Eetappels voor moederkensdag

Het Schoon Vlaams rukt op als spreektaal in Vlaanderen – ten koste van het standaard- Nederlands.

VEEL VLAMINGEN gaan naar de beenhouwer om daar hun charcuterie te kopen, terwijl Nederlanders bij de slager hun vleeswaren halen. En waar de Nederlander een kilo handappels koopt, houdt de Vlaming het vaak op een kilo eetappels. Het woord `vut' zullen bejaarde Vlamingen nooit in de mond nemen, want dat is voor hen het brugpensioen. En de ziekte van Pfeiffer heet in Vlaanderen klierkoorts.

Zoveel is duidelijk: Vlaams is niet hetzelfde als standaard-Nederlands. Maar over welk Vlaams hebben we het eigenlijk? Nieuwslezer Bavo Claes van het VRT-journaal zal nooit de voor Nederlanders grappige woorden frietkot, depanneren of droogkuis uitspreken, maar altijd – met Vlaamse tongval – de standaard-Nederlandse equivalenten frietkraam, repareren en stomerij. ,,Wij hebben het altijd over Nederlandse standaardtaal met een Belgisch kleurtje'', zegt neerlandicus Ruud Hendriks, die bij de VRT speciaal is belast met de bewaking van het taalgebruik. ,,Het gaat eigenlijk over een paar honderd woorden.''

De Leuvense emeritus-hoogleraar Jan Goossens klaagde onlangs in het tijdschrift Ons Erfdeel over het oprukken van wat hij `Schoon Vlaams' noemt. Deze omgangstaal zal volgens Goossens door steeds meer Vlamingen in steeds meer situaties worden gesproken. Goossens spreekt van een ,,informele standaardisering'' van het taalgebruik, die volgens hem door de verdergaande verzelfstandiging van Vlaanderen in de hand is gewerkt. Hij meent zelfs dat Vlaanderen op weg is naar een nieuwe tweetaligheid.

Het gaat volgens Goossens niet alleen om de bestaande verschillen in uitspraak of woordenschat, maar ook om grammaticale verschillen met de standaardtaal. Zo wijst hij op de verbuiging van onder meer lidwoorden en bijvoeglijke naamwoorden in het Schoon Vlaams. In het standaard-Nederlands blijven lidwoorden onverbogen, maar in het Schoon Vlaams wordt bijvoorbeeld een stoel ne stoel en het kind wordt e kind. En wat betreft bijvoeglijke naamwoorden: Vlamingen spreken over die schoon tafel, die groten aap of mijn stijf hand.

Het Schoon Vlaams heeft, aldus Goossens, een andere spraakkunst dan het Nederlands. ,,Zo'n situatie verleent aan Vlaanderen in het huidige Europa de status van een reservaat'', schreef hij in Ons Erfdeel. Volgens de emiritus-hoogleraar heeft Vlaanderen geen behoefte aan een omgangstaal die geen cultuurtaal is. ,,Het enige wat in het Schoon Vlaams van cultuur getuigt, en wel van een twijfelachtige, is dat het zich afzet tegen de natuur, dat wil zeggen: de dialecten.''

De Leuvense hoogleraar algemene taalwetenschap, Dirk Geeraerts, constateert dat zijn studenten zodra het maar even kan – niet tijdens officiële presentaties – overschakelen op informeel taalgebruik. Publicist Geert van Istendael heeft dit Schoon Vlaams misprijzend als `verkavelingsvlaams' aangeduid, anderen spreken van een `tussentaal'.

Volgens Geeraerts bestaat in Vlaanderen een bijzondere taalpiramide, die er anders uitziet dan in Nederland. Geeraerts: ,,Aan de top heb je het verzorgde Belgisch-Nederlands van de nieuwslezer, dat niet zoveel verschilt van het Nederlands. Maar in België ligt de dagelijkse spreektaal verder van de top.'' De Leuvense hoogleraar, die als hoofdredacteur van de Elektronische Grote Van Dale nauw betrokken is bij het vastleggen van de standaardtaal voor Vlaanderen, constateert bij veel Vlamingen een zekere ,,pleinvrees'' als het om het spreken van de standaardtaal gaat. Het is volgens Geeraerts het restant van een historische achterstand van de Vlamingen.

Vlaanderen kreeg in 1930 in Gent de eerste Nederlandstalige universiteit; pas toen kreeg het Nederlands een belangrijke rol als cultuurtaal in de wetenschap. ,,Mijn overgrootouders hadden alleen middelbare scholen in het Frans'', zegt VRT-medewerker Ruud Hendriks. ,,De oudere generatie sprak vlotter Frans dan Nederlands.''

De Vlamingen kenden wel het lokale Vlaamse dialect, maar nauwelijks het standaard-Nederlands. Dat heeft bij velen geleid tot onzekerheid over het juiste taalgebruik. Door het ontbreken van een eenheidstaal is de `tussentaal' gaandeweg deze functie gaan vervullen. En zo is een wat bizare mix ontstaan van purismen, formeel taalgebruik en schrijftaal als spreektaal. ,,Het is alles wat een Vlaming van huis uit niet zou zeggen, omdat hij denkt dat het anders te gewoon is'', zegt Hendriks. Zo kun je de Vlamingen nogal eens betrappen op het gebruik van woorden als `echter', `desalniettemin', `nadien' en `aanvankelijk'.

In de jaren zestig publiceerde P.C. Paardekooper boekjes, waarin hij een opsomming geeft van talrijke in Vlaanderen gebruikte woorden die hem als vreemd voorkwamen. Een kleine greep: restaureergelegenheid voor wegrestaurant, moederkensdag voor moederdag, eetappel voor handappel, stortbad voor douche. Er waren in die periode ook nog veel meer taalrubrieken voor radio, tv en kranten, omdat er behoefte aan richtlijnen was.

Bij de VRT heeft Hendriks het taalbeleid inmiddels vastgelegd in een `Taalcharter'. Bij de presentatie van het charter was in de pers zelfs de kritiek te horen dat de Vlaamse omroep zich van het Noord-Nederlands zou afwenden. En dat werd onwenselijk geacht, ook al omdat het taalgebied toch al relatief klein is. Hendriks: ,,Men had de tekst nog niet gelezen en dacht dat we de `tussentaal' een officiële status zouden geven.''

Voor de schrijvende pers geldt het (in grote oplagen verkochte) Stijlboek van journalist Ludo Permentier van dagblad De Standaard als maatstaf. ,,Als je kunt kiezen tussen een `Vlaams' en een algemeen Nederlands woord, dan kies je voor het laatste'', aldus Permentier. ,,Cultureel behoren wij tot de Nederlands sprekende gemeenschap. Wij vinden deze culturele eenheid belangrijk.''

In Vlaanderen bestaat een tamelijk brede consensus dat bij zakelijke gelegenheden de standaardtaal moet worden gesproken. Toen aan de Vlaamse minister van cultuur, Bert Anciaux, onlangs op tv werd gevraagd wat de taal van Vlaanderen is – het Schoon Vlaams of het Nederlands – koos hij zonder aarzelen voor het Nederlands. Zijn antwoord klonk overigens toch meer als Schoon Vlaams.

,,Informele taal is iets waar Vlamingen zich prettig bij voelen. Ze vinden de norm van de standaardtaal wel goed, alleen is het voor hen iets anders die ook te gebruiken'', zegt hoogleraar Geeraerts. In de dertiende druk van de Grote Van Dale, waarvan de elektronische versie in september verschijnt, is voor het eerst wetenschappelijk vastgesteld wat als standaardtaal acceptabel is. ,,We hebben dat gedaan op basis van tellingen in onverdachte teksten van bladen als De Standaard en Knack,'' aldus Geeraerts. Een voorbeeld: het Belgisch-Nederlandse fruitsap komt duidelijk meer voor dan het Nederlandse `vruchtensap' en is daarom standaardtaal. Het woord goesting wordt in de Grote Van Dale echter als Belgisch-Nederlandse `spreektaal' aangeduid en is dus geen standaardtaal. Volgens Geeraerts moet het Vlaamse onderwijs leerlingen beter duidelijk maken wanneer standaardtaal dient te worden gesproken, zonder dat de `tussentaal' in alle omstandigheden wordt veroordeeld. ,,Nu heb ik de indruk dat de `tussentaal' in het onderwijs sterk staat. Ik hoor in zeer hoge frequentie uitdrukkingen als gadegij. We moeten voorkomen dat Vlamingen de standaardtaal steeds minder gaan beheersen.''