Trauma's bij Servische veteranen uit Kosovo

Veel Servische militairen en politiemannen die vorig jaar tijdens de Kosovo-oorlog getuige waren van wreedheden tegen Albanezen, zijn daar dermate overstuur van dat ze nu nog kampen met trauma's.

Dat valt af te leiden uit uitlatingen van officieren die begin dit jaar zijn ondervraagd bij een onderzoek van de inlichtingendienst van het Joegoslavische leger. Een correspondent van het Kroatische blad Danas in Servië vatte gisteren voor het Institute for War & Peace Reporting de conclusies samen van het interne rapport van het onderzoek. Het bevat details over wreedheden uit de mond van Servische ooggetuigen en brengt de trauma's in kaart die ze daardoor opliepen.

De ooggetuigen toonden zich vaak verbijsterd over het geweld tegen burgers. Velen kampen met slapeloosheid of zijn gaan drinken om de herinneringen te verdringen. Een officier, met de voornaam Drazen, vertelde te hebben gezien hoe een reservist dertig Kosovaarse vrouwen en kinderen tegen een muur zette. ,,Ik dacht dat hij hen bang wilde maken, maar hij nam plaats achter een stuk luchtdoelgeschut en haalde de trekker over. De kogels van meer dan een centimeter dik schoten de lichamen aan flarden. Het leek een scène uit een goedkope film, maar het gebeurde echt. (...) Ik weet niet hoe ik met de herinneringen moet leven, hoe ik mijn eigen kinderen moet opvoeden. Mijn grootmoeder is Montenegrijnse. Ik maak me van kant als ik dat in Montenegro nog eens moet meemaken.''

Sommigen wezen de lezing dat ze naar Kosovo werden gestuurd om het terrorisme van de Kosovaren te bestrijden, van de hand. ,,In mijn hele periode in Kosovo heb ik geen vijandelijke soldaat gezien. De tanks werden gebruikt om Albanese kinderen te verpletteren. Ik schaam me verschrikkelijk.''

Een andere officier vertelt dat de bewoners van een Albanees dorp opdracht kregen weg te gaan. ,,Ze stonden in een lange rij. Een legerreservist met de bijnaam Crni (Zwart) liep naar een oude man die een kind van drie of vier in zijn armen had. Hij pakte het kind en eiste twintigduizend mark. De Albanees had maar vijfduizend mark. Crni nam het kind bij het haar, pakte een mes en hakte het hoofd af. Vijfduizend mark is genoeg voor het lichaam, zei hij, en liep weg, het hoofd nog vasthoudend aan het haar. Dat gebeurde terwijl tientallen mensen toekeken. We waren allemaal in een staat van shock. Sommige soldaten gaven over. Een luitenant viel flauw bij het verschrikkelijke gezicht van het onthoofde lichaam, dat nog lag te kronkelen in het stof.''

Crni werd later krankzinnig verklaard en naar huis gestuurd, maar is nooit aangehouden.