LUIK

Luik afficheert zich graag als `Poort naar de Ardennen'. Reizigers namen die titel veelal letterlijk en reden met de raampjes dicht in volle vaart over de Maas naar de groene wouden en verder. De stad heeft een kwalijke naam door financieel wanbeheer. Gevolg: een gigantische bouwput die het centrum jarenlang domineerde en symbool werd voor de economische malaise. Hier werd de socialistische voorman André Cools vermoord, hier riekt het naar corruptie, hier bloeit de illegale wapenhandel. Hier werd ook Georges Simenon geboren, de beroemde detective-schrijver. `Palermo aan de Maas', heet Luik ook wel.

Maar Luik is ook een mooie stad. Behalve de dampende staalovens van Cockerill-Sambre staat hier ook de fragiele kristalfabriek van Val-Saint-Lambert. Er zijn schilderachtige steegjes, terrassen, cafés en restaurants in straatjes waar je lekker kunt slenteren. Het oogt een beetje Italiaans en dat klopt ook. Na de sluiting van de mijnen in Wallonië bleven de migranten uit Italië in de streek wonen. Ze trokken naar steden als Charleroi, Bergen en Luik.

Tegen de heuvels van de Maasvallei loopt een trap met 373 treden omhoog. Dit is de Montagne de Bueren. De bewoners op de helling zijn tevreden mensen. Altijd zon en een schitterend uitzicht over de stad. Wie op bezoek komt doet er goed aan een doos wijn of een krat bier mee te nemen in plaats van een bloemetje, want dat scheelt in het gesleep. Je kunt de trappen ook mijden en via de Impasse des Ursulines en Le sentier des Coteaux naar boven klimmen. Dat geeft ook een aardig zicht op de bebouwing van de heuvel, waar vroeger schapen graasden op piepkleine akkers tussen smalle wijngaarden. Het is alsof je voortdurend door andermans achtertuin loopt. Het uitzicht vanaf de citadel van Luik is zo mooi door de stilte dat elke afdaling een beetje een teleurstelling is.

Aan de kentekenplaten van de geparkeerde auto's te zien komen Nederlanders massaal naar de zondagmarkt op de linker Maasoever. La Marche de la Batte is beroemd en Maastricht is slechts dertig kilometer stroomopwaarts. Hier werd al in de zestiende eeuw vee, groente en fruit verkocht. Tegenwoordig zijn er stalletjes met kippen, konijnen, pikant ondergoed en veel Italiaanse waar. Kazen uit Sardinië, worsten uit Toscane en sjaaltjes van Juventus. De voormalige kompels kopen hier hun pasta, in Palermo aan de Maas.