personen door de justitie behandeld moeten worden. De huidige minister van Justitie, Marc Verwilghen, vindt dit onvoldoende. Als voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie voor de zaak-Dutroux heeft hij zich bijzonder de positie aangetrokken van ouders van ontvoerde en vermoorde kinderen. Verwilghen wil dat er in België een speciaal slachtofferwetboek komt. België zou daarmee wat betreft hulp aan slachtoffers in Europa het voortouw nemen.

Na de affaire-Dutroux zijn in gerechtelijke arrondissementen in België justitiehuizen geopend waar verschillende justitiële diensten zijn ondergebracht. Burgers kunnen daar adviezen halen, slachtoffers van criminaliteit worden er opgevangen, maar ook wordt daar de reclassering van veroordeelden geregeld. België heeft nooit een landelijke reclassering gekend. De justitiehuizen zijn nog niet in alle arrondissementen, ze zijn nog onderbemand en hebben volgens minister van Justitie Verwilghen nog onvoldoende middelen.

De bevoegdheid om over voorwaardelijke invrijheidstelling te beslissen is van de minister van Justitie overgegaan op een speciale commissie. Minister Verwilghen wil dat in de toekomst een speciale rechtbank over voorwaardelijke invrijheidstellingen beslist. Die kan er alleen komen na een grondwetswijziging, waarvoor de christen-democratische oppositie nog niet de vereiste steun wil geven.

Sinds begin van dit jaar heeft België een Hoge Raad voor de Justitie, die echter pas over enkele weken zal functioneren. Deze raad bestaat voor de helft uit gekozen magistraten. De andere leden zijn aangewezen door de Belgische Senaat. De raad wordt verantwoordelijk voor de benoeming van magistraten en zou een einde moeten maken aan politieke benoemingen. Minister Verwilghen is er onlangs van beschuldigd verantwoordelijk te zijn geweest voor de laatste poging tot een politieke benoeming. Hij had een zus van minister van Financiën Reynders een post als magistraat in Luik gegeven, maar heeft moeten aanvaarden dat deze benoeming is teruggedraaid.

Binnenkort komt Verwilghen met een wetsontwerp voor een federaal parket, dat in heel België bevoegdheden moet krijgen voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad. Jonge magistraten krijgen tegenwoordig een draagbare computer met wetboeken op cd-roms. Ze moeten nog snelle toegang tot Internet krijgen. De opleiding van magistraten is hervormd. Ook investeert België sinds enkele jaren in de verbetering van gerechtsgebouwen.

Met moeite is het Belgische parlement onlangs akkoord gegaan met de invoering van snelrecht. Magistraten hadden hierop flinke kritiek, omdat zij over onvoldoende middelen zouden beschikken om snelrecht uit te voeren. Minister Verwilghen heeft toegezegd hiervoor extra magistraten te zullen benoemen. De Leuvense hoogleraar strafrecht Cyrille Fijnaut waarschuwt dat met de invoering van het snelrecht de neiging bestaat om te denken dat ook de werkelijkheid is veranderd. In de praktijk moeten echter nog heel wat problemen worden opgelost.