Het prestatiegen 1

Anil Ramdas ontpopt zich als waakhond van de politieke correctheid in de discussie over genetische oorzaken van menselijke verscheidenheid (NRC Handelsblad, 3 april). Zijn polemiek is een schoolvoorbeeld van het pseudo-intellectualisme dat dit soort discussies kenmerkt: een aversie tegen inhoudelijke argumentatie, volstrekt onbenul wat betreft de feiten, het weglaten van essentiële nuances, het ridiculiseren door bizarre overdrijving en de al dan niet bewust verkeerde weergave van de argumenten van de tegenstander.

Wat Ramdas doet, is niets anders dan ons een denkverbod willen opleggen. Kohnstamm heeft niet beweert dat er een `prestatiegen' is. Hij durft de vraag te stellen of genetische invloeden in de vorm van wat men onbeholpen, doch wel pregnant een `prestatiegen' zou kunnen noemen, bijdragen aan individuele en raciale diversiteit wat betreft het klimvermogen op de sociale en economische ladder. Het taboe op het in het openbaar bediscussiëren van raciale verschillen is historisch begrijpelijk, doch daarom nog niet wenselijk. Niemand ligt er wakker van dat genetische verschillen tussen rassen (hier een veel preciezere term dan `etnische origine') de vatbaarheid voor of de weerstand tegen een groot aantal ziektes bepalen. Een arts die in zijn dagelijks werk niet de raciale achtergrond van de patiënt betrekt, en die daardoor b.v. een aanval van sikkelcelziekte mist, behoort voor de tuchtrechter gedaagd te worden. Evenals de verschillen in intelligentie tussen individuen voor een belangrijk deel genetisch bepaald zijn (het `seed'), is a priori niet in te zien waarom dit niet ook het geval zou zijn voor interraciale verschillen, voorzover die aan te tonen zijn na correctie voor de – wellicht overheersende – invloeden van de `soil'. Het aardige van Kohnstamms hypothese is: zij is in principe toetsbaar. De toets zal lastig zijn, niet in de laatste plaats door het leger der politiek correcten die de wijsheid in pacht menen te hebben, waarvan zij falsificatie echter niet toestaan.